De Levende Kerk van God baseert haar geloofspunten op de heilige Bijbel, het geïnspireerde Woord van God. Onze leerstellingen, praktijken, beleid en tradities hebben hun oorsprong in de Wereldwijde Kerk van God onder het leiderschap van dhr. Herbert W. Armstrong, die in 1952 Roderick C. Meredith (onze President-Evangelist) ordineerde als een van de eerste evangelisten in die organisatie.

De Bijbel zegt: “… groei in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus …” (2 Petrus 3:18). Binnen die Bijbelse opdracht hebben de President-  Evangelist en de Raad van Oudsten van de Levende Kerk van God, geleid door Gods Heilige Geest, de verantwoordelijkheid om de leerstellingen toe te lichten en te bewijzen, zoals dit gedaan is in deze Officiële Verklaring van Fundamentele Geloofspunten.


DE KERK, HAAR NAAM EN HAAR OPDRACHT

De Bijbelse naam van de ware Kerk is “de gemeente [kerkgemeente of kerk] van God”. God noemt dingen naar wat ze zijn. De naam wordt duidelijk genoemd, in zowel enkelvoud als meervoud, op twaalf verschillende plaatsen in het Nieuwe Testament – inclusief Handelingen 20:28; 1 Korinthe 1:2; 10:32; 11:16; 1 Timotheüs 3:15.

De Levende Kerk van God, met haar wereldlijke hoofdkantoor in Charlotte, N.C., (USA), heeft leden in vele landen van de wereld en vervult een drieledige opdracht:

  1. Het verkondigen van het ware Evangelie van het Koninkrijk van God (Markus 1:14; Mattheüs 24:14; Ezechiël 3 en 33) en de naam van Jezus Christus (Handelingen 8:12) als een getuigenis aan de hele wereld.
  2. Het voeden van de kudde en het organiseren van plaatselijke kerkgemeenten om te voorzien in de geestelijke en materiële noden van onze leden voor zover God het mogelijk maakt (1 Petrus 5:1-4; Johannes 21:15-18).
  3. Het prediken van de eindtijd profetieën en het waarschuwen van de Engelssprekende volken en de hele wereld voor de komende Grote Verdrukking (Mattheüs 24:21).

DE HEILIGE BIJBEL

De Bijbel is de geïnspireerde openbaring van God aan de mensheid. Het is de enige ware basis van alle leerstellingen van de Kerk (Mattheüs 4:4; 2 Timotheüs 3:16). Wij geloven, dat de Bijbel onfeilbaar is in de originele manuscripten en het gezaghebbende fundament voor alle ware kennis (Johannes 17:17).

WIE EN WAT IS GOD?

De Vader en de Zoon vormen samen de Godheid. Er is één God (1 Korinthe 8:4 en Deuteronomium 6:4). Bijbelverzen laten zien dat God een goddelijk Gezin is, dat met twee Wezens begon, God de Vader en het Woord (Genesis 1:26; Efeze 2:19; 3:15; Hebreeën 2:10-11).

God is geest en is eeuwig:

De Vader is het Opperwezen in de Godheid. Jezus Christus zei, dat Hij gezonden was om de Vader te openbaren (Mattheüs 11:27; Johannes 1:18; 17:24-26) en erkende dat Zijn Vader groter was dan Hij (Johannes 10:29; 14:28).

De Zoon, Jezus Christus, is het “Woord” (in het Grieks logos), door wie de Vader alle dingen schiep (Johannes 1:1-3); de “eniggeboren Zoon” van de Vader (Johannes 1:14, 18; 3:16, 18) en Verlosser en Behouder van de hele mensheid (1 Johannes 4:14); Hij stierf voor onze zonden en werd opgewekt, zodat wij gered zouden worden van de eeuwige dood (Handelingen 4:10-12). Hij zit nu aan de rechterhand van de Vader en fungeert als onze Hogepriester en als het Levend Hoofd van de Kerk (Efeze 1:22-23; Hebreeën 4:14-16).

DE HEILIGE GEEST

God is geest. Gods heilige Geest is de ware essentie, de gezindheid, het leven en de kracht van God. Het is niet een wezen. Gods Geest maakt deel uit van de Vader en de Zoon en stroomt van Hen uit door het hele universum (1 Koningen 8:27; Psalmen 139:7; Jeremia 23:24). Het was door middel van Zijn Geest dat God alle dingen schiep (Genesis 1:1-2; Openbaring 4:11). Het is de kracht waarmee Christus het universum in stand houdt (Hebreeën 1:2-3) en wordt gegeven aan allen, die zich van hun zonden bekeren en gedoopt zijn (Handelingen 2:38-39). Gods heilige Geest is de kracht (Handelingen 1:8; 2 Timotheüs 1:6-7), waardoor alle gelovigen “overwinnaars” kunnen worden (Romeinen 8:37; Openbaring 2:26-27) en naar eeuwig leven geleid zullen worden.

HET EVANGELIE

Het Evangelie van Christus is het Goede Nieuws van het spoedig komende Koninkrijk en regering van God, en van de vergeving van onze zonden door het offer van Christus. Het Evangelie van Christus aangaande het Koninkrijk van God openbaart de manier waarop wij ons zullen kwalificeren voor God om als leden van Zijn Koninkrijk te regeren (Handelingen 2:38-39; Markus 1:14-15; Mattheüs 24:14; Handelingen 8:12; 17:7; 28:30-31; Openbaring 2:26-27).

BEHOUD

Behoud is Gods gift van genade door geloof in Jezus Christus (Titus 3:5; 2 Korinthe 2:15; Romeinen 5:10). Na bekering en doop, rechtvaardigt God ons van onze vroegere zonden. Wij beginnen dan aan een doorgaand proces van behouden worden, als wij groeien in de genade en kennis van Christus (2 Petrus 3:18). Ons behoud zal volledig zijn bij de opstanding (1 Korinthe 15:50-54). Door de Bijbelse Feestdagen en Sabbatten te vieren komen wij tot een dieper begrip van Gods plan van behoud en de stappen naar behoud die wij als Christenen nemen.

Stappen naar behoud:

Geloof in Christus

De eerste belangrijke stap naar behoud is het komen tot volledig geloof in God en in het offer van Christus (Hebreeën 6:1; 11:6). Petrus zei: “… laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden …” (Handelingen 2:36-38).

Berouw en bekering

Een essentiële stap naar behoud is berouw en bekering van zonde – berouw en bekering van de overtreding van Gods wet (1 Johannes 3:4). Toen de nieuwtestamentische Kerk begon, werd Petrus geïnspireerd om te gebieden: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden …” (Handelingen 2:38). Aangezien ieder menselijk wezen gezondigd heeft (Romeinen 3:23) en de straf voor de zonde de dood is (Romeinen 6:23), moet iedere zondaar zich afkeren van het breken van Gods wet en bereid zijn om zijn Schepper te gehoorzamen door Christus Die in hem leeft (Galaten 2:20).

Doop door onderdompeling

Nadat God ons roept, ons tot berouw en bekering brengt en wij Christus als onze persoonlijke Heer en Verlosser accepteren, is de volgende essentiële stap naar behoud de waterdoop. Iemand behoort gedoopt te worden (Handelingen 2:38; 8:35-39; 9:1-18) als teken van totale overgave aan God en van de bereidheid om “onze oude mens” te begraven (Romeinen 6:3-6).

Het ontvangen van Gods genade

Behoud is het resultaat van de toepassing van zowel Gods wet als Zijn genade (In het Grieks: charis) “Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het [dat geloof] is de gave van God, niet uit werken, opdat niemand zou roemen” (Efeze 2:8-9). Wij zijn  “gerechtvaardigd … door Zijn [Christus’] bloed”, en zijn “met God verzoend …  door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij behouden worden door Zijn leven” (Romeinen 5:9-10).

Bij de doop gaan Christenen “het nieuwe verbond” met God aan (Mattheüs 26:28). Dat nieuwe verbond schaft de wet van God niet af. God schrijft Zijn wetten in ons verstand en ons hart (Hebreeën 8:8-10). Wanneer iemand gedoopt is, sluit hij een plechtig verbond met God dat hij, met de hulp van Gods heilige Geest, Zijn geboden zal houden en een aan  God toegewijd leven zal leiden, van die dag af! Het is Christus die in feite Zijn gehoorzaam leven in ons leeft door Zijn heilige Geest. De apostel Paulus werd geïnspireerd om te schrijven: “Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij  liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij  overgegeven heeft” (Galaten 2:20, SV).

Het ontvangen van Gods heilige Geest

Wanneer wij ons bekeren, Jezus accepteren en gedoopt worden, vergeeft God ons onze zonden (Handelingen 2:38; vgl. Psalm 103:3, 10-13). Als wij werkelijk zonde willen overwinnen, moeten wij Gods “kracht uit de hoogte” ontvangen (Lukas 24:49). Door Gods dynamische Geest kunnen wij Zijn geboden houden. Volgens nieuwtestamentische instructie  werd de heilige Geest gegeven door de oplegging van handen van Christus’ apostelen, of oudsten (Handelingen 8:17; 9:17; 19:6; 2 Timotheüs 1:6).

Het beoefenen van levend geloof
Volgens Gods Woord is geloof noodzakelijk voor behoud en is het een van de fundamentele leerstellingen van de Bijbel (Hebreeën 6:1). “Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen …” (Hebreeën 11:6). Maar levend geloof houdt in: doen wat God zegt, Hem gehoorzamen! “… het geloof zonder de werken [is] dood …” (Jakobus 2:20).

Groeien in de “genade en kennis” van God

Na bekering, acceptatie van Christus, doop en ontvangst van de heilige Geest door de oplegging van handen (Handelingen 8:17-18), moet het pasgedoopte en nieuw verwekte kind van God doorgaan met de volgende stap: groeien “… in de genade en kennis van onze Heere …” (2 Petrus 3:18). Verheerlijking – onsterfelijkheid aandoen – is de laatste stap in het ontvangen van behoud (1 Korinthe 15:53). Uiteindelijk behoud voor de mens komt bij de verheerlijking in Zijn Koninkrijk (Efeze 5:27; Filippenzen 3:21; 2 Timotheüs 2:10).

GODS JAARLIJKSE FEESTEN STAAN VOOR  ZIJN MEESTERPLAN VAN BEHOUD

Gods jaarlijkse Feesten worden vermeld in Leviticus 23 en in Deuteronomium 16. Deze door God gegeven heilige dagen werden geboden om voor eeuwig te vieren (Leviticus 23:14, 21, 31, 41). De apostolische Kerk vierde de jaarlijkse Sabbatten (Handelingen 2; 12:3-4; 18:21; 20:6, 16; 27:9; 1 Korinthe 16:8). Gedurende Christus’ duizendjarige regering zullen deze Sabbatten continu gevierd worden (Zacharia 14:1, 9, 16-19).

Gods jaarlijkse Feesten staan voor de zeven wezenlijke stappen in Zijn plan van behoud:

  1. Het Pascha staat voor het offer van Jezus Christus, het “Lam van God” (Johannes 1:29, 36; Openbaring 5:6) geofferd voor ons (1 Korinthe 5:7). Jezus stelde het nieuwtestamentische Pascha in met de symbolen van brood en wijn (1 Korinthe 11:23-26).
  2. De zeven dagen van Ongezuurde Broden symboliseren het verwijderen van het zuurdesem van slechtheid en boosaardigheid uit het leven van de gelovige en het deelhebben aan Gods natuur, het “ongezuurde [brood] … van oprechtheid en waarheid” (1 Korinthe 5:6-13; Lukas 12:1).
  3. Het Feest van de Eerstelingen (Pinksteren) stelt de kleine oogst voor van verwekte volgelingen van Christus, die tijdens de “eerste opstanding” geoogst zullen worden (Openbaring 20:4-5) als “in zeker opzicht eerstelingen” (Jakobus 1:18).
  4. Het Bazuinenfeest verwijst profetisch naar de tweede komst van Jezus Christus (Mattheüs 24:31; 1 Korinthe 15:52; 1 Thessalonicenzen 4:13-17; Openbaring 11:15-18; 19:15; Zacharia 14:9).
  5. De Grote Verzoendag stelt de verbanning voor van Satan en de een- wording van de mens met God (Leviticus 16:8, 10, 15-27; Openbaring 20:1-3).
  6. Het Loofhuttenfeest stelt de spoedig komende schitterende wereld voor onder de regering van Jezus Christus en Zijn heiligen (Zacharia 14; Mattheüs 9:37-38; 13:1-30; Lukas 12:32; Johannes 7:6-14; Handelingen 17:31; Openbaring 12:9; 20:4-6).
  7. De Laatste Grote Dag beschrijft het grote oordeel dat zal plaats vinden aan het einde van de duizendjarige regering van Jezus Christus op aarde (Johannes 7:37; Leviticus 23:36, 39, 33-34; Openbaring 20:11-12).

DE WET VAN GOD

Gods fundamentele geestelijke wet wordt samengevat in de Tien Geboden (Exodus 20:1-17; Deuteronomium 4:13; 10:4). In de Bergrede en elders maakte Jezus Gods wet groot (Mattheüs hoofdstukken 5, 6, 7 en Jesaja 42:21), waarmee Hij Zijn volgelingen liet zien, dat zij zowel de letter als de geest moesten gehoorzamen. “Zo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed” (Romeinen 7:12). Het is het praktiseren van deze  manier van leven – door Christus, Die in ons leeft (Galaten 2:20) – die van iemand een ware heilige maakt (Openbaring 14:12).

GODS SABBAT

Het Woord van God openbaart: “maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE …” (Exodus 20:10; Deuteronomium 5:14). Deze moet gehouden worden van zonsondergang vrijdag tot zonsondergang zaterdag en is Gods teken tussen Hem en Zijn gelovig volk – want de dag staat voor Gods “rust” en herinnert er ons aan  dat Hij de Schepper is. De dag staat ook voor het Millennium – de komende duizendjarige “rust” die aanvangt wanneer Christus terugkomt als Koning der Koningen (Hebreeën 4:1-4; Openbaring 20:4-6). Jezus Christus, de apostelen en de vroege Kerk hielden altijd Gods geboden Sabbat (Lukas 4:16; Handelingen 17:2), en deze zal gedurende de komende duizendjarige heerschappij van Christus door “alle vlees” gehouden worden (Jesaja 66:23).

ZONDE, EN DE GEVOLGEN ERVAN

De “... zonde is de wetteloosheid” (1 Johannes 3:4). De “… zonde is de wetsovertreding” [van de wet van God] (1 Johannes 3:4, Leidse vertaling). “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God” (Romeinen 3:23) en “… het loon [de volledige afrekening] van de zonde is de dood” (Romeinen 6:23).

DE EERSTE DOOD

De dood is het natuurlijk einde van het leven (Genesis 2:17; Ezechiël 18:4). Allen sterven in Adam (1 Korinthe 15:22). Het is de mensen “… beschikt … dat zij eenmaal moeten sterven” (Hebreeën 9:27). Na de ervaring van de eerste dood, zullen alle mensen terug tot leven worden opgewekt. De Bijbel openbaart, dat alle menselijke wezens uiteindelijk opgewekt zullen worden (Johannes 5:28; 1 Korinthe 15:22).

DE TWEEDE DOOD

De “tweede dood” is de eeuwige dood – totale vernietiging. Degenen die de tweede dood moeten ondervinden, zullen nooit meer tot bewustzijn komen (Maleachi 4:1; Mattheüs 10:28; 25:46). De “tweede dood” is in feite totale vernietiging (Openbaring 20:14-15). “Want als wij willens en wetens zondigen” na de kennis van de waarheid ontvangen te hebben, is er geen vergeving meer voor dergelijke opzettelijke zonde (Hebreeën 6:4-8; 10:26-31).

DE BETEKENIS VAN “WEDERGEBOREN”

Voor een fysieke menselijke geboorte moet er eerst een verwekking zijn (door de man) en bevruchting (van de vrouw). Voor een geestelijke geboorte moet er eerst een geestelijke verwekking en bevruchting zijn. Daarna zullen, na een periode van geestelijke zwangerschap of geestelijke groei (2 Petrus 3:18), ware christenen op een dag een letterlijke geestelijke geboorte meemaken, waardoor ze onsterfelijke kinderen van God worden. Wij zullen letterlijk wedergeboren worden bij de opstanding, evenals Christus Zelf “Wat de Geest van heiliging betreft, … met kracht bewezen [is] te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden …” (Romeinen 1:4).

GODS VORM VAN KERKREGERING

De Vader is de hoogste in autoriteit en Zijn Zoon Jezus Christus staat onder Hem in rang en autoriteit (Johannes 14:28). “… God [de Vader] [is] het hoofd [de leider] van Christus” (1 Korinthe 11:3) en “… Christus [is] Hoofd van de gemeente [kerk] …” (Efeze 5:23). God regeert met liefde en zet dit patroon voort in Zijn Kerk. Onder de Vader en onder Zijn Zoon Jezus Christus staan (1) apostelen, (2) profeten, (3) evangelisten, (4) herders en (5) leraren (Efeze 4:11). Gods wijze van regeren is altijd regering van boven naar beneden geweest (Exodus 18:21-26).

Jezus onderwees dienend leiderschap door Zijn Woord en door Zijn voorbeeld (Mattheüs 20:25-28). “En toen Jezus hen bij Zich geroepen had, zei Hij: U weet dat de leiders van de volken heerschappij over hen voeren, en de groten gezag over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw slaaf zijn, zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.”

KERKGESCHIEDENIS

De Levende Kerk van God heeft haar geschiedenis vanaf de apostolische Kerk in het boek Handelingen (het Efeze tijdperk) tot in het heden getraceerd. De boodschap aan de zeven Kerken in Openbaring 2 en 3 laat het verloop van de geschiedenis van de ware Kerk zien van die tijd af. Deze zeven Kerken beschrijven opeenvolgende era’s of tijdperken van Gods Kerk. Wij geloven dat het Filadelfia-tijdperk in de jaren 1930 begon en dat wij een voortzetting zijn van dat Filadelfia-tijdperk.

TIENDEN BETALEN

God is de Schepper van alles wat bestaat (Openbaring 4:11). Als Heer van het universum bezit Hij het eigendomsrecht van en heeft Hij de zeggenschap over heel Zijn schepping (Handelingen 17:24-29). Jezus Christus zei dat men “tienden” behoort te betalen (Mattheüs 23:23). De Bijbel laat zien dat “Alle tienden ... voor de HEERE …” zijn (Leviticus 27:30). Lang voor het Oude Verbond betaalde Abraham – de vader van de gelovigen – tienden aan Gods vertegenwoordiger (Genesis 14:20). Door tiendenbetaling dienen Christenen God door op deze wijze de prediking van het Evangelie te steunen, Zijn Feesten te kunnen bijwonen en de zorg voor de Kerk en de behoeftigen mogelijk te maken.

WAT EEN HUWELIJK IS

Het huwelijk is een verbond tussen een man en een vrouw. Aangezien God ons man en vrouw heeft gemaakt, is Hij de Bedenker van het huwelijk. Het huwelijk staat model voor de relatie tussen Christus en de Kerk (Efeze 5:22-33). Met heel weinig door God aangegeven uitzonderingen (Mattheüs 19:8; 1 Korinthe 7) is het huwelijk voor Christenen bindend tot de dood (Mattheüs 19:3-9).

HET OVERWINNEN VAN VOOROORDEEL JEGENS RAS

Gods Woord gebiedt alle mensen hun naasten lief te hebben als zichzelf (Leviticus 19:18; Mattheüs 22:39; Handelingen 17:24-29). God openbaart dat behoud nu gratis aangeboden wordt aan zowel Joden als heidenen (Handelingen 10:34-35; Romeinen 10:12-13; vgl. Joël 2:32). Wij geloven dat liefde en diep respect getoond moeten worden aan mensen van alle etnische groepen (Romeinen 13:10).

AFSCHEIDING VAN DE WERELD

De Bijbel leert dat Satan de duivel de hele wereld heeft misleid (Openbaring 12:9) en dat Gods volk zich moet afscheiden van de systemen van de wereld (Johannes 15:19; Openbaring 18:4).

Deze afscheiding betekent dat degenen die door God geroepen zijn een andere manier van leven leiden en dat wij in de ware zin ambassadeurs van Gods regering zijn (Efeze 6:20; 1 Petrus 2:9-10). Door de geschiedenis heen heeft de Kerk van God haar leden dus onderwezen om niet deel te nemen aan jury's of de politiek van deze wereld.

MILITAIRE DIENST EN OORLOG

De Levende Kerk van God volgt het onderwijs van Jezus Christus en Zijn apostelen. Jezus zei: “Maar Ik zeg tegen u die dit hoort: Heb uw vijanden lief, doe goed aan hen die u haten. Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren. Bied hem die u op de ene wang slaat, ook de andere. Verhinder hem die het bovenkleed van u afpakt, niet ook uw onderkleed te nemen” (Lukas 6:27-29). De apostel Jakobus, broer van Jezus, zette het onderwijs van Jezus’ boodschap met betrekking tot geweld en oorlog voort (Jakobus 4:1-10).

De Kerk van God heeft historisch de militaire dienst als verkeerd beschouwd voor haar leden. Verslagen laten zien dat, vanaf de Amerikaanse Revolutie tot de twee Wereldoorlogen en latere politionele acties, leden van de Kerk van God consequent gewetensbezwaren aanvoerden tegen militaire deelname.

GODDELIJKE GENEZING

Genezing is één van de “geestelijke gaven” (1 Korinthe 12:1, 9). Eén van de Hebreeuwse namen van God is Yahweh Ropheka, wat betekent: de Eeuwige die geneest. De HEERE is een Grote God “Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw ziekten geneest” (Psalm 103:3; 1 Petrus 2:24). “Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere. En het gelovig gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden. Belijd elkaar de overtredingen en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand” (Jakobus 5:14-16).

De Levende Kerk van God volgt deze directe Bijbelse instructie. Wij geloven dat God tegenwoordig geneest, overeenkomstig iemands geloof en Gods wil in elk individueel geval

GODS GEZONDHEIDSWET BETREFFENDE VLEESSOORTEN

Genesis 7:1-2, Leviticus 11 en Deuteronomium 14 geven Gods instructies betreffende hetgeen Hij rein (om te eten) en onrein (niet om te eten) heeft geschapen. Lang na de kruisdood van Christus erkende Petrus deze wet nog als bindend (Handelingen 10:14). Bovendien riep Petrus, na zijn visioen van onreine dieren die in een laken neergelaten werden van de hemel, uit: “… God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen” (vers 28).

DE OORSPRONG VAN DE MODERNE ISRAËLIETEN

Een van de meest essentiële sleutels tot begrip van profetie is de ware Bijbelse oorsprong van de Joden en de verloren tien stammen van Israël te kennen – en te weten dat de landen van Noordwest Europa, door hun afstammelingen zijn gesticht.

De Engels-Amerikaanse volken hebben de beloften met betrekking tot eerstgeboorterecht verkregen en de daarmee gepaard gaande zegeningen van Abrahams afstammelingen door zijn kleinzoon Jakob. Gods Woord openbaart dat Jakobs afstammelingen van Jozef overvallen zullen worden door een tijd van grote verdrukking – een tijd die “een tijd van benauwdheid voor Jakob” wordt genoemd – omdat zij de Schepper, die hun de grootste nationale zegeningen in de menselijke geschiedenis had gegeven, onteerd hebben (Jeremia 30:4-7; Mattheüs 24:21; Daniël 12:1).

DE “GROTE VERDRUKKING”

De Bijbel spreekt van een tijd van groot onheil, “grote verdrukking” genoemd (Mattheüs 24:21-22; Daniël 11:40-45; 12:1; Lukas 21:19-36) – ook wel “tijd van benauwdheid voor Jakob” genoemd (Jeremia 30:3-7). Jezus Christus zelf zal die helse dagen moeten bekorten; anders “… zou er geen vlees behouden worden …” (Mattheüs 24:22). Wij geloven dat wij die tijd snel naderen.

DE “DAG VAN DE HEERE”

De Dag van de  HEERE, op meer dan 30 plaatsen in de Bijbel genoemd, zal een tijd van Gods ingrijpen in de menselijke aangelegenheden op deze aarde zijn, wanneer Hij de bewoners van de aarde voor hun schandelijke zonden zal straffen (Joël 1:14-20; 2:1-32; 3:9-17).

Volgens Mattheüs 24:29-31 zullen er direct na de verdrukking en voor de dag des Heren tekenen aan de hemel zijn: “… de zon [zal] verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen …”. God zei eerder: “Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde … De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende” (Joël 2:30-31).

DE TWEEDE KOMST VAN CHRISTUS

Jezus beloofde Zijn discipelen tien maal plechtig in Mattheüs 24 dat Hij zeker naar deze aarde zou terugkeren (zie ook Johannes 14:3). Hij zei dat “de verdrukking” zou voorafgaan aan de komst van “de Zoon des mensen” (Mattheüs 24:29-30). Zijn komst ”onder luid bazuingeschal” (vers 31) zal plaatsvinden als de zevende bazuin klinkt (Openbaring 11:15). Die bazuin wordt ook “de laatste bazuin” genoemd (1 Korinthe 15:52; 1 Thessalonicenzen 4:13-18). Dit is “de eerste opstanding” en degene, die deel uitmaken van die opstanding zullen “duizend jaar” met Christus op aarde regeren (Openbaring 5:9-10; 20:4, 6).

HET “MILLENNIUM”

Vele oud- en nieuwtestamentische profeten voorzagen een wonderschone tijd van vrede op deze aarde (Jesaja 2, 9, 11:6-9; 14:7; Jeremia 31; Micha 4; Zacharia 8:20-23; 14; Maleachi 4; Handelingen 3:19-21; Openbaring 20:4-6). Het Millennium – de 1000-jarige regering van Jezus Christus en Zijn heiligen .

HET “LAATSTE OORDEEL”

Er worden drie grote perioden van oordeel genoemd in de Bijbel:

  1. Het tijdperk van de Kerk, waarin God alleen Zijn volk oordeelt; degenen die Hij uit de wereld in Zijn Kerk geroepen heeft (1 Petrus 4:17).
  2. Het duizendjarige tijdperk, waarin alle volken gedurende 1000 jaar  blootgesteld zullen worden aan de waarheid van Christus en aan Zijn schitterende levenswijze (Jesaja 11:9; Openbaring 20:2-6).
  3. Het tijdperk van het laatste oordeel, (het oordeel van de “grote witte troon” genoemd), waarin allen, die ooit geleefd hebben – maar die stierven in zonde en onwetendheid van Gods Waarheid en Zijn manier van leven – opgewekt zullen worden tot fysiek leven en opening van Gods Woord voor hun begrip zullen ontvangen (Openbaring 20:11-14; Mattheüs 10:15; 11:21-24; 12:41-42; Ezechiël 37:1-14).

DE OORSPRONG VAN DE MENSHEID,  HAAR ONGELOFELIJK POTENTIEEL EN UITEINDELIJKE DOEL

God schiep de mensheid uit het “stof van de aardbodem” (Genesis 2:7). Menselijke wezens zijn gemaakt naar Gods “beeld … [en] gelijkenis” (Genesis 1:26; vgl. 5:3). Hun werd ook verstand en emoties gelijkend op die van God gegeven. God plande dat degenen, die zich bekeren van hun zonden en gedoopt worden, Gods Geest zullen ontvangen (Handelingen 2:38-39; Johannes 3:16). Bij de tweede komst van Christus zal aan allen die in dit leven bekeerd zijn, dood of levend, onsterfelijkheid gegeven worden – dezen worden geboren als volledige “kinderen [lett. zonen] van God, omdat zij kinderen [zonen] van de opstanding zijn” (Lukas 20:36).

“Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven” (Mattheüs 5:5; vgl. Psalm 37:9, 11, 22, 29, 34). “Wie overwint, zal alles [het universum] beërven” (Openbaring 21:7).

Overeenkomstig alle profetieën en beloften van de Bijbel zullen Gods “eerstelingen” (degenen, die in dit tijdperk geroepen werden) beloond worden met een plaats of positie van heerschappij in Gods Koninkrijk (Johannes 14:1-3; Openbaring 3:21; 20:4-6), en wel hier op deze aarde  (Openbaring 2:26-27; 5:10; Daniël 2:44). De ware heiligen zullen volledige zonen van God worden – “kinderen [zonen] van de opstanding” (Lukas 20:36). Gods doel is om Zichzelf te reproduceren en dat degenen die zich bekeerd hebben uiteindelijk volle leden van het Gezin van God worden onder het gezag van de Vader en de Zoon (1 Johannes 3:1-3). Zij zullen de goddelijke heerlijkheid delen in de opstanding. Jezus bad: “En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad” (Johannes 17: 22-23).