Meer dan 50 jaar geleden schreef de Hr. Herbert W. Armstrong (1892-1986) een boek, getiteld: De Verenigde Staten en Groot-Brittannië in Profetie, dat door vele edities ging tijdens zijn leven, maar sinds enkele jaren niet meer in druk is, omdat de tegenwoordige houder van het auteursrecht besloten heeft het niet opnieuw te publiceren.

Dit boekje bouwt op het onderzoek van de Hr. Armstrong en dat van andere auteurs, om de lezer niet slechts te wijzen op de geschiedenis van het verleden, maar op degeschiedenis, die van tevoren geschreven is.

Voorwoord: De Verloren Sleutel - Gevonden!

  • Wat houdt de toekomst in voor de Engelssprekende mensen van de wereld?

  • Wat ligt werkelijk aan de horizon voor Amerika, Engeland, Canada, Australië en Nieuw Zeeland?

Regeringshoofden weten het niet. Vooraanstaande analisten van buitenlandse zaken weten het niet. Ook niet de overstelpende meerderheid van redacteuren en nieuwslezers. Maar U kunt het weten! Verbazingwekkend? Absoluut, maar het is waar!

  • Hoe kunt U het weten? De antwoorden op de werkelijk belangrijke vragen van het leven, inclusief de ware toekomst zelf, bevinden zich in het onafgebroken succesboek van de wereld, de Bijbel. Meer dan een kwart van de Bijbel is profetie, het meeste voor onze dagen en daarna.

  • Hoe kunt U deze profetieën begrijpen? Wellicht is de meest belangrijke sleutel tot ontsluiting van het mysterie van Bijbelse profetie, hetgeen U geopenbaard zult zien hier in de bladzijden van dit boekje.

Landen, zoals Egypte en Ethiopië worden rechtstreeks in Uw Bijbel genoemd.

  • Hoe staat het met de grote naties, die belangrijke spelers zijn op het huidige wereldtoneel?
  • Kan het zijn, dat de Verenigde Staten en Brittannië en de mensen in de Gemenebest van Britse afstamming, door de eindtijd profetieën zouden worden genegeerd?

De belangrijke sleutel tot ontsluiting van vele Bijbelprofetieën is de wetenschap van de ware identiteit van de Engelssprekende mensen. Deze mensen worden in de Bijbel geïdentificeerd door de naam van hun vroegere voorvader.

  • Wie is die vroegere voorvader en kunt U het bewijzen?
  • Hoe komt het, dat de landen van Britse afstammelingen de rijkste delen van de wereld bezitten?
  • Waarom hebben zij rijkdom en macht, zonder weerga, genoten?

Snel rijzend tot verhevenheid na het jaar 1800, hebben Engeland en Amerika duidelijk de negentiende en twintigste eeuw gedomineerd.

  • Maar hoe zit het met de eenentwintigste eeuw?
  • Zullen de Engelstalige landen een leidende rol blijven spelen of is er een verandering in het vooruitzicht?

Het is belangrijk, dat U begrijpt wat de toekomst inhoudt voor U en voor Uw gezin. De gebeurtenissen van de komende paar jaar zullen de deskundigen absoluut versteld doen staan. Maar U kunt het weten, als U begrijpt hoe U de verloren sleutel moet gebruiken om profetie te begrijpen.

Ofschoon er in de laatste jaren veel is geschreven over Bijbelprofetie, zijn deze werken onvermijdelijk verdorven, omdat de schrijvers de sleutel tot Bijbelprofetie niet hebben geweten.

Eenvoudig gezegd, de meeste oudtestamentische profetieën zijn gericht aan het Huis Israël. In de verkeerde veronderstelling, dat alle verwijzingen naar Israël in profetie, de Joodse mensen en de Joodse staat in het Midden-Oosten betekenen, hebben de meeste Bijbelcommentatoren helemaal niet gezien, waar het om gaat. Zij kennen de tegenwoordige identiteit niet van de afstammelingen van het oude Israël. Toch konden zij het weten, want de geschiedenis van beiden, historisch en in de Bijbel, is zeer duidelijk.

Alhoewel de Joodse Staat en de stad Jeruzalem zeker een belangrijke rol spelen in eindtijd profetieën, zijn niet alle Israëlieten Joden. De vroegere patriarch Jacob, wiens naam werd veranderd in Israël, was de Vader van 12 zonen. Eén van die zonen, Juda, was de stamvader van de Joden. 
Wat gebeurde met de afstammelingen van de andere zonen?

Toen de 12 stammen terugkeerden naar het Beloofde Land na hun Egyptische gevangenschap, vestigde zich ieder in een andere streek. Tenslotte splitsten de stammen zich in twee koninkrijken. Het zuidelijke koninkrijk, Juda genoemd, bestond uit de stammen Juda en Benjamin en de meeste Levieten. De overgebleven tien stammen vormden het noordelijk koninkrijk, Israël genaamd.

In 721 vC., na een belegering van drie jaar, veroverde Assyrië Samaria, de hoofdstad van Israël. Ze begonnen aan een systematische deportatie van de Israëlieten naar het gebied, ten noorden van de rivier de Eufraat, in het gebied tussen de Zwarte en de Kaspische Zee. (2 Koningen 17)

Na annexatie van Israël rukten de Assyriërs later op naar Juda, het zuidelijke koninkrijk. Koning Hezekiah, toentertijd op de troon in Jeruzalem, riep hartgrondig uit naar God en God kwam tussenbeide door een engel te zenden om het Assyrische leger van koning Sennacherib te vernietigen in 701 vC. Juda, aldus gespaard, bleef nog ongeveer een eeuw voortbestaan, voordat haar onafhankelijkheid weer werd bedreigd.

Toen, in 604 vC, vielen de Babyloniërs onder Koning Nebucadnezar Juda binnen en rukten op naar Jeruzalem. Juda werd tot een schatplichtige staat gemaakt binnen het Babylonische keizerrijk. Weer terugkerend in 597 vC, nam Nebucadnezar Jehojakim, Koning van Juda, in gevangenschap en plaatste Zedekiah op de troon. Ontevreden met het optreden van Zedekiah, keerde Koning Nebucadnezar ongeveer tien jaar later terug en verwoestte Jeruzalem totaal, verbrandde de tempel en nam het grootste deel van de Joodse bevolking in gevangenschap naar Babylon.

Tientallen jaren gingen voorbij. Uiteindelijk verviel Babylon in het najaar van 539 vC. aan de Perzische legers van Cyrus de Grote. Binnen korte tijd vaardigde Cyrus een decreet uit, waardoor de Joden uit Babylon konden terugkeren en hun tempel in Jeruzalem weer konden herbouwen onder leiding van Zerubbabel.

De "Verloren" Tien Stammen

Dit is het doorslaggevende punt, waar de meeste echter overheen lijken te kijken: DE NOORDELIJKE TIEN STAMMEN KEERDEN NOOIT TERUG UIT HUN GEVANGENSCHAP! Gevestigd in een gebied, honderden kilometers verwijderd van de plaats waar de Joden meer dan een eeuw later werden weggehaald, bleven de tien stammen van Israël totaal afgescheiden en apart van de Joden.

Wat gebeurde met de tien stammen van Israël? De geschiedenis noemt hen de "verloren tien stammen". Waar gingen zij heen? Het antwoord op die vraag is één van de meest fascinerende verhalen in de geschiedenis. In feite is het antwoord op dat raadsel de werkelijke sleutel, die de meeste van de oudtestamentische profetieën ontsluit!

Zoals U misschien kunt raden openbaart de identiteit en locatie van deze oude volken, wie wij zijn, in Amerika, Canada, Engeland, Australië, Nieuw Zeeland en onder de Britse afstammelingen in Zuid Afrika. Het verklaart waarom wij zulke nationale grootheid hebben bereikt en wat ons zal overkomen tegen het einde van dit tegenwoordig tijdperk!

De wetenschap over de identiteit van de afstammelingen van het oude Israël wordt geopenbaard door een nauwkeurig onderzoek van de H. Schrift, tezamen met de registratie van de seculiere geschiedenis. De meest hoog ontwikkelde leiders van onze moderne wereld zijn blind voor de ware feiten van deze zaak. Zij zijn verblind door de evolutie theorie, waardoor de Bijbel totaal buiten beschouwing wordt gelaten als zijnde relevant voor vandaag. Als resultaat zien zij niet het verbazingwekkend verhaal, aangegeven in de H. Schrift en haar toepassing op onze toekomst.

De meeste religieuze leiders vallen in dezelfde categorie. Zelfs zij, die beweren de Bijbel als hun autoriteit te erkennen, zijn verblind door de vooroordelen van de traditie van hun kerkgenootschap.

Maar het is niet alleen een kwestie van oude geschiedenis! Uw toekomst en de toekomst van Uw familie, alsook de toekomst van Uw land hangt af van het antwoord! Waar zijn de "tien verloren stammen" van Israël tegenwoordig?Zoals wij zullen zien is deze verloren sleutel, om Bijbelprofetie te ontsluiten, gevonden!

Het Dramatische Visioen van Ezechiël

Een jonge Joodse banneling stond aan een rivieroever bij de stad Babylon in het zuiden van Mesopotamië. Hij bevond zich tussen de duizenden Joden, die meer dan vier jaar eerder vanuit hun geboorteland afgevoerd waren door de verovering van Babylonische legers onder Koning Nebukadnezar.

Als 30-jarige, in het vijfde jaar van zijn ballingschap, keek Ezechiël, de priester, op om een opmerkelijk gezicht waar te nemen. Op het eerste gezicht leek het een wervelwind, die vanuit de noordelijke horizon naderde. Ingespannen kijkend zag hij, dat dit geen alledaagse naderende storm was. Schitterende lichtflitsen straalden uit de "wervelwind". Bij het zien van een toenemende gloed van licht toen de "storm" naderde, begon Ezechiël bijzonderheden te identificeren in deze opmerkelijke wervelwind.

Eerst zag hij vier vreemd uitziende engelachtige wezens. Zij hadden de algemene menselijke gedaante, maar ieder bezat vier vleugels en vier gezichten. Terwijl hij bleef staren merkte Ezechiël naast elk van deze wezens gyroscoopachtige wielen. Toen merkte hij op, dat een groot kristalhelder uitspansel zich over hun hoofden uitstrekte.

Toen het hele apparaat steeds meer dichterbij kwam, was Ezechiël in staat een schitterende lichtgloed boven het kristalheldere uitspansel waar te nemen. In dit licht kon hij de vorm van een troon onderscheiden en van een glorieus Wezen, zittende op de troon. Dit, wordt ons gezegd, " was het voorkomen der verschijning van de heerlijkheid des Heren".(Ezechiël 1:28) Op dat moment viel Ezechiël gewoonweg op zijn aangezicht.

Plotseling kwam er een stem vanuit de troon en gebood Ezechiël op te staan. De God van Israël ging voort om hem een opdracht te geven. Hij werd tot wachter over het Huis van Israël aangesteld .(Ezechiël 2:3; 33:7)

Deze ontzagwekkende tentoonspreiding van glorie en majesteit doordrong Ezechiël zeer van het belang van zijn opdracht, aangezien God Zichzelf op zo'n dramatische wijze had geopenbaard, moest er inderdaad een zeer belangrijk doel zijn.

Ezechiël's Opdracht

Merk op, dat de opdracht voor Ezechiël hem niet als wachter over zijn eigen volk(Het Huis van Juda) zet, maar over de noordelijke tien stammen van het Huis Israël! Juda was toen slechts gedeeltelijk in ballingschap; de verwoesting van Jeruzalem zelf ligt verscheidene jaren in de toekomst. Maar het Huis Israël werd getransporteerd naar een vreemd land, honderden kilometers van Ezechiël vandaan, meer dan 120 jaar tevoren. Wat zou het doel zijn om deze mensen te waarschuwen, die reeds gevangen zijn, voor dreigende invasie en gevangenschap?

Klaarblijkelijk was de boodschap van Ezechiël niet voor het Israël van zijn dagen! God was niet meer dan een eeuw te laat om hen te waarschuwen voor toekomstige straf! Dat zou helemaal geen zin hebben. Bovendien had Ezechiël nooit de kans gehad zijn boodschap persoonlijk over te brengen aan het Huis Israël. Zodoende kunnen we zien, dat zijn boodschap voor de eindtijd was en werd neergeschreven en bewaard om door Gods trouwe dienaren heden gebracht te worden!

God gaf Ezechiël de opdracht om een wachter te zijn. Wat precies is een wachter? In vroegere tijden was het de gewoonte om iemand in een hoge toren boven op de stadswal te plaatsen om als uitkijk te dienen, wanneer gevaar dreigde. Het was de taak van de wachter om waakzaam en nauwlettend te zijn, steeds de horizon af te speuren naar tekenen van een naderende vijand. Als hij een teken zag van de nadering van een vijand, moest de wachter een trompet blazen als waarschuwing.

Op dezelfde manier doordrong God Ezechiël ervan, dat wanneer hij de waarschuwing, die God hem gegeven had, niet liet horen en de calamiteiten de mensen onverhoeds overvielen, God hun bloed zou eisen van zijn handen. Aan de andere kant, als hij alarm zou slaan, maar de mensen weigeren er gehoor aan te geven, zij zelf de verantwoordelijkheid ervoor zouden dragen en zou Ezechiël onschuldig zijn. (Ezechiël 33:9)

Het Huis Israël in de dagen van Ezechiëël was reeds in ballingschap. De generatie, die de ballingschap onderging had meer dan een eeuw geleden een laatste waarschuwing ontvangen van de afgezanten van de trouwe koning Jehizkia van Juda. (2 Kronieken 30:1-12) Slechts enkelen gaven gehoor; Het volk als geheel lachte smalend om de waarschuwingen en Israël ging compleet in ballingschap. Nu, meer dan een eeuw later, werd aan Ezechiël dezelfde boodschap van levensbelang gegeven.

De gebeurtenissen, die in Jeruzalem en Juda zouden gebeuren, zouden een "teken" zijn voor het Huis Israël.(Ezechiël 4:3) Ezechiël's waarschuwing was voor eindtijd Israël. In feite wordt ons gezegd, dat de waarschuwingen gehoord zullen worden tegen de tijd van de dag des Heren (Ezechiël 7:19; 13:5; 30:1-3); de tijd van Gods tussenkomst aan het einde van dit tijdperk. Andere profetieën in Ezechiël wijzen naar het herverzamelen na de komst van de Messias. Dit zal de tijd zijn, dat de vroegere Koning David opgewekt zal zijn en voor altijd koning gemaakt is. (Ezechiël 37:21-25) Dit zal duidelijk plaats vinden bij de opstanding van de heiligen, een tijd, die zoals voorspeld, zal gebeuren bij de terugkomst van Jezus Christus naar deze aarde in macht en glorie.(1 Korinthe 15:50-53; 1 Thessalonicensen 4:16)

Het dramatische visioen van Ezechiël heeft vandaag grote betekenis voor ons. Het maakt indruk op ons door de ernst en belangrijkheid van de opdracht, die God voor hem had. Dit erkennend, is het noodzakelijk helder te begrijpen waar ergens in de tegenwoordige wereld de afstammelingen van het oude Huis Israël zich bevinden. Wanneer wij hun identiteit éénmaal begrijpen moeten we met hen de inhoud van Ezechiël's dringende boodschap delen.

De boodschap van Ezechiël is een boodschap van

  • een aanklacht tegen zonde,
  • een oproep tot bekering en
  • een belofte van toekomstige verlossing en herstel.

Terwijl het aan de ene kant een boodschap is van droeve waarschuwing voor Gods dreigend oordeel, is het aan de andere kant een boodschap van glorieuze hoop voor de toekomst. In feite bevat het de enige hoop voor onze landen. De Engelstalige landen hebben hun morele kompas verloren en hebben schijnbaar hun weg in deze wereld verloren. Omringd door ernstige problemen en uitdagingen thuis en in het buitenland, mist ons volk de wijsheid en de wil om gehoor te geven.

Gevallen van de top van de wereldmacht aan het einde van de tweede Wereldoorlog, hebben de Amerikanen en Britten vele toenemende uitdagingen gezien in de naoorlogse wereld. Maar erger dan de uitdagingen op het wereldtoneel is het morele verval van binnen uit. Temidden van materiële welvaart worden we omringd door morele armoede! Dit zijn uitdagingen, die in de nabije toekomst in het vooruitzicht liggen, waarvan onze leiders en ons volk zelfs niet van kunnen dromen.

Hoe kunt U zeker weten, dat de Bijbelprofetieën, die betrekking hebben op Israël, op de eerste plaats betrekking hebben op het Amerikaanse en Britse volk?
Wat voorspellen die profetieën werkelijk voor Uw toekomst?
 Lees verder voor de verbazingwekkende antwoorden op deze en andere vragen.

De Noordelijke en Zuidelijke Koninkrijken

leeg

Beloften, die Vroeger zijn gemaakt

In Genesis 11:26-32 worden wij voorgesteld aan Abram, wiens naam later werd veranderd in Abraham. De rest van de Bijbel is een uitvloeisel van Gods handelen met hem en de beloften, die Hij maakte aan Abraham en zijn afstammelingen. De beloften aan Abraham zijn de basis van bijna alle toekomstige Bijbel profetieën!

Abram werd geboren in een gezin, dat in Ur der Chaldeëen leefde, een stad in het zuiden van Mesopotamië bij het vroegere Babylon. Na de dood van één van zijn broers, verhuisden Abram, zijn Vader en andere familieleden een paar honderd kilometers naar het noorden naar de stad Haran aan de Eufraat. Een poos daarna stierf Abram's Vader, Terah en werd begraven. In de nasleep zei God tegen Abram, toen 75 jaar oud, de rest van zijn familie te verlaten en naar een land te gaan, dat Hij hem zou wijzen. Hij beloofde van hem een groot volk te maken.

De belofte, voor het eerst gegeven in Genesis 12, is nogal vaag. Het bestond gewoon uit een onbepaald land, dat later aan Abram en zijn nageslacht als een erfenis gegeven zou worden. Door heel de rest van Genesis heen lezen wij een opmerkelijk verhaal over het ontvouwen van de beloften, gemaakt door God.

De Ontvouwde Belofte aan Abraham

In Genesis 12:1-3 hebben we de vermelding van de eerste beloften, die God aan Abram maakte. God zei hem, dat Hij "een groot volk" van hem zou maken; dat hij gezegend zou zijn en dat door hem alle volken gezegend zouden worden en dat God ".... zou zegenen, wie U zegenen en vervloeken, wie U vervloekt..." (vers 3)

Nadat Abram en zijn vrouw, met zijn neef Lot in het land Kanaän kwamen vond er een incident plaats, welke God leidde naar het meer verhelderen van de beloften. Abram en Lot hadden beiden grote kudden en vee en er was strijd ontstaan tussen hun herders over weiderechten. Abram loste de zaak op door Lot aan te bieden zijn weideland te kiezen. Lot verkoos om de Jordaan over te gaan en zijn kudden te laten grazen in de vlakte van Jordanië bij de steden Sodom en Gomorra.

In de nasleep van de scheiding tussen de twee herhaalde God de beloften aan Abram. " En de Here zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven. En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn". (Genesis 13:14-16) In Genesis 15 werd deze belofte verder aangevuld. Aan Abram werd gezegd, dat zijn afstammelingen zouden zijn als het getal van de sterren. (vers 5) Hem werden ook de grenzen van zijn erfenis in het Midden-Oosten gegeven.

In de verzen 18-21 werd Abram gezegd, dat het land, dat God aan zijn afstammelingen zou geven, zich zou uitstrekken van de rivier in Egypte helemaal tot aan de Eufraat en het gebied zou omvatten van verschillende volken, die op dat moment het land in bezit hadden.

Vader van Vele Volken

Abram en zijn vrouw Sarai waren beiden op leeftijd en waren niet in staat geweest kinderen te krijgen. Toch had God hem gezegd, dat hij afstammelingen zou hebben, die een land zouden erven. 24 Jaar lang, nadat zij Haran hadden verlaten, wachtten Abram en Sarai en peinsden over deze beloften. Ten slotte, toen hij 99 jaar oud was, verscheen God nog eens aan Abram.

In Genesis 17:6 beloofde God, " Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u totvolken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen". Op dit tijdstip leerde Abram ook, dat hij de vader van vele volken zou worden. (vers 4) God zei hem, dat Hij zijn naam zou veranderen in Abraham, wat betekent "Vader van een menigte", en Sarai's naam in Sara, wat betekent "prinses". Hem werd gezegd, dat Sara hem binnen een jaar een zoon zou baren. (Genesis 17:19; verg. 18:14) Zoiets lijkt te ongelofelijk voor woorden, maar niettemin gebeurde het precies zoals God het voorzegd had en Isaak werd op de vastgestelde tijd geboren.

Feitelijk had Abraham 14 jaar voor Isaak's geboorte een zoon gekregen, maar deze zoon, Ismaël, was niet de zoon van de belofte. Na tien jaren wachten op Gods beloften had Sara Abraham aangemoedigd haar dienstmaagd Hagar te nemen en een kind bij haar te verwekken. Hij deed dit en veroorzaakte daardoor problemen en conflicten, die tot op de dag van vandaag voortduren.

Na de geboorte van Isaak zond Abraham Hagar en Ismaël weg. (Genesis 21:14) Ten slotte trouwde Ismaël onder het volk van zijn Moeder, de Egyptenaren en had talrijke kinderen. De Arabische volken komen voort uit Ismaël's zonen.

Jaren later verscheen God opnieuw aan Abraham, dit keer om hem voor de uiterste test van zijn geloof te stellen. God, die op dat ogenblik reeds tientallen jaren persoonlijk met Abraham omging, zei hem zijn zoon Isaak te nemen en hem naar de berg Moria te brengen om hem als offerande te offeren aan God. Gehoor gevend in geloof deed Abraham wat God vroeg en stond op het punt zijn erfgenaam en enige wettige zoon te offeren, toen God tussenbeide kwam en hem zei te stoppen en in plaats daarvan een ram, gevangen in een nabij gelegen bosje, te offeren als plaatsvervanger voor Isaak.

In de nasleep bekrachtigde God de beloften aan Abraham als zijnde onvoorwaardelijk. "Toen riep de Engel des Heren ten tweeden male van de hemel tot Abraham en zeide: Ik zweer bij Mijzelf, luidt het woord des Heren: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt ". (Genises 22:15-18)

Hier zijn enige voorname dingen op te merken. De beloften zijn niet langer afhankelijk van toekomstige daden van Abraham en zijn afstammelingen. Omdat Abraham deze uiterste test van gehoorzaamheid had doorstaan garandeerde God de onvoorwaardelijke toekomstige vervulling van Zijn beloften.

Aanvullend werd nu een ander onderdeel gegeven. Abrahams afstammelingen zouden uiteindelijk "de poorten van hun vijanden" bezitten. Een poort is een nauwe doorgang, een middel voor toe- en uitgang. Deze belofte betekent niet slechts, dat Abrahams afstammelingen vele volken zouden worden, maar dat zij de middelen zouden beheersen, waardoor hun vijanden moesten passeren om te komen en te gaan. We zullen de betekenis van deze opmerkelijke belofte later in dit boekje onderzoeken.

Beloften, beide Geestelijk en Fysiek, Vervuld

 "Maar zijn niet alle beloften aan Abraham in Christus vervuld?" zouden sommigen kunnen vragen. Dat is een vraag, die rechtstreeks uit de Bijbel beantwoord moet worden.

Volgens Galaten 3:26-29 is het duidelijk, dat alle ware Christenen worden beschouwd als geestelijke kinderen van Abraham en erfgenamen van de belofte. De uiteindelijke vervulling van Gods zegeningen over Abraham, omvat de belofte, dat hij en zijn geestelijke nakomelingen de hele aarde zullen erven (Romeinen 4:13; verg. Mathéus 5:5) Aan Abraham werd een eeuwigdurende erfenis beloofd (Genesis 17:8), wat met zekerheid het bezit van eeuwig leven veronderstelt!

Het ligt voor de hand, dat er een geestelijk aspect was bij de beloften, die God aan Abraham maakte! Gods genade zou worden uitgebreid naar de hele mensheiddoor dat ene Zaad, Christus (verg. Galaten 3:16) De Messias, afstammend van Abraham, zou Degene zijn door wie de zegeningen van verlossing van zonde en eeuwig leven mogelijk gemaakt zou worden voor de hele mensheid door Gods genade.

Er was echter ook een fysiek aspect aan de beloften aan Abraham. Het geboorterecht hield zowel beloften van nationale grootheid, als rijkdom in landbouw en delfstoffen, in. In Genesis 13:16 zei God aan Abraham, dat Hij zijn zaad talloos zou maken, als het stof van de aarde. Hier is duidelijk de verwijzing naar Abrahams talrijke fysieke afstammelingen, die nationale grootheid zouden erven en de poorten van hun vijanden zouden bezitten.

 De beloften aan Abraham omvatten beide, geestelijke en fysieke, bestanddelen.Zij verwijzen naar Jezus, de Messias, maar zij verwijzen ook naar de zegeningen van het geboorterecht, die zouden worden geschonken aan een menigte van zijn afstammelingen, die een groot volk en een grote groep van volken zouden worden.

Dit betekent niet, dat de ontvangers van deze zegeningen veel beter of meer bijzonder zijn dan degenen, die de zegeningen niet ontvingen. In feite zien we dat degenen, die de fysieke zegeningen ontvingen, deze voor het grootste deel hebben verspild en zich van God afgewend hebben, waarvoor zij Zijn oordeel onder ogen zullen moeten zien.

Het Begin van Israël

Jaren, nadat de beloften voor het eerst werden gemaakt, bekrachtigde God hen aan Abrahams zoon Isaak. "Vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de eed gestand doen, die Ik uw vader Abraham gezworen heb. En Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en Ik zal uw nageslacht al die landen geven, en met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten" (Genesis 26:3-5) De belofte aan Isaak was gebaseerd op Abrahams gehoorzaamheid aan God. (verg. Vers 24)

Isaak en zijn vrouw Rebecca hadden twee zonen. Hun namen waren Jacob en Ezau en ondanks het feit, dat ze tweelingen waren, waren zij vanaf het eerste begin totaal verschillend in temperament en karakter. Voorafgaand aan hun geboorte had God geopenbaard, dat de oudste, Ezau, de jongere Jacob zou dienen. (25:23)

Toch was Jacob, die een (natural wheeler-dealer) was, niet in staat te wachten tot God hem zijn geboorterecht-zegeningen zou geven. Hij beraamde zijn vader te bedriegen om dit zodoende veilig te stellen voor hemzelf, in het tijdschema, dat hij en zijn moeder hadden opgesteld. God stond dit toe, omdat het Zijn doel was, dat Jacob de beloften zou ontvangen. Jacob moest door ervaring enige moeilijke lessen leren om hem tot bekering te brengen.

Hoe dan ook, laat ons kijken, welke geboorterecht zegeningen Isaak aan Jacob schonk. " God zal u geven van de dauw des hemels en van de vette streken der aarde, en overvloed van koren en most. Volken zullen u dienen, en natien zich voor u nederwerpen; wees heerser over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen. Wie u vervloekt, zij vervloekt, en wie u zegent, zij gezegend " (Genises 27:28-29) Hier worden voor de eerste keer twee details genoemd. Ten eerste zouden Jacobs afstammelingen grote agrarische welvaart bezitten. Ten tweede zouden zij heerschappij verwerven over andere volken en nationaliteiten.

Na Jacobs bedrog van zijn broer zeiden Isaak en Rebecca hem naar het gebied te reizen, waar de familie van zijn moeder woonde. Daar kon hij een vrouw vinden en enige tijd verblijven, totdat de toorn van zijn broer was afgekoeld. Isaak's afscheidswoorden waren, "En God, de Almachtige, zegene u, Hij make u vruchtbaar en vermenigvuldige u, zodat gij tot een menigte van volken wordt. Hij geve u de zegen van Abraham, u en uw nageslacht met u, zodat gij het land uwer vreemdelingschap, dat God aan Abraham gegeven heeft, in bezit". (Genises 28:3-4)

Korte tijd later kwam God tot Jacob in een droom en werkte de beloften verder uit. In zijn droom zag hij een oneindige trap reikend naar de hemel en engelen opklimmend en neerdalend. "En zie, de Here stond bovenaan en zeide: Ik ben de Here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden". ( Genesis 28:13-14)

Voor de eerste keer leren we hier, dat de erfenis, die God aan Abraham beloofde meer bevatte dan alleen het land in het Midden-Oosten. Jacobs nakomelingen moesten zich verspreiden vanuit die erfenis en de hele wereld er in betrekken. Hun erfenis zou hen in contact brengen met mensen over de hele aarde.

Het verhaal gaat verder in Genesis en wij zien de lessen, die Jacob leerde gedurende de tijd van zijn verbanning uit Kanaän. Toen hij tenslotte terugkeerde naar zijn vaderland, ontmoette God hem op een plaats, die later Peniel werd genoemd. Nadat Jacob de hele nacht had geworsteld met de Goddelijke Boodschapper, zei God hem " Toen zeide hij: Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israel, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht". (Genises 32:28) Jacob-Israël was de vader van twaalf zonen, die de stamvaders waren van de 12 stammen van Israël.

De beloften werden doorgegeven van vader op zoon en zijn geleidelijk uitgespreid. Er komt nog veel meer! Aan Abraham is gezegd, dat hij "vele volken" zou produceren, die grote nationale grootheid zouden verwerven en dat hij ook de opkomst zou geven aan een koninklijke lijn. Deze belofte werd nu verdeeld tussen twee van Jacobs 12 zonen. Merk de duidelijke schets op, die in 1 Kronieken 5:1-2 wordt gegeven, "De zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israel, want hij was de eerstgeborene, maar omdat hij de legerstede van zijn vader had ontwijd, was zijn eerstgeboorterecht geschonken aan de zonen van Jozef, de zoon van Israel maar deze werd niet in het register als eerstgeborene ingeschreven; wel was Juda de sterkste onder zijn broeders en een uit hem werd tot vorst, maar het eerstgeboorterecht viel ten deel aan Jozef".

Aan Juda werd duidelijk de scepter belofte van een koningslijn gegeven, culminerend in de Messias, die de koning der koningen zou worden. Maar let op! De geboorterecht beloften van nationale grootheid gingen NIET NAAR DE JODEN, maar naar de afstammelingen van Jozef. Dit begrip is de sleutel, die al het andere begint te openen!

leeg

Efraïm en Manasse ontvangen het geboorterecht

Laat ons verder kijken, hoe de geboorterecht beloften werden uitgewerkt voor de nakomelingen van Jozef. Een belangrijk deel van dit verhaal gebeurde korte tijd voor de dood van Jacob-Israël. Op dat moment leefden hij en zijn hele familie in Egypte, waar Jozef diende als bestuurder, direct onder Farao. Jozef bezocht zijn oude en zwakke vader en bracht zijn twee zonen, Efraïm en Manasse mee. Een weinig begrepen ceremonie deed zich tijdens dit bezoek voor.

In Genesis 48:5, deelde Israël Jozef mee, dat hij Efraïm en Manasse adopteerde - dat zij als van hem beschouwd zouden worden en daarom als zodanig behorend tot de stammen van Israël. Aldus kreeg Jozef een dubbele portie. Nadat Jozef zijn zonen dichterbij bracht, omhelsde Israël hen en ging verder om hen de handen op te leggen en hen apart te zetten voor een bijzondere zegening.

Op dit moment gebeurde een opmerkelijke gebeurtenis. Jozef had doelbewust de jongens zo opgesteld, dat de oudste, Manasse, aan Israëls rechterzijde stond en de jongste, Efraïm stond aan zijn linkerzijde. Dit was, zodat hij zijn rechterhand zou plaatsen op Manasse, wat de grotere zegening betekende en de linker op Efraïm. Israël kruiste evenwel zijn handen en legde de rechterhand op Efraïm en de linker op Manasse. Toen Jozef dit zag probeerde hij dat te corrigeren, wat hij als vergissing waarnam van de kant van zijn bijna blinde vader. Israël weigerde echter en legde uit, dat deze kruising van zijn handen doelbewust was. Israël vertelde Jozef, dat zijn oudste zoon Manasse, een groot volk zou worden, maar dat Efraïm een menigte of groep van volken (vers 19) zou worden. Hier zien we, dat een groot volk en ook een grote groep van volken zouden voortkomen uit de nakomelingen van Jozef.

Zij waren degenen, die de geboorterecht zegeningen van nationale grootheid zouden ontvangen. Dit was inclusief het bezit van strategische controleposten, waar hun vijanden moesten passeren, onmetelijke rijkdom aan landbouw en delfstoffen en aanzien als wereldmachten, die over andere volkeren overheersing zouden uitoefenen. Omdat God had beloofd, dat zij een zegen zouden zijn voor andere volken, weten we, dat hun overheersing als wereldmachten globaal zou worden uitgevoerd op een weldadige manier.

Zijn er historische vermeldingen van deze vervulde beloften? Laten wij, voordat we dat onderzoeken, kijken naar wat meer bijzonderheden, die zich in het boek Genesis ontvouwen. Korte tijd, nadat hij Efraïm en Manasse adopteerde en de geboorterecht zegeningen op hen had overgedragen, riep Israël al zijn zonen aan zijn bed. Hij was aan het einde van zijn lang leven en wilde zijn laatste aanmaning en zegen aan zijn familie geven.

Merk op wat hij hen zei. "En Jakob ontbood zijn zonen en zeide: Komt bijeen, opdat ik u bekend make, wat u in toekomende dagen wedervaren zal ".(49:1) Israëls profetie, die volgde, was niet voor zijn tijd of voor de tijd, dat zijn nakomelingen uit Egypte zouden komen en het Beloofde Land in zouden gaan. Het was voor het einde der tijden! Klaarblijkelijk zouden de nakomelingen van Israël in de eindtijd nog bestaan als afzonderlijke, herkenbare stammen.

Let op zijn woorden voor Jozef: "Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit". (vers 22) Dit is een poëtische zinspeling voor een volk, dat zich zou vermenigvuldigen en zich overal naar zou verspreiden. Per slot van rekening moesten de zonen van Jozef de opkomst geven van een groot volk en een grote groep van volken. Israël voorzag hen daarom als een groot koloniserend volk. Hij droeg ook de zegeningen van de hemel boven over en van de diepten, die beneden liggen. Dit houdt in grote rijkdom aan delfstoffen (zegeningen van de diepten) alsook zegeningen van het weer, die grote rijkdom in de landbouw zou verschaffen. (zegeningen van de hemel)

 Maar werden deze fabelachtige beloften ooit vervuld voor de afstammelingen van Efraïm en Manasse? De ware echtheid van Uw Bijbel als het Woord van God staat of valt op dat punt!

Nadat zij Egypte verlieten, woonden de stammen van Israël voor eeuwen in het gebied van het Midden-Oosten, dat God had beloofd. Er is geen vermelding, dat Efraïm en Manasse ooit een groot volk en een groep van volken is geworden, voorafgaand aan Israëls gevangenschap. Zij zijn nooit een zegen voor alle volken van de wereld geworden, voordat zij in Assyrische gevangenschap gingen in de achtste eeuw voor Christus. Het is duidelijk, dat de vervulling van de beloften, die God aan Abraham maakte en bekrachtigde aan zijn afstammelingen zich niet voordeed, voordat de tien stammen van Israël verdwenen van de bladzijden van Uw Bijbel en daarna van de bladzijden van de seculiere geschiedenis.

Hoe deze beloften, zoals we zullen zien, toch werden vervuld, is "de rest van het verhaal! "

Israëls Gevangenschap en Verloren Identiteit

Voordat de kinderen van Israël ook maar het Beloofde Land binnen gingen, werd Mozes door God geïnspireerd om hen te waarschuwen voor de toekomst. De beloften van God waren zeker, maar het JUISTE TIJDSTIP van vervulling was aan God enHING AF VAN Israëls HOUDING.

In Leviticus 26:1-2 waarschuwde God de Israëlieten, door Mozes, "Gij zult u geen afgoden maken.....Mijn sabbatten zult gij houden en mijn heiligdom ontzien, Ik ben de Here" Hij ging verder met hen te zeggen dat, "indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt, dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagtindien gij in Mijn inzettingen wandelen en Mijn geboden houden en die doen zult, zo zal Ik u regens geven op hun tijd; het land zal zijn inkomst geven en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven". (verzen 3-4) In de volgende verzen omschreef God nauwkeurig de zegeningen van overvloed uit de landbouw en vrede, die zou komen over het volk, als het trouw was. In vers 12 besloot Hij Zijn beloofde zegeningen door mede te delen: "Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk".

Net zoals er zegeningen waren voor gehoorzaamheid, zo waren er echter ernstige gevolgen voor ongehoorzaamheid. Wanneer Israël in afgodendienst verviel en Gods Sabbatten vergat, zou God het volk voor haar daden straffen. In de verzen 16 en 17 omschreef Hij nauwkeurig de straffen, die zouden volgen door ziekten en vijandige invallen in hun gebied. Wat zou er gebeuren als Israël, na herhaalde bestraffing, volhardde in rebellie tegen God en Zijn wetten? Vers 18 zegt ons: "En indien gij desniettegenstaande niet naar Mij luistert, dan zal Ik u blijven tuchtigen wegens uw zonden, tot zevenmaal toe". Het Hebreeuwse woord hier vertaalt als "zevenvoudig" kan verwijzen naar of tijdsduur of de intensiteit van de bestraffing.

Zevenvoudige Bestraffing

In Daniël 4 lezen wij over een droom, die Koning Nebukadnezar van Babylon had. In de droom werd hem gezegd, dat hij gestraft zou worden voor zijn trots door het verlies van zowel zijn koninkrijk als van zijn geestelijke gezondheid. In deze droom werd hem gezegd, dat "zeven tijden" voorbij zouden gaan voor zijn herstel. In de historische vervulling van deze droom is het duidelijk, dat de zeven tijden een periode was van zeven letterlijke jaren.

  • Wat waren de zeven tijden van Israëls bestraffing, beloofd in Leviticus 26:18?

  • Als dit wijst op een tijdsduur, hoe lang zou dit dan duren?

Begrip hebben van de betekenis van Israëls zeven tijden bestraffing, opent de geschiedenis naar een veel diepere betekenis, dan U waarschijnlijk ooit tevoren hebt begrepen.

Laat ons als eerste de vraag omtrent de lengte van de "zeven tijden" beantwoorden. Hoeveel dagen zouden "zeven tijden" zijn? In Openbaring 11 en 12 vinden wij de sleutels om dit te begrijpen.

Openbaring 11:2-3 stelt twee tijdsperioden gelijk: 42 maanden en 1260 dagen. Dit is eenvoudig te begrijpen, daar er precies 1260 dagen zijn in 42 maanden van 30 dagen. In Openbaring 12:6 vinden wij nog een vermelding van 1260 dagen, maar deze keer wordt dit cijfer in vers 14 vergeleken met de term, "tijd, tijden en een halve tijd". Wij hebben reeds gezien, dat 1260 dagen gelijk gesteld werden met 42 maanden, wat precies drie en een half jaar is. Het is dus duidelijk, dat de Bijbel "tijd, tijden en een halve tijd" gelijk stelt met een periode van drieëneenhalf jaar van 1260 dagen.

"Zeven tijden" is tweemaal de duur van "tijd, tijden en een halve tijd". (of drie en een half jaar) Daarom zou zeven tijden een duur voorstellen van 2.520 dagen. (tweemaal de lengte van 1260 dagen) Hoeveel tijd van bestraffing op Israël zouden deze 2520 dagen voorstellen in Bijbelse profetie? Laat ons kijken, om dit te helpen begrijpen, naar een ander voorval van bestraffing voor Israël. Numeri 13 en 14 geven een verslag van Mozes, die 12 spionnen uitzond, één van elke stam, om het Beloofde Land te onderzoeken. Tien spionnen brachten een slecht verslag uit, waardoor het volk ontmoedigd raakte en er voor zorgde, dat zij weigerden het land binnen te gaan. God was zeer ontstemd over het gebrek aan geloof van het volk. Let op de consequenties, die volgden, "overeenkomstig het aantal dagen, gedurende welke gij het land verspied hebt veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig jaar lang boeten, voor elke dag een jaar, opdat gij weet wat het betekent, als Ik Mij afkeer". (Numeri 14:34)

Israëls ongehoorzaamheid leidde tot een uitstel van 40 jaar, vòòr het binnengaan van het Beloofde Land en het erven van de beloften, die God maakte aan hun voorvaders. De 40 jaar van bestraffing waren berekend op het principe van een dag voor een jaar. Een zelfde punt wordt gemaakt in Ezechiël 4 over bestraffing van Juda en van Israël. In dit verslag moest de profeet Ezechiël elke dag op zijn linkerzijde liggen, gedurende 390 dagen, om de duur van Gods bestraffing op Israël te symboliseren. Toen werd hem gezegd zich om te draaien en elke dag op zijn rechterzijde te liggen, gedurende 40 dagen, teneinde de bestraffing op Juda te tonen. Vervolgens werd Ezechiël gezegd: "voor elk jaar leg Ik u een dag op". (vers 6) Met andere woorden, opnieuw werd een dag gelijk gesteld met een jaar in de vervulling van bepaalde Bijbelse profetieën.

Met iedere dag, voorstellende een jaar in de vervulling van Israëls bestraffing, zouden zeven tijden 2.520 jaar voorstellen. Wat is de volle betekenis van deze tijdsperiode? We zullen spoedig het verbazingwekkende antwoord zien. Maar laten we eerst onderzoeken, waarom Israël eigenlijk in gevangenschap ging.

Waarom de Tien Stammen in Gevangenschap Gingen

In Leviticus 26 maakte God het duidelijk, dat wanneer Israël afgoden begon te vereren en Zijn Sabbat brak, Hij door straf hun aandacht zou trachten te krijgen. Door het boek Richteren heen is vervulling van deze profetie te zien, toen Israël in zonde verviel en God terroristische invallen door omliggende landen toestond om Israëls vrede en haar economie te verstoren. Soms brachten deze landen Israël zelfs voor jaren onder hun rechtstreekse heerschappij. Deze cyclus duurde meer dan drie eeuwen voort, voordat de monarchie werd gevestigd

Zoals wij reeds gezien hebben viel het koninkrijk Israël na de dood van Koning Salomo uiteen in twee totaal afzonderlijke naties. De noordelijke tien stammen kozen Jerobeam, de zoon van Nebat als hun koning, terwijl Juda loyaal bleef aan Rehabeam, de zoon van Salomo. Kort na de afscheiding van het koninkrijk maakte Jerobeam een beslissing, die voor de rest van hun geschiedenis van invloed is geweest op de tien stammen van Israël.

We lezen dit beslissende verhaal in I Koningen 12. Jerobeam begon te vrezen, dat de tien stammen in de toekomst zouden verlangen naar hereniging met Juda. Hij besliste, dat het opgaan ieder jaar naar Jeruzalem gedurende het feestseizoen om God te aanbidden, zou leiden tot heimwee naar "de goede oude tijd". Hij vreesde een toekomstig vurig verlangen naar de tijd, dat zij één natie waren onder Davids dynastie in Jeruzalem. Hij geloofde, dat dit uiteindelijk zou leiden tot afzetting van hemzelf of zijn nakomelingen.

Toen hij dit probleem overdacht, kwam Jerobeam met, wat hij beschouwde als oplossing. Hij riep het volk samen en deelde enige veranderingen mee. Om de dingen eenvoudiger te maken, zei hij hen, dat zij voortaan twee plaatsen voor aanbidding zouden hebben in Noord Israël, waaruit gekozen kon worden. Op deze manier zouden zij niet langer de hele weg naar Jeruzalem hoeven te gaan. Hij vestigde zijn nieuwe plaatsen van aanbidding in de stad Dan in het noorden en in Bethel in het zuiden. Op iedere locatie zou een gouden kalf het voorwerp van aanbidding zijn. Bovendien zou het Levitische priesterschap vervangen worden door mannen, die loyaal waren aan Jerobeam en zijn nieuwe religie. Ons wordt in feite gezegd, dat Jerobeam "stelde priesters aan uit alle kringen van het volk, die niet tot de Levieten behoorden". (I Koningen 12:31) Alsof dit alles niet genoeg was introduceerde hij ook een verandering in het tijdstip van Gods jaarlijkse feesten. Het Loofhuttenfeest, welke gevierd wordt in de zevende maand van Gods heilige kalender, werd opgeschort naar de achtste maand.

Gedurende de resterende 200 jaar van het bestaan van Noord Israël als een onafhankelijke natie kwamen en gingen vele dynastieën. Ongeacht wie koning was echter, ons wordt steeds weer verteld, dat "hij wandelde in de weg van Jerobeam en in de zonde die deze Israel had doen bedrijven". (verg. : I Koningen 15:34; 16:19; II Koningen 3:3; 10:29; 13:2, 6, 11; 14:24; 15:18, 24, 28; 17:22) De tien stammen negeerden Gods waarschuwingen, die door Mozes aan hun voorvaders waren gegeven. Zij vereerden afgoden, overtraden Gods Sabbatten en in het algemeen hielden zij eenvoudig Gods wetten niet.

De consequenties waren onvermijdelijk. God had eeuwen geleden door Mozes gewaarschuwd, dat een "zevenvoudige" bestraffing zou komen over hen, als zij volhardden in ongehoorzaamheid. Uiteindelijk vielen in het midden van de achtste eeuw legers van het machtige Assyrische Rijk Israël binnen.

Koning Menahem van Israël bracht respijt door een grote som geld te geven aan de Assyrische koning Pul om zich terug te trekken. Een paar jaar later echter, gedurende de regering van één van Menahems opvolgers, Pekah, kwamen de Assyriërs terug onder Tiglathpileser. Dit keer onderwierpen de Assyriërs het grootste deel van het oostelijk en noordelijk deel van het koninkrijk. Diverse stammen, inclusief velen van Ruben, Gad en Naphtali werden in gevangenschap genomen en op transport gesteld naar Assyrië. Gedurende de regering van Pekahs opvolger Hoshea, verergerden de dingen. De Assyriërs kwamen terug onder hun nieuwe koning, Shalmaneser en vorderden belastingen van het overblijfsel van Israël. Zij keerden een paar jaar later terug en sloegen beleg op Samaria. Na een belegering van drie jaar viel Samaria. De Assyriërs deporteerden toen massaal de bevolking van de tien stammen van Israël.

GEVANGENNEMING VAN ISRAëL EN JUDA

leeg

Israëls Laatste Kans

Het duurde jaren om deze deportatie te voltooien. Voordat het heel ver gevorderd was, kwam een rechtvaardige koning op de troon in Juda, het zuidelijke koninkrijk. Deze koning, Hezekiah, nam de volledige macht in handen in 714 vC, na de dood van zijn vader, Ahaz. Hij was verscheidene jaren mede regeerder geweest met zijn vader, maar had geen onafhankelijke macht tot aan de dood van zijn vader. Hij was, in scherp contrast met zijn vader, een man, die met heel zijn hart trachtte God te volgen. In het eerste begin van zijn alleenheerschappij nam hij het initiatief voor een opleving in Juda. Hij opende de tempel in Jeruzalem en deed een beroep op de mensen zich te bekeren en zich opnieuw te wijden aan het vereren van de ware God.

Hezekiah zei tot het volk, "want onze vaders zijn ontrouw geweest, zij hebben gedaan wat kwaad was in de ogen van de Here, onze God, en hebben Hem verlaten, hun aangezicht afgewend van de woning des Heren en haar de rug toegekeerd. ......zodat de toorn des Heren op Juda en Jeruzalem rustte en Hij hen maakte tot een voorwerp van schrik en ontzetting en tot een aanfluiting, zoals gij met eigen ogen kunt aanschouwen. Zie, hierom zijn onze vaders door het zwaard gevallen, en zijn onze zonen, onze dochters en onze vrouwen in gevangenschap. Thans is het mijn voornemen een verbond te sluiten met de Here, de God van Israel, opdat zijn brandende toorn zich van ons". (II Kronieken 29:6-10)

Deze opleving onder Hezekiah bood Juda niet alleen uitstel van het zwaard van de Assyriërs, die het koninkrijk Israël net ten noorden van hen aan het vernietigen was, het was ook een laatste kans voor de noordelijke tien stammen om totale verbanning af te wenden. Laten wij zien, wat koning Hezekiah deed: "toen zond Jechizkia een boodschap tot geheel Israel en Juda, ja, zelfs schreef hij brieven aan Efraim en Manasse, dat zij zouden komen naar het huis des Heren te Jeruzalem, om voor de Here, de God van Israel, het Pascha te vieren .... Toen namen zij het besluit, een bevel te laten uitgaan door geheel Israel van Berseba tot Dan, om in Jeruzalem de Here, de God van Israel, het Pascha te komen vieren, want men had het niet, zoals was voorgeschreven, algemeen gevierd". ( II Kronieken 30:1, 5)

Hezekiah's boodschappers waarschuwden de overgebleven inwoners van het noordelijke koninkrijk, " Weest thans niet hardnekkig zoals uw vaderen, geeft de Here uw hand en komt tot zijn heiligdom... Want, wanneer gij wederkeert tot de Here, dan zullen uw broeders en zonen erbarming vinden bij degenen die hen als gevangenen hebben weggevoerd, en dan zullen zij naar dit land wederkeren... " (II Kronieken 30:8-9)

Wat was het antwoord van Israël? "Toen de ijlboden van stad tot stad door het land van Efraim en Manasse trokken en tot Zebulon toe, lachte men hen uit en bespotte men hen. Maar enige mannen uit Aser, Manasse en Zebulon verootmoedigden zich en kwamen naar Jeruzalem". (II Kronieken 30:10-11) Over het algemeen negeerde Israël de waarschuwing van koning Hezekiah en zijn oproep tot bekering - de laatste waarschuwing, die zij zouden ontvangen. In de jaren direct daarop volgend deporteerden de Assyriërs noordelijk Israël volledig en brachten mensen van babylonische afkomst binnen om zich daar opnieuw te vestigen. Deze nieuwkomers werden later bekend als Samaritanen, genoemd naar de hoofdstad van Israël.

Israël was begonnen aan een Odyssee, die na vele eeuwen pas zou eindigen - 2.520 jaar zouden voorbij gaan, voordat de afstammelingen van Israël de zegeningen van het geboorterecht, die aan hun voorvaders beloofd waren, zouden beginnen te ontvangen. 2.520 jaar - een jaar voor een dag - zouden zij Gods "breuk van belofte" ervaren.

Israëls Verloren Identiteit

In Exodus 31:12-17 onderwees God Mozes, dat Zijn Sabbatten voor eeuwig een teken moesten zijn tussen Hem en Israël. Een teken is iets, dat identificeert. De Sabbat is een eeuwigdurende herinnering van wie God is en wie Zijn volk is. Zolang Israël de Sabbat hield, handhaafden zij hun identiteit.

Tot op deze dag heeft het volk van Juda hun identiteit gehandhaafd, ongeacht in welke uithoek van de wereld zij ook mogen wonen. Zij hebben vastgehouden aan het teken van de Sabbat en hebben nooit uit het oog verloren, wie ze zijn.

Israël daarentegen heeft vanaf de tijd van koning Jerobeam Gods Sabbatten verlaten en vervangen door hun eigen dagen van aanbidding. Als resultaat onderscheidde Israël zich niet als verschillend van de omliggende naties en volken, toen zij in gevangenschap waren. Degenen, die zij ontmoetten associeerden hen niet met de Joden en uiteindelijk vergaten de meeste Israëlieten zelf hun ware oorsprong.

Vele van de gebruiken, die Israël meenam in gevangenschap, waren ontleend aan de heidense naties rond hen. Ten tijde van Israëls Assyrische gevangenschap was de profeet Micha in Juda. Hij waarschuwde Israël voor hun dreigende gevangenschap en waarom het zou komen. "Want de inzettingen van Omri worden onderhouden en al de werken van het huis van Achab, en gij wandelt in hun raadslagen, opdat Ik u zou overgeven tot een voorwerp van ontzetting en haar inwoners tot een aanfluiting; zo zult gij de smaad van mijn volk dragen". (Micha 6:16)

  • Wie was Omri en wat waren zijn statuten?
  • Wat heeft dit te maken met Israëls verloren identiteit?

Gevangen Israëlieten werden Bekend als Cimmeriërs

In gevangenschap verloor Israël zelfs zijn nationale naam. Omdat zij hun teken van identiteit, die God instelde, hebben opgegeven, zijn de Israëlieten verloren gegaan voor de meeste seculiere historici. Zij waren stellig evenwel niet verloren voor God. Let op de boodschap, die door Hem geïnspireerd, door de profeet Amos opgetekend moest worden in de jaren voorafgaand aan Israëls gevangenschap. "Zie, de ogen des Heren Heren zijn tegen het zondige koninkrijk, en Ik zal het verdelgen van de aardbodem. Evenwel zal Ik het huis Jakobs niet geheel en al verdelgen, luidt het woord des Heren. Want zie, Ik geef bevel, en Ik schud het huis van Israel onder al de volken, gelijk men met een zeef schudt, en geen steentje zal ter aarde vallen". (Amos 9:8-9)

In I Koningen 16 lezen wij over Omri en hoe hij opklom naar macht. Hij bracht zijn voorganger, Zimri ten val en vestigde een machtige dynastie. Hoewel hij slechts 12 jaar regeerde, stichtte hij de hoofdstad van Samaria en stelde wetten in werking, die het land voor de rest van haar geschiedenis bestuurden. Zijn rol als wetgever was zo gevestigd, dat 150 jaar na zijn dood en vele dynastieën later, de profeet Micha nog refereerde aan Israël als de houders van "de statuten van Omri". Klaarblijkelijk had het Huis van Israël de wetten van God, door Mozes gegeven, verworpen en in plaats daarvan gekozen om de wetten te houden, die door Omri waren vastgesteld. "Omri", zo wordt ons door de Bijbel gezegd, "deed wat kwaad is in de ogen des Heren, ja hij maakte het erger dan allen die voor hem geweest waren". (I Koningen 16:25)

Het is daarom duidelijk, dat de statuten van Omri religieuze heidense praktijken inhielden. Zijn zoon, Ahab, was getrouwd met Jezebel, dochter van Ethbaal, priesterkoning van de Sidoniërs, die Baäl vereerden. Hoewel veel van het uiterlijke vertoon van Baälverering later werd verwijderd door de latere koning, Jehu, keerde Israël nooit echt terug naar God.

Merk op wat de commentaren van Lagers Encyclopedie van de Wereld Geschiedenis zeggen ten aanzien van de omvang van de invloed van Omri. "Omri vestigde een langdurige dynastie. Hij bouwde een nieuwe hoofdstad in Samaria en hernieuwde verbonden met Tyre.... Hij heroverde ook Moab, zoals we leren uit het Mesha opschrift. Omri was klaarblijkelijk een sterke koning. De Assyriërs noemden Israël naar zijn naam, Bit Omri (Khumri)". (editie 1968, pag. 44)

De geschiedenis van de oude wereld, los van wat is opgetekend in de Bijbel, is ons overgeleverd door de geschriften en gedenktekens van de grote wereldrijken in de oudheid en door de geschriften van Griekse historici. De Assyriërs gebruikten op hun gedenktekens niet de naam "Israël", maar verwezen liever naar de "Khumri". Onder deze naam was Israël in gevangenschap bekend. Deze naam en varianten ervan in de talen van de naburige volken, is de naam waaronder het volk Israël herkend wordt in de seculiere geschiedenis.

Het volk, dat geïdentificeerd werd als Khumri op de Assyrische gedenktekens, werd in de Babylonische taal Gimmirra (of Gimiri) genoemd. De Griekse geografen, zoals Herodotus, noemden hen Cimmeriërs. Zo zijn de namen, waaronder Israël bekend was in de seculiere geschiedenis, de namen waar anderen hen naar noemden en die namen varieerden in spelling en uitspraak, al naar gelang de taal van de schrijver.

Israëls Migraties

Wat gebeurde met de Israëlieten, die gevangen genomen waren door de Assyriërs? De Bijbel zegt ons, dat zij werden gevestigd bij de rivier Gozan en in de steden van de Meden. Gozan was een zijrivier van de noordelijke Eufraat rivier. De steden van de Meden lagen in het gebied net ten zuiden van Armenië, tussen de Zwarte en de Kaspische zee.

Het apocriefe boek 2 Esdras ongeveer een eeuw, voorafgaand aan de tijd van Christus geschreven, vermeldt de traditie, die onder de Joden wordt bewaard. "Dat zijn de tien stammen, die als gevangenen werden weggevoerd uit hun eigen land.... en hij (Salmaneser) droeg hen mee over de wateren en zo kwamen zij in een ander land. Maar zij beraadslaagden onder elkaar, dat zij de menigte van heidenen zouden verlaten en vertrekken naar een ver land, waar nog nooit mensen woonden.... En zij gingen binnen door de nauwe doorgangen van de Eufraat rivier". (II Esdras13:40-43)

Door te zeggen, dat de migrerende Israëlieten de "nauwe doorgangen van de rivier" volgden, betekent eenvoudig, dat zij noordwaarts gingen door de nauwe bergpassen van de bovenloop van de Eufraat. Dit bracht hen ten noorden van de Kaukasus bergen en aan de noordelijke kust van de Zwarte Zee. Dat is precies, waar historici de Cimmeriërs plaatsen, die later het stroomgebied van de rivieren Donau en Rijn afreisden naar noordwest Europa.

Lempriere's Classical Dictionary plaatst de Cimmeriërs "...bij de Palus Maeotis". (pag. 149) Palus Maeotis was de naam, die de oude Grieken gaven aan het grote meer op de noordelijke punt van de Zwarte Zee, nu de Zee van Azof genoemd. Vanuit dit gebied migreerden sommigen van de Cimmeriërs rechtstreeks via het rivierenstelsel noordwest Europa binnen, terwijl anderen Klein Azië binnen vielen en nadat zij eruit gedreven waren ook noord Europa binnen gingen.

Met betrekking tot de intocht van de Cimmerisch-Israëlieten in noordwest Europa, stelt M. Guizot in The History of France from Earliest Times to 1848 (De Geschiedenis van Frankrijk van de vroegste tijden tot 1848), "Van de zevende tot de vierde eeuw vC. verspreidden zich een nieuwe bevolking uit over Gallië, niet ineens, maar door een reeks van invallen, waarvan de twee voornaamste plaats vonden op de twee uitersten van dat tijdperk. Zij noemden zichzelf Kymrians of Kimrians... de naam van een volk, die door de Grieken geplaatst werden op de westelijke oever van de Zwarte Zee en op het Cimmerische schiereiland, die tot op deze dag Crimea wordt genoemd". (pag. 16) Door de Romeinen Galliërs of Kelten genaamd, spreidde dit volk zich uit over wat tegenwoordig Frankrijk is en de Britse eilanden.

De drukste perioden van deze migratie naar noordwest Europa waren kort na de oorspronkelijke invasies van Assyrië en bijna 400 jaar later weer. In 331 vC. versloeg Alexander de Grote de Meden en de Perzen. De Israëlieten, die zich nog in het vroegere gebied van de Meden bevonden waren nu vrij om te vertrekken. Het is interessant, dat dit 390 jaar markeert van de val van Samaria tot de omverwerping van de Meden. (721 vC. - 331vC.) De exacte periode, die Ezechiël had voorspeld voor het Huis Israël in Ezechiël 4:5.

Een andere oude naam, waaronder de verbannen Israëlieten bekend waren, is "Scyten". Een uitgestrekt gebied, dat tegenwoordig de Europees-Aziatische vlakte van Rusland is, werd vroeger Scythië genoemd. Verscheidene volken bewoonden dit enorm gebied, vele stammen van verbannen Israëlieten inbegrepen. Volgens de Griekse historicus Herodotus, "...noemden de Perzen hen Sacae, aangezien dat de naam is, die zij aan alle Scythiërs gaven". (The Persian Wars, VII, 64) (De Perzische Oorlogen) Het woord Sacae of Sakae is uiteindelijk afgeleid van Isaak, voorvader van de Israëlieten. Dit is de ware oorsprong van de naam Schotland, Saksen en Scandinavië.

De Schotten bewaren het verhaal van hun Scytische afkomst in het meest beroemde document van de Schotse geschiedenis, de Verklaring van Arbroath. Deze verklaring werd geschreven in 1320 en getekend door Robert The Bruce en zijn edelen. Hierin staat de verklaring, dat de Schotten "...reisden van Groot Scythië via de Tyrrheense Zee...zij kwamen 1200 jaar, nadat het volk Israël de Rode Zee was over getrokken (ca. 250 vC.), naar hun huis in het Westen, waar zij tegenwoordig nog wonen". Het origineel van deze oude brief, door velen "Schotlands meest dierbare bezit" genoemd, is uitgestald in een glazen kist in het Register House in Edinburg. Aan het perkament zijn de zegels gehecht van de 25 Schotse edelen, die ondertekend hebben. Zo zien wij, dat de tien stammen van Noord Israël ontworteld werden uit hun geboorteland in de achtste eeuw voor Christus en door hun veroveraars naar verschillende gebieden getransporteerd werden. Omdat zij hun identiteit kwijt raakten werden zij in de geschiedenis bekend onder een aantal verschillende namen. Welsen (van Wales), Kelten en Scytiërs zijn er maar enkelen van. Tegenwoordig kunnen we, geleid door oude aantekeningen, de migraties van deze volken volgen van de Zwarte Zee naar de Britse eilanden en Noordwest Europa.

Hoe kan dit alles kloppen met de profetieën van Uw Bijbel? Lees verder voor de verrassende antwoorden.

De Beloften van het Geboorterecht zijn Vervuld

In de oude tijden maakte God opmerkelijke beloften aan Abraham en zijn afstammelingen. We hebben reeds gezien, dat de noordelijke tien stammen ontworteld werden uit hun land en dat zij uiteindelijk migreerden naar Noordwest Europa. Hoe liep het af met de vervulling van de beloften aan Abraham?

Laat ons kijken naar de opmerkelijke manier, waarbij God in de geschiedenis heeft ingegrepen om Zijn doel te volbrengen en Zijn woord te vervullen.

Zeven profetische perioden - 2.520 jaar - gingen voorbij vanaf de tijd van de val van Samaria en Israëls gevangenschap in 721 vC. Dit brengt ons naar 1800 nC. en de tijd, dat volgens de Bijbel Abrahams afstammelingen in het bezit zouden beginnen te komen van de beloften van het geboorterecht. Het opmerkelijke verhaal, dat zich in de geschiedenis van de Engelstaligen na 1800 ontvouwt, is verbazingwekkend.

Laten wij in het kort kijken naar de geschiedenis van Europa om volledig te begrijpen, wat er gebeurde en het in perspectief te zetten. Aan het einde van de elfde eeuw na Christus waren de meeste Europese migraties voltooid en de meeste naties waren in de gebieden waar we hen tegenwoordig vinden. De Israëlieten waren, uitgespreid over eeuwen, in golven van migratie in de nieuwe landen aangekomen, die bestemd waren door hen te worden geërfd. Per slot van rekening had God in vroegere tijden aan Jakob gezegd, dat zijn afstammelingen zich zouden verspreiden naar het noorden, het westen, het oosten en het zuiden. (Genesis 28:14)

Gedurende de 10 eeuwen, vanaf de val van Rome tot de vijftiende eeuw, werd Europa totaal gedomineerd door de Katholieke Kerk en was in de weeën van armoede, onwetendheid en oorlog. Het grootste deel van deze periode wordt van oudsher door de historici "de duistere middeleeuwen" genoemd. In de laatste helft van de vijftiende eeuw vonden er drie opmerkelijke gebeurtenissen plaats.

  • De eerste was de val van Konstantinopel aan de Turken in 1453. Dit bracht een toevloed aan geleerden en Griekse manuscripten van het Nieuw Testament naar West Europa.
  • Ten Tweede perfectioneerde Johannes Gutenberg het gebruik van bewegende lettervormen en de drukkunst industrie was geboren. Dit maakte de verstrekkende verspreiding van kennis mogelijk.
  • In 1492 ontdekte Christoffel Columbus land, aldus een begin makend met de ononderbroken verbinding tussen Europa en de nieuwe wereld van Amerika.
  • Tenslotte verrees Engeland intussen uit de binnenlandse strijd van de Rozenoorlogen.

Eindelijk verrees een stabiele regering onder de Tudor dynastie van Hendrik VII. In de volgende eeuw vond een opmerkelijke verandering plaats in Engeland. Het kunnen lezen en schrijven spreidde zich uit, de katholieke macht werd ten val gebracht en het kleine eiland natie begon zich te ontwikkelen als een zeemacht.

Het jaar 1588 was een vast punt in de Engelse geschiedenis. Spanje had zich ten doel gesteld om Engeland te veroveren en het terug te brengen in de schoot van de Katholieke Kerk. Overeenkomstig dit doel zeilde een reusachtige Armada vanuit Spanje. Verpletterd door stormwinden ter hoogte van de kust van Engeland was de Armada verslagen en het kleine Engeland was gered.

Merk op wat Sir Winston Churchill in zijn Geschiedenis van de Engelssprekende volken, schreef. "Maar voor het Engelse volk als geheel kwam de nederlaag van de Armada als een wonder. 30 Jaar had de schaduw van de Spaanse macht het politieke toneel verduisterd. Een golf van religieuze emoties vulde de menselijke geest. Een van de medailles, geslagen ter herdenking van de overwinning, draagt het opschrift 'Alflavit Deus et dissipantur' - 'God blies en zij werden uiteen gedreven.' Elizabeth en haar zeelui wisten hoe waar dit was". (deel II, pag.131)

Deze wonderbaarlijke overwinning garandeerde, dat Engeland niet terug zou komen onder de overheersing van het Pausdom en maakte de weg vrij voor toekomstige godsdienst vrijheid in Engeland. Een bewustzijn van Gods rol in de Engelse geschiedenis voedde een herontdekte interesse in de Bijbel. Deze interesse resulteerde in de vertaling en wijdverspreide uitgave van de Bijbel tijdens de regering van de opvolger van Koningin Elizabeth, Koning Jacobus I.

Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw zwierven Engelse zeelui en ontdekkingsreizigers over de aarde. Dit markeerde het begin van Engeland als zeemacht en bereidde alles voor op toekomstige grootheid in de handel en economie.

Toen het jaar 1800 aanbrak bezaten Engeland en haar vroegere Amerikaanse koloniën, de zich ontwikkelende Verenigde Staten, nog altijd slechts een klein deel van de wereldlanden en rijkdom. In Europa trachtte Napoleon een uitgestrekt continentaal rijk op te zetten met Frankrijk aan het hoofd. In plaats dat die poging succesvol was, vond er evenwel helemaal iets anders plaats.

In de volgende tientallen jaren komt Engeland in het bezit van het onmetelijke Britse Rijk. Het was het grootste, dat de wereld ooit gezien heeft. Aan het einde van de negentiende eeuw waren meer dan een kwart van de landen en de mensen in de wereld onder de Britse vlag. De Verenigde Staten, in 1800 nog vastgekleefd aan de oostelijke zeekust, hadden binnen 50 jaar een complete staat gevormd van het Noord-Amerikaanse continent. De meest machtige compagnie van landen, het Britse Rijk en de grootste afzonderlijke natie, de Verenigde Staten, verrezen precies op tijd. Het jaar 1800 markeerde de tijd, dat de 2.520 jaar beëindigde, van het onthouden van het geboorterecht.

Het Britse Rijk Verrijst

  • "Hoe hadden de Britten het klaar gespeeld?
  • Hoe kon, op de eerste plaats een perifeer eiland stijgen van primitief niets tot wereldmacht?
  • En hoe speelden zij het klaar om, tussen de (wereld) oorlogen door, hun wankele rijk bijeen te houden zonder zichtbare moeite? " (The Europeans, pag. 47).

Dit was de vraag, die schrijver Luigi Barzini zich stelde en het werd door velen herhaald.

Terwijl andere naties met een samenhangend plan beginnen om uitgestrekte gebieden te veroveren om een rijk op te bouwen, zijn de Britten, zo gezegd, dat van hun binnengestrompeld in een vlaag van verstrooidheid. Hoe gebeurde zo'n opmerkelijke verandering?

Canada, met een onmetelijk verborgen schat aan rijkdom van landbouw en delfstoffen, kwam bijna ongevraagd bij het Britse Rijk. Na de overwinning van Engeland op Frankrijk in de zevenjarige oorlog (1756-63) debatteerden velen in het Parlement zelfs tegen het aanvaarden van Canada van Frankrijk, waarschuwende dat "...haar geringe handel in beverhuiden geen compensatie zou bieden voor de last van verdediging en administratie.. " (A History of England and the British Empire) (De Geschiedenis van Engeland en het Britse Rijk), door Hall & Albion, pag. 463. In feite was "Halifax (Nova Scotia) de enige staat in Amerika, die door rechtstreekse actie van de Britse regering, werd gesticht". (pag. 456)

Australië en Nieuw Zeeland werden niet minder opgedrongen aan Engeland als deel van het rijk. Van Australië wordt gezegd, dat het ontdekken van goud in 1851 "een kolonie in een natie versnelde". (pag. 664) Het bevolkingsaantal schoot in een klein tiental jaren omhoog van 250.000 naar bijna een miljoen. Wat betreft Nieuw Zeeland, "het plaatselijk bestuur bood lang weerstand tegen de pogingen om Nieuw Zeeland onder Britse vlag te brengen...Dus Nieuw Zeeland ging zijn wetteloze weg, totdat daadwerkelijke vestiging van trouwe Engelse kolonisten het noodzakelijk maakte om meer scherper toezicht te houden". (pag. 664)

In de loop van de negentiende eeuw kwam Brittannië in het bezit van gebieden in iedere uitgestrekte hoek van de aarde. Onder deze bezittingen waren praktisch alle strategische zeepoorten. Het bezitten van de "poorten van hun vijanden" was één van de zegeningen, die God aan Abraham beloofd had ten behoeve van zijn afstammelingen. Deze nauwe doorgangen, waar de zeevaart moest passeren waren van onschatbare waarde voor Brittannië, zowel in termen van commerciële waarde, alsook voor veiligheidsdoeleinden gedurende de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw. Brits toezicht op het Suez kanaal en de Straat van Gibraltar, alsook op het strategische eiland Malta waren beslissend voor de controle van de Geallieerden over de Middellandse Zee tijdens de tweede Wereldoorlog.

Met Australië, Nieuw Zeeland en Canada kwam Engeland in het bezit van enkele van de rijkste landbouwgronden op aarde. De uitgestrekte graanvelden en de ontelbare kudden schapen en vee vertegenwoordigden een vervulling van Gods oude beloften aan Abraham. Bovendien was er de onmetelijke rijkdom aan delfstoffen in Canada, Australië en Zuid Afrika. Het grootste deel van de olie reserves in het Midden Oosten stond onder beheer van Engeland zelf. Haar bezittingen en pijpleidingen daar voorzagen de Geallieerden van de nodige olie om te strijden in de tweede Wereldoorlog.

Over de hele linie was de invloed van Engeland heilzaam voor de hele wereld, precies zoals God in de oude tijden profeteerde, dat het zou zijn. Het was de Britse marine, die de internationale slavenhandel uitvaagde in de vroege negentiende eeuw.Het Britse Buitenlandse Bijbel Genootschap met hun hoofdkantoor in Londen was verantwoordelijk voor het vertalen van de Bijbel in praktisch iedere taal en maakte het voor de eerste keer in de geschiedenis beschikbaar voor alle mensen in heel de aarde.

In het rijk zelf werd het Britse bewind niet uitgevoerd door grote bezettende legers. In feite was het Britse leger gedurende de negentiende eeuw tamelijk klein. Het werd de "dunne rode lijn" genoemd. In onmetelijk India, zelfs in de negentiende eeuw bewoond door vele miljoenen, werd bestuurd door de Britse civiele dienst, niet meer dan een paar honderd mensen. Zij spraken recht, inden belastingen en voerden de wetten uit. "Zij alleen kwamen in direct contact met de inheemse bevolking......zij werkten hard en efficient......corruptie was bij hen onbekend en zij hebben triomfantelijk voor vele tientallen jaren recht, vrede en orde gehandhaafd". (pag. 738)

Het hele kleine Engeland verrees, zo maar ineens, om te heersen over het grootste, meest uitgestrekte rijk, dat de wereld ooit had gezien. Dat rijk ontwikkelde zich tot een grote groep landen, bij elkaar gehouden door trouw aan een gemeenschappelijke kroon. Kan iemand naar iets anders wijzen als de vervulling van de oude belofte, waar Jakob voor zijn kleinkind Efraïm aanspraak op maakte? Klaarblijkelijk heeft God Zijn woord aan Abraham gehouden!

Bezittingen van de Verenigde Staten en Verenigd Koninkrijk op hun Hoogtepunt

leeg

De Troon van David

God maakte een opmerkelijke belofte aan Koning David van het oude Israël. Sprekend door Nathan, de profeet, zei God aan David, "wanneer uw dagen vervuld zijn en gij bij uw vaderen te ruste zijt gegaan, dan zal Ik uw nakomeling, uw eigen zoon, na u doen optreden, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen. Ik zal hem tot een vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn. Wanneer hij ongerechtigheid bedrijft, zal Ik hem tuchtigen met een roede der mensen en met slagen der mensenkinderen. Maar mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik haar heb doen wijken van Saul, die Ik voor uw aangezicht heb weggedaan. Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd". (II Samuël 7:12-16)

God legde David uit, dat ofschoon Hij zijn nakomelingen zou straffen voor hun zonden, Hij het koninkrijk niet zou wegnemen van hun lijn, zoals Hij had gedaan met Saul. Wat gebeurde er met die koningslijn? De geschiedenis vermeldt, dat koning Zedekiah, een nakomeling van David, de laatste koning was, die op de troon van Juda in Jeruzalem zat. In 586 vC. nam Nebukadnezer van Babylon Zedekiah gevangen mee naar Babylon, verbrandde de tempel en verwoeste de stad Jeruzalem. Let op de verklaring in II Koningen 25:7, "de zonen van Sedekia bracht men voor diens ogen ter dood; en hij liet de ogen van Sedekia verblinden en hem met twee koperen ketenen binden; en men bracht hem naar Babel". Mislukte Gods belofte aan David?

Laten we voor de rest van het verhaal de profetie bespreken, die Ezechiël, door God geïnspireerd, optekende in Ezechiël 17. Het begint met het stellen van een raadsel, dat een arend beschrijft, die naar een grote ceder komt en de bovenste tak afplukt. Deze kleine tak werd gebracht naar de "stad van de kooplui". (vers 4) Wat beschrijft dit raadsel? Vers 12 zegt ons, " Zeg toch tot het weerspannige geslacht: weet gij niet, wat dit betekent? Zeg dan: zie, de koning van Babel kwam te Jeruzalem, nam er de koning en de vorsten weg en voerde ze naar Babel te zijnent ".

Dat is echter niet het einde van het verhaal. God zei verder aan Ezechiël in vers 22 en 23, " Zo zegt de Here Here: Dan zal Ik zelf van de top van de hoge ceder eentwijgje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste der jonge takjes zal Ik een twijgje plukken en Ik zelf zal dat planten op een hoge en verheven berg; op de hoge berg Israels zal Ik het planten, en het zal takken dragen, vrucht voortbrengen en tot een prachtige ceder worden. En allerhande vogels van allerlei gevederte zullen onder hem wonen; in de schaduw zijner takken zullen zij wonen ".

Wij hebben reeds gezien, dat de "bovenste tak" van de ceder de laatste koning van Juda, Zedekia, symboliseert. Een twijg, ontsproten uit die tak zou één van zijn kinderen zijn. Zoals we ook hebben gezien, werden zijn zonen gedood. Dit "tere" twijgje moet duidelijk verwijzen naar één van zijn dochters! God sprak over haar, dat ze gebracht zou worden naar een hoge berg (in Bijbelprofetie gebruikt als symbool voor een natie), waar ze "geplant" zou worden en uit zou groeien tot een grote boom. Dit laat zien, dat ze zou trouwen en nakomelingen zou voortbrengen en dat de dynastie zou bestendigen! Merk ook op, dat Davids lijn eerst over Juda heeft geregeerd en nu "overgeplant" zou worden om over Israël te regeren.

De Ierse geschiedenis vermeldt de rest van dit verhaal. Het vertelt over de komst van de profeet Jeremia en zijn klerk Baruch naar Ierland, na de val van Juda met een jonge prinses en de kroningssteen, in het Keltisch lia fail genoemd. In oude Ierse documenten werd de prinses Tea Tephi genoemd. Zij trouwde de zoon van de machtige koning van Ierland. Hun afstammelingen regeerden gedurende vele eeuwen vanuit Tara in Ierland. Later, in de tijd van Kenneth McAlpine, verplaatsten zij hun regeringsplaats naar Scone in Schotland. Deze zelfde dynastie duurt voort tot op de dag van vandaag in de persoon van Koningin Elizabeth II, een directe afstammeling van Tea Tephi en haar echtgenoot. God heeft Zijn beloften aan Koning David vervuld, precies zoals Hij zei!

De Verenigde Staten en de Zegeningen van Manasse

Hoe zit het met de Verenigde Staten van Amerika?,br> Zijn de Amerikanen werkelijk de afstammelingen van het oude Israël? Laten wij kijken naar de duidelijke vermeldingen in onze geschiedenis.

De eerste permanente Engelse vestiging in wat nu de Verenigde Staten zijn, was Jamestown, Virginia in 1607. Een paar jaar later landden de Pelgrims (Engelse Puriteinen) in Plymouth Rock in Massachusetts. Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw stroomden kolonisten van de Britse eilanden binnen in wat de Verenigde Staten werden. Feitelijk waren er vier grote immigratiegolven gedurende die twee eeuwen naar de toekomstige Verenigde Staten, zoals professor David Fischer aantoont in zijn belangrijk boek, Albions Seed. (Engelands Zaad) Deze golven van migratie hadden hun oorsprong in specifieke delen van de Britse eilanden en kwamen naar specifieke gebieden van de Amerikaanse kolonies.

Nieuw Engeland bijvoorbeeld, werd gesticht door voornamelijk emigranten van Oost Anglia. Enige districten van dit zuidoostelijk deel van Engeland waren bijna ontvolkt tussen 1629 en 1641 toen hele groepen families massaal migreerden. "Tegenwoordig lijkt Oost Anglia zeer landelijk in vergelijking met andere Engelse streken. Maar in de vroege zeventiende eeuw was het de meest dichtbevolkte deel van Engeland met een hoge verstedelijking en is zo vele eeuwen gebleven". (Albion's Seed, pag. 43).

Overstelpend veel emigranten, die de Verenigde Staten stichtten voor de Burgeroorlog, kwamen uit Noordwest Europa. De meesten waren van of wel de Britse eilanden, of wel van bepaalde delen van Noord Duitsland. Deze emigranten grondvestten het karakter van het Amerikaanse volk en hebben tot op de dag van vandaag de leiding van het land bepaald. Sommigen zelfs, van wie de voorvaders later immigreerden van andere delen van Europa, kunnen wellicht een Israëlitische achtergrond hebben. Per slot van rekening profeteerde Amos, dat het Huis van Israël door de volken heen uitgezift zou worden als graan door een zeef, maar geen korrel zou verloren gaan. (Amos 9:9)

Te beginnen met de verwerving van de staat Louisiana in 1803 begonnen de Verenigde Staten een snelle territoriale uitbreiding, die leidde tot de overspanning van het vasteland binnen één generatie. Het gebied, verkregen door aankoop van Napoleon voor minder dan een nickel (Am. 5 cent stuk) per acre (4000 m2), omvatte het rijkste bouwland op aarde, het Amerikaanse middenwesten.

Vanwege de combinatie van rijkdom aan landbouw en delfstoffen was Amerika bestemd om de wereld te leiden in hoofdelijke rijkdom. Hetzij in graan en vee of in kolen, ijzer en olieproducten; Amerika heeft onvergelijkbare gaven gehad. Als voorbeeld: tijdens de Tweede Wereldoorlog produceerde het Oost Texas veld alleen al meer olie dan de gecombineerde productie van alle Asmogendheden. De profetie van de oude Israël aan zijn kleinzoon Manasse, dat zijn nakomelingen de grootste afzonderlijke natie zouden worden, is zeker vervuld in de Verneigde Staten van Amerika.

De Verenigde Staten breiden uit naar het Westen

leeg

Met de verwerving van het Panama Kanaal en diverse eilanden, verkregen als gebiedsdelen aan het einde van de negentiende eeuw, hadden de Verenigde Staten bovendien de poorten van hun vijanden in bezit gekregen. Amerika, in combinatie met Engeland, beheerste praktisch iedere strategische doorgang op aarde gedurende het grootste deel van de 19de en 20ste eeuw.

Op hun hoogtepunten bezaten en beheersten de Amerikaanse en Britse naties een overstelpend aandeel van de rijkdom van de wereld. Er zijn eenvoudig geen andere naties, die zelfs vergeleken kunnen worden met de rijkdom en macht, die door de Engelstalige volken zijn aangewend.

Met grote zegeningen echter, komen ook grote verantwoordelijkheden. Bovendien zijn er bijzondere gevaren voor deze naties, waarvoor zij gewaarschuwd worden in het boek, dat alom vertegenwoordigd is in de Engels sprekende wereld - de Bijbel.

Een Waarschuwing voor de Nieuwe Naties van Israël

God inspireerde Mozes vroeger om een waarschuwing neer te schrijven voor ons volk, te midden van onze fabelachtige rijkdom en gaven, " want de Here, uw God, brengt u in een goed land, een land ... waarin gij niet in armoede uw brood zult eten, waarin gij aan niets gebrek zult hebben ... Neem u ervoor in acht, dat gij de Here, uw God, niet vergeet door zijn geboden, zijn verordeningen en zijn inzettingen, die ik u heden opleg, te verwaarlozen, ... opdat, wanneer gij eet en verzadigd wordt, goede huizen bouwt en die bewoont, ... uw hart zich niet verheffe, en gij de Here, uw God, vergeet, ... Zeg dan niet bij uzelf: mijn kracht en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verworven". (Deuteronomium 8:7-17) Onze naties worden gemaand, "Maar gij zult aan de Here, uw God, denken, want Hij is het, die u kracht geeft om vermogen te verwerven, ten einde het verbond gestand te doen, dat Hij uw vaderen gezworen heeft, zoals dit heden het geval is". (vers 18)

één van de grootste gevaren van rijkdom en overvloed is een egocentrisch, materialistische levensopvatting. In plaats dat we de meest dankbare mensen zijn, zijn wij de meest genotzuchtige mensen geworden.

Onze nationale grootheid werd niet bereikt vanwege aangeboren superioriteit. Ons bezit van de grootste delen van de aarde is eerder het rechtstreeks resultaat van Abraham's gelovige gehoorzaamheid en Gods beloften aan hem. Mozes herinnerde onze voorvaders, "Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Here Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de Here u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, ....". (Deuteronomium 7:7-8) Israël werd geroepen om een heilige natie te zijn voor God. Tegenwoordig hebben wij op een weergaloze manier direct toegang tot Gods Woord. Toch schiet het gedrag van ons volk en onze leiders veel te kort voor wat God ons op het hart heeft gedrukt. Te midden van overvloed zijn wij ondankbaar en ongehoorzaam aan de God, die ons zegende. Zoals God handelde met onze voorvaders in de oudheid, zo zal Hij ook vandaag handelen met ons.

Amerika en Engeland en alle mensen, afstammend van Engeland gaan naar een ontmoeting met Gods oordeel!

Wat is het Vooruitzicht voor Onze Naties?

In 1897, het jaar van het "Diamanten Jubileum" van Koningin Victoria, liet één van de meest geliefde Engelse dichters een sombere noot horen. Het Britse Rijk was op zijn hoogtepunt. In die context schreef Rudyard Kipling Recessional, een gedicht, dat opvallend profetisch was.

"God van onze Vaders, van ouds bekend.
Heer van onze uitgestrekte strijdgrens
Onder Wiens ontzagwekkende hand
Wij heerschappij hebben over palm en pijnboom
Heer der Heirscharen wil toch met ons zijn
Opdat wij niet vergeten - opdat wij niet vergeten! "

Hij ging verder en voegde er aan toe, 

"Zie, al onze pracht van gisteren is
één met Ninevé en Tyrus! 
Rechter van de volken, spaar ons toch
Opdat wij niet vergeten - opdat wij niet vergeten! "

Een eeuw later hebben de Amerikanen en de volken van Britse afstamming hun God vergeten. Gods rechtstreekse waarschuwing aan onze vergeetachtige volken dondert voort door de tijd, "maar het zal geschieden, indien gij de Here, uw God, te enen male vergeet en andere goden achterna loopt, hen dient en u voor hen nederbuigt, ik betuig heden tegen u, dat gij voorzeker zult omkomen". (Deuteronomium 8:19)

Hoe zijn onze naties onze God en Zijn wetten vergeten?

  • De meest fundamentele nationale bouwsteen, het GEZIN, is uiteen gevallen door echtscheiding en onwettigheid.
  • We hebben "gay pride" parades in de straten van de grote steden van San Francisco tot Sydney.
  • Abortus is de stille holocaust, die het leven van miljoenen ongeboren baby's geeft genomen.
  • Geweld escaleert zodat mensen zich met angst terugtrekken bij de gedachte om na donker in de straten van onze steden te lopen.
  • Hebzucht, materialisme en immoraliteit zijn schijnbaar in onze nationale structuur gevlochten.

De boodschappen van de profeten uit de oudheid beschrijven onze nationale conditie op dezelfde manier als iedere uitzending van de nieuwsdienst. "Wee het zondige volk, de natie, beladen met ongerechtigheid, het gebroed van boosdoeners, de verdorven kinderen. Zij hebben de Here verlaten, de Heilige Israels versmaad, zich achterwaarts gewend". (Jesaja 1:4)

Er is zelfs een gebrek aan schaamte voor onze nationale toestand. "Hun partijdigheid getuigt tegen hen en hun zonde verkondigen zij onverholen evenals Sodom. Wee hun, want zij berokkenen zichzelf onheil". (Jesaja 3:9)

De Boodschap van een Wachter

Zoals wij eerder in dit boekje hebben gezien, stelde God de profeet Ezechiël in de oudheid aan als wachter voor het Huis Israël. "Gij nu, mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis Israels aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn naam waarschuwen". (Ezechiël 33:7) Wat is Gods boodschap voor hedendaags Israël, bewaard door de pen van de profeet Ezechiël voor onze dagen? "Gij mensenkind, wilt gij richten, wilt gij richten de bloedstad? Houd haar dan al haar gruwelen voor. Zeg: Zo zegt de Here Here: o stad, die in haar midden bloed vergiet, zodat haar tijd komt, en die zich afgoden maakt om zich te verontreinigen; door het bloed dat gij vergiet, zijt gij schuldig; door de afgoden die gij maakt, zijt gij onrein; gij hebt uw dagen nabij gebracht en de grens van uw jaren bereikt. ...". (Ezechiël 22:2-4) Behalve voor geweld en afgodendienst inspireerde God Ezechiël om Israël ook aan te klagen voor immoraliteit, inclusief ontucht en incest. (verzen 9-11) Ook sprak Hij over het ten gronde richten van de gezinsstructuur en het onderdrukken van de behoeftigen en weerlozen. (v.7) Bovendien roept God met donderende stem uit, "Mijn heilige dingen veracht gij, mijn sabbatten ontheiligt gij" (v.8).

Het boek Ezechiël bevat een aanklacht tegen onze nationale zonden, een roep tot bekering en een aankondiging van Gods oordeel, dat voor de deur staat. Het gaat ook verder dan het komend oordeel en kijkt vooruit naar de tijd van nationale bekering en herstel na de terugkomst van Christus.

Onze volken hebben zich collectief steeds verder weg gekeerd van God in onze handelingen, onszelf intussen nog steeds "Christelijke naties" noemend. Onze nationale zonden zijn een belediging aan de Almachtige God, Die de uitgelezen zegeningen van de hemel over ons heeft uitgestort!

Er komen problemen voor de Engelssprekende volken, het tegenwoordige Huis van Israël, die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. God maakt bekend, dat Hij "de staf des broods zal breken". (Ezechiël 4:16) Hij spreekt over een tijd van hongersnood en verwoesting, als de steden verwoest zullen zijn. (12:20) Zo ondenkbaar als deze dingen mogen lijken voor de moderne Amerikanen, Canadezen en Britten, de Almachtige God zegt, dat deze dingen zullen gebeuren!

Een groot supernationale unie in Europa, die zich nu ontwikkelt, zal de zevende en laatste herleving worden van het oude Romeinse Rijk. Dit systeem zal, volgens Openbaring 13 en 17, de gehele wereld voor korte tijd domineren. Het is deze machtige Europese grootmacht, die ten slotte de Amerikaanse en Britse naties zullen aanvallen en onderwerpen. Het zal ook de Joodse Staat, Israël genaamd, in het Midden-Oosten bezetten.

Ons volk is zelfvoldaan en materialistisch. Zij hebben hun Schepper vergeten en negeerden Zijn instructieboek, de Heilige Bijbel. Ja, er zal een dag van afrekening komen! De meeste van U, die dit boekje lezen kunnen verwachten, dat dit tijdens Uw leven zal gebeuren.

Er is evenwel een vluchtweg voor U en Uw gezin. "Zou Ik een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze? luidt het woord van de Here Here. Niet veeleer hieraan, dat hij zich bekere van zijn wegen en leve? ....Daarom zal Ik u richten, huis Israels, ieder naar zijn eigen wegen, luidt het woord van de Here Here. Bekeert u en wendt u af van al uw overtredingen, dan zal u dat niet een struikelblok tot ongerechtigheid worden. Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest. Waarom toch zoudt gij sterven, huis Israels? Want Ik heb geen welgevallen aan de dood van wie sterven moet, luidt het woord van de Here Here; daarom bekeert u, opdat gij leeft!" (Ezechiël 18:23, 30-32)

Gods wens is bekering, niet bestraffing. God zal evenwel van velen slechts de aandacht krijgen door zware nationale bestraffing. Velen zullen eenvoudig geen aandacht schenken aan een boodschap van waarschuwing, totdat hun wereld op hen ineen stort. 
Hoe denkt U erover?

Gods Kerk brengt Ezechiëls boodschap van waarschuwing en hoop naar het tegenwoordige Huis Israël. Het is belangrijk, dat U en alle mensen van onze Israëlische naties, begrijpen hetgeen is opgeborgen in Gods Woord - en dat U naar dat begrip handelt!

Gebeurtenissen, die zich Ontvouwen in de Komende Jaren

Volgens Bijbelprofetie zullen komende dreigingen, van noodlottige economische en sociale instorting, alles voorbereiden voor spoedig komende gebeurtenissen. Als antwoord op groeiende angsten zal er plotseling een krachtige en charismatische leider in Europa op het wereldtoneel verschijnen. Door een verbond te sluiten met een religieuze leider die door, wat de Bijbel noemt "bedrieglijke wonderen" (II Thessalonicensen 2:9), een emotionele massahysterie zal ontsteken, zal deze militair-politieke leider misleiding gebruiken om grote macht te verwerven. Hij zal het vernieuwde Heilig Romeins Rijk leiden, in de Bijbel "het Grote Babylon" genoemd. ( Openbaring 17, 18)

Deze Europese unie van kerk en staat zal universele welvaart beloven en zal voor korte tijd wereldwijde economische overheersing uitoefenen. (Ezechiël 27) Gebruik makend van het beeld van de oude handelsstad Tyrus, spreekt over deze economische wereld combinatie, die landen als Europa, Afrika, Latijns Amerika en Azië zal omvatten - naast Israël en Juda. (vers 17) Delen van Ezechiël 27 worden in eigen woorden weergegeven of geciteerd in Openbaring 18, waar het eindtijd systeem, het Grote Babylon, wordt beschreven.

De Engelstalige volken zullen in relatie met dit systeem echter niet lang voorspoedig zijn. Zij zullen ten slotte overweldigd en verwoest worden door deze krijgsmacht. Er zullen evenwel, voorafgaand aan militaire aanvallen en bezetting, verwoestende problemen met het weer zijn, gecombineerd met binnenlandse civiele strijd ("grote verwarring in zijn midden" verg. Amos 3:9), die onze naties tot het punt van binnenlandse instorting brengen.

"Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis", schreef Hosea onder Gods inspiratie. (Hosea 4:6) Wij hebben de kennis van God en Zijn wegen verworpen. Hoe meer materiële voorspoed we hebben, hoe meer onze zonden zijn toegenomen. (verzen 7-8) Het schijnt, dat onzedelijkheid en vermogensmisbruik onze nationale geest heeft ondermijnd en verwoest. (vers 11)

God inspireerde Amos om over deze tijd te profeteren; over ernstige droogte en water rantsoenering, gepaard met zware mislukkingen van de oogst en ziekte epidemieën. (Amos 4:7-10) " Daarom zal Ik aldus met u doen, o Israel. Omdat Ik dan dit met u doen zal, bereid u om uw God te ontmoeten, o Israel. Want zie, Hij, die de bergen formeert en de wind schept, en de mens te kennen geeft wat zijn overleg is, die de dageraad tot donkerheid maakt, en voortschrijdt over de hoogten der aarde; Here, God der heerscharen, is zijn naam". (Amos 4:12-13)

De profeet Jeremia noemt deze komende tijd van nationale calamiteit "de tijd van Jacobs benauwdheid". (Jeremia 30:7) Hij verklaart, dat het een tijd zal zijn, erger dan elke andere tijd in de menselijke geschiedenis. Jezus Christus sprak over dezelfde tijdsperiode in Matthéus 24:21, "Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal". Er kunnen zeker geen twee perioden van benauwdheid zijn, erger dan enig ander; dus de Grote Verdrukking is duidelijk een tijd van benauwdheid en bestraffing voor Israël. Bestraffing is evenwel niet het einde van het verhaal!

Toekomstige Bevrijding en Herstel

De profeet Ezechiël spreekt over een tijd in de toekomst, wanneer Israël verzameld zal worden na de terugkomst van de Messias in macht en glorie. "En de volken zullen weten, dat het huis Israels om zijn ongerechtigheid in ballingschap is gegaan; omdat zij Mij ontrouw geworden waren, had Ik mijn aangezicht voor hen verborgen en hen overgegeven in de macht van hun tegenstanders, zodat zij allen door het zwaard vielen. Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb Ik hen behandeld en mijn aangezicht voor hen verborgen. Daarom, zo zegt de Here Here, nu zal Ik een keer brengen in het lot van Jakob en Mij ontfermen over het gehele huis Israels, en ijveren voor mijn heilige naam... Als Ik hen uit het gebied der volken terugbreng en hen uit de landen van hun vijanden verzamel, dan zal Ik Mij voor het oog der talrijke volken aan hen de Heilige betonen. En zij zullen weten, dat Ik de Here hun God ben, zowel wanneer Ik hen in ballingschap wegvoer onder de volken, als wanneer Ik hen weer in hun eigen land verzamel, zonder dat Ik iemand van hen daarginds achterlaat. ". (Ezechiël 39:23-28)

Jesaja keek ook vooruit naar die tijd, wanneer God opnieuw Israël zal kiezen en hen terugbrengt naar hun eigen land. (Jesaja 14:1) God zal hun rust geven van hun leed, hun angsten en de harde slavernij, die zij hebben ervaren. (vers 3) Israël zal weer verzameld worden uit slavernij en zal "bloeien en uitspruiten, zodat zij de wereld met vruchten vervullen". (27:6) Zij zullen weer de oude verwoeste steden beginnen op te bouwen, die voor een periode van jaren verwoest en verlaten hebben gelegen (61:4). Nadat de komende bestraffing van de verdrukking hen uiteindelijk tot berouw heeft gebracht, zullen onze volken verzameld worden uit de landen van hun toekomstige gevangenschap. God inspireerde Ezechiël om de ware nationale bekering van Israël, die zal volgen, te beschrijven. Dit zal de inleiding zijn voor de bekering van de hele wereld. "Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt". (Ezechiël 36:25-27)

Christus zal teruggekeerd zijn en de heiligen zullen verrezen zijn om met Hem te heersen en te regeren. (Openbaring 20:6) Verder zien wij op een aantal plaatsen, dat Koning David zich zal bevinden onder degenen, die verrezen zijn en hij zal in feite de rechtstreekse heerser over verzameld Israël worden. (Ezechiël 37:24) Elk van de twaalf apostelen zal rechtstreeks heersen over één van de twaalf stammen. (Lukas 22:29-30)

In deze glorieuze tijd, als Gods Koninkrijk over alle naties zal regeren met Christus rechtstreeks heersend vanuit Jeruzalem, "De wolf en het lam zullen tezamen weiden en de leeuw zal stro eten als het rund, en de slang zal stof tot spijze hebben; zij zullen geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, zegt de Here". (Jesaja 65:25)

Wat is dus het vooruitzicht voor Amerika en Engeland? Gods komend oordeel! Bestraffing voor onze nationale zonden ligt net achter de horizon, Het zal snel en hard aankomen en de hele wereld verbazen. Deze enorme bestraffing zal onze volken meer doen schudden dan al het andere wat daarvoor gebeurde! Het meest zal het tenslotte een diep, oprecht berouw voortbrengen en een terugkeer naar God, dat ongekend is in de tegenwoordige tijd . (Ezechiël 36:24-32)

Er zijn twee wegen om onze lessen in dit leven te leren, de eenvoudige weg of de harde weg. Onze volken als geheel schijnen voorbestemd te zijn hun lessen via de harde weg te leren.

  • Hoe is het met U, persoonlijk?
  • Zult U de waarschuwingen, die dit boekje bevatten en die rechtstreeks uit Gods Woord komen, ter harte nemen?
  • Of zult U Uw lessen door harde ervaring moeten leren?

Wij kunnen U de weg laten zien om de komende holocaust te ontvluchten, als U wilt. U moet bereid zijn om niet slechts te geloven in God en in Zijn Zoon, Jezus Christus, maar doen wat God gebiedt. U moet bereid zijn GOD TE ZOEKEN op een manier, zoals U niet eerder gedaan heeft! U moet bereid zijn om uit het moderne Babylon "te komen" - haar ideeën en praktijken, haar valse godsdiensten en filosofieën - en Uzelf wijden aan ijverige bijbelstudie en te "leven naar elk woord van God". (Lukas 16:4)

U zult de keuze moeten maken! 
Moge God U helpen het meest wijze en juiste te kiezen.