Wist u dat de Schepper een financiële wet heeft gegeven die tot op de dag van vandaag van toepassing is op ware christenen en dat de Almachtige God degenen zal zegenen die bereid zijn deze wet in geloof te gehoorzamen?


Hoofdstuk 1 - Een economische schipbreuk?

Vraagt God van ons om te vertienen of tienden te betalen? Wat betekent tienden betalen? Is de wet van tiendenbetaling tegenwoordig van kracht? Heeft Jezus Christus er Zelf op gewezen dat wij tienden behoren te betalen? Is tiendenbetaling een zegening die vandaag nog werkt? Of is het een achterhaalde zaak uit vervlogen tijden?

De antwoorden op deze en andere hiermee samenhangende vragen zijn belangrijk voor een goed begrip, in het bijzonder omdat de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië en Australië spoedig zullen worden gestraft wegens het veronachtzamen van de wet van tiendenbetaling – en van veel andere wetten van God. Zij zijn boven alle volken op aarde fysiek gezegend door een belofte die God duizenden jaren geleden deed aan Abraham. Maar ondertussen bestaat het Britse Rijk niet meer en neemt zelfs zijn prestige in het Gemenebest af. Canada’s huishoudschuld is “slechts de tweede na die van Griekenland” en begint “onhoudbaar” te worden (Huffington Post, 5 februari 2015). De Verenigde Staten lijdt onder de grote recessie, en, zoals wij in de komende jaren zullen zien, zullen ook Amerika’s nationale trots en prestige sterk blijven afnemen.

Hoewel Amerika nog steeds ’s werelds machtigste natie is, is het ook ’s werelds grootste schuldenaar. Het is andere naties veel meer schuldig dan enig andere natie ooit in de geschiedenis schuldig is geweest.

Spoedig komt de tijd dat wij allen het gelag moeten betalen! Denk na over dit verslag door economen van McKinsey & Company:

“Zeven jaar na het barsten van een wereldwijde kredietzeepbel die resulteerde in de ergste financiële crisis sinds de Grote Depressie [van 1929], blijft de schuld groeien. In feite hebben, in plaats van de schuldverplichting te verminderen en minder te lenen, alle grote economieën hogere niveaus van geld lenen in verhouding tot het BBP [Bruto Binnenlands Product] dan ze in 2007 hadden. De wereldwijde schuld is in deze jaren gegroeid met $ 57 biljoen [zo’n EUR 50 biljoen], daarmee de schuldratio verhogend met 17 procentpunten … De staatsschuld is onhoudbaar hoog in sommige landen. Sinds 2007 is de staatsschuld gegroeid met $25 biljoen [zo’n EUR 22 à 23 biljoen]. Ze zal blijven omhooggaan in veel landen” (“Debt and (not much) deleveraging”, februari 2015).

Veel gezaghebbende zakenmensen en economen waarschuwen al jaren voor het groeiende schuldprobleem. In toenemende mate vergelijken beroemde economen de schuldsituatie van de Verenigde Staten met die van Griekenland en waarschuwen dat, nu steeds meer mensen met pensioen gaan en de bijbehorende pensioenaanspraken in de komende jaren toenemen, de regering van de Verenigde Staten met enige werkelijk lastige keuzes geconfronteerd zou kunnen worden wanneer ze haar rekeningen voor defensie-uitgaven, sociale zekerheid en medische zorg [Medicare] en andere programma’s probeert te betalen, Een artikel in de Wall Street Journal zegt het volgende over de huidige ontwikkeling van Amerika als deze zich voortzet:

“Op enig ogenblik zouden de investeerders kunnen beginnen vraagtekens te zetten bij het vermogen of de bereidwilligheid van de regering [van de VS] om aan haar verplichtingen te voldoen, wat het duurder zou kunnen maken om de bestaande schuld te financieren, terwijl dit op zijn beurt weer hogere belastingen, verlaging van de uitgaven of een combinatie daarvan zou vereisen (“What the $18 Trillion [ca. EUR 16 biljoen] National Debt Means for the U.S. Economy”, 1 februari 2015).

Amerika niet in staat om zijn schuld terug te betalen? De Verenigde Staten gedwongen tot zware bezuinigingsmaatregelen zoals Griekenland moet ondergaan? En wat verder te denken van Griekenlands voorbeeld? Na jaren van meedogenloze versobering melden de krantenkoppen: “ Duitsland zegt ‘Nein’ en wil de strenge regels voor het begrotingstekort handhaven, terwijl Griekenland al zucht onder strenge bezuinigingsmaatregelen en de Europese Centrale Bank de Griekse regering vertelt ‘de economische ziekte van het land met dringende ingrepen te bestrijden!’” (Forbes, 5 februari 2015).

Bevinden de Verenigde Staten, Canada, and andere naties van Britse afkomst zich op dezelfde weg? Kijken we naar een opdoemende economische schipbreuk die op het punt staat te gebeuren? Waarom?

Omdat onze volken – individueel en collectief – God en Zijn wetten hebben verzaakt, begint Hij Zijn zegeningen van ons terug te trekken. Dat is de werkelijke reden waarom wij ’s werelds grootste schuldenaar zijn. Dat is de reden waarom steeds meer miljoenen Amerikanen en Canadezen verlichting zoeken voor hun stijgende persoonlijke schulden door zich failliet te laten verklaren.

Maar God zal, ook in de traumatische jaren die voorafgaan aan de Grote Verdrukking, diegenen beschermen en zegenen die Hem dienen en die Zijn wetten, inclusief de wet van tiendenbetaling, gehoorzamen.

Wat is tiendenbetaling? Het betekent het geven van een tiende van iemands inkomen aan God of aan andere charitatieve doeleinden. En de Almachtige God bepaalt dat deze tiende moet worden gegeven aan Hem – aan Zijn ware dienaren om Zijn werk te doen – en niet zomaar ergens anders aan.

De wet van tiendenbetaling betekent eenvoudig dat de Grote God die ons heeft gemaakt – die ons het leven gaf, onze talenten, ons verstand, de energie waarmee wij werken en het land en de materialen die wij in ons werk gebruiken – van ons eist dat wij Hem de eerste tiende van onze inkomsten of vermogenstoename betalen.

Wat de directe zaak van tiendenbetaling betreft, beschouwt God het niet als dat wij iets geven – maar dat wij onze Schepper een vastgesteld procentueel bedrag betalen, dat Hij verlangt als onze Maker, onze Steun, onze Landheer, onze Beschermer en onze God.

Niettemin belooft de Almachtige: “Vereer de HEERE met je bezit, met de eerstelingen van heel je opbrengst, dan zullen je schuren gevuld worden met overvloed en je perskuipen overlopen van nieuwe wijn” (Spreuken 3:9-10).

Ja, als wij trouw zijn in het gehoorzamen van God en Hem van ons inkomen de eerste tienden betalen, dan zal Hij ons in ons leven op vele fysieke en materiële manieren zegenen. Hij heeft het beloofd – en God breekt Zijn woord nooit.

In Maleachi 3:8 verklaart God, sprekend tot het hedendaagse Jakob of Israël: “Zou een mens God beroven? Werkelijk, u berooft Mij! En dan zegt u: Waarvan beroven wij U? Van de tienden en het hefoffer!” God klaagt hier onze hedendaagse Engelstalige volken aan voor het beroven van onze Schepper en Zijn werk van vandaag. Geen wonder dat er tegenwoordig zo weinig ware religie op de aarde is overgebleven. Geen wonder dat er zoveel verwarring en bedrog is in de naam van christendom.

God vervolgt: “U bent door de vloek getroffen, omdat u Mij berooft, als volk in zijn geheel” (v. 9).

Dan belooft God in Zijn Woord: “Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de HEERE van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn” (v. 10).

Dit is een regelrechte uitdaging van de Almachtige God.

God zegt dat Hij u zal zegenen als u begint met tiendenbetaling – zoals Hij gebiedt – door geloof in Hem en in Zijn Woord. Letterlijk honderden voorbeelden kunnen worden aangehaald die tonen dat God de tiendenbetaler zeker - zelfs op materiële wijze -  zegent. Hij doet dat misschien niet altijd meteen. Wij moeten Hem gehoorzamen en misschien enige tijd geloof oefenen. Maar als wij Hem dienen, Hem gehoorzamen en Hem vertrouwen, zal God Zijn deel van de afspraak nakomen.


Hoofdstuk 2 - Een door God onderwezen wet

In weerwil van de duidelijke zegeningen die ten deel zullen vallen aan hen die Gods tiendenwet gehoorzamen, zullen sommigen nog argumenten of vragen hebben. Was het idee van tienden geen uitvinding van Mozes? Werd het niet door Jezus afgeschaft? Was het niet alleen voor de fysieke natie Israël, als een vorm van belastingsysteem voor zowel kerk als staat?

Lang voordat de wet van Mozes werd opgesteld, betaalde Abraham trouw tienden aan God. In Genesis 14:17-20 lezen we hoe Abraham Gods Hogepriester Melchizedek eerde nadat God zijn vijanden aan hem had overgeleverd: “En hij gaf hem van alles een tiende deel.”

Dit is een enorm belangrijk voorbeeld dat gewoonlijk door veel mensen over het hoofd wordt gezien of gebagatelliseerd. Het is een essentieel voorbeeld omdat Abraham – in een speciaal opzicht – een type van God Zelf was. Hij was de enige mens die God uitkoos om het offer uit te beelden dat God later zou brengen: de bereidheid zijn eigen zoon op te geven (Genesis 22). Hij is degene die in het Nieuwe Testament door de apostel Paulus onder Gods inspiratie de vader der gelovigen werd genoemd (vgl. Romeinen 4:1, 11, 16). De vader van de gelovigen was een menselijk type van God – en zijn voorbeeld is fundamenteel voor alle ware religie.

En wat voor doorslaggevend voorbeeld gaf Abraham met betrekking tot betrouwbaar zijn met onze financiële middelen? Abraham betaalde tienden aan precies de Persoonlijkheid die later Jezus Christus werd. Abraham betaalde niet alleen tienden over de vruchten van zijn arbeid, hij betaalde ook tienden over een beloning die hem eigenlijk door God was gegeven. Tiendenbetaling gaat dus niet alleen over iemands oogstopbrengsten of toename van dieren, zoals sommige critici beweren, het gaat over elke financiële groei die God ons als Zijn geschapen kinderen geeft.

Later beloofde Jakob de God van Abraham te dienen en hij zei: “… En van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven” (Genesis 28:22).

Nog weer later bepaalde God, toen Hij tijdelijk het levitische priesterschap instelde, dat de tienden in die tijd moesten worden betaald aan hen als Zijn menselijke vertegenwoordigers: “Alle tienden van het land, zowel van het zaaigoed van het land als van de vruchten aan de bomen, zijn voor de HEERE bestemd. Ze zijn heilig voor de HEERE … En alle tienden van runderen en kleinvee, van alles wat bij de telling onder de staf doorgaat, het tiende is heilig voor de HEERE” (Leviticus 27:30, 32).

In Numeri 18:21 lezen we: “En zie, aan de nakomelingen van Levi heb Ik alle tienden in Israël als erfelijk bezit gegeven, als vergoeding voor hun dienst, die zij verrichten, de dienst in de tent van ontmoeting.”

Aangezien Gods dienstwerk in die tijd een fysiek dienstwerk was (van offeren) en aangezien de Levieten dit dienstwerk verrichtten als hun werk, gingen Gods tienden naar hen als Zijn vertegenwoordigers en dienaren.

Nieuwtestamentische instructies over tiendenbetaling

In het Nieuwe Testament inspireerde God de apostel Paulus ertoe te laten zien dat de tiendenwet nu is veranderd of gewijzigd zodat de tienden opnieuw dienen te worden betaald aan Gods geestelijke priesterschap – zoals dat van Melchizedek aan wie Abraham tienden betaalde. Dit verslag is te vinden in het zevende hoofdstuk van Hebreeën.

Paulus beschrijft hoe Abraham tienden betaalde aan Melchizedek (Hebreeën 7:2). Vervolgens beschrijft hij hoe groot Melchizedeks priesterschap moet zijn geweest (vv. 3-4). Daarna laat Paulus zien dat de Levieten zelf – door hun voorvader Abraham – tienden betaalden aan Melchizedek, in het licht van dit feit klaarblijkelijk een hogere priester (vv. 9-10).

In de verzen 11-12 toont Paulus dat het levitische priesterschap slechts tijdelijk was en nooit tot volmaaktheid is gebracht. Daarom is het geestelijke priesterschap van Melchizedek weer opnieuw ingesteld door Christus en is de tiendenwet opnieuw veranderd zodat Gods tienden terugkeren als voorheen naar de geestelijke priesters – de ware dienaren van Jezus Christus.

De apostel Paulus schreef aan Joodse christenen die in elk geval de letter van Gods wet begrepen en de tiendenwet niet ter discussie stelden. Hoewel zijn belangrijkste nadruk op Christus’ geestelijke dienaarschap ligt, is het niettemin van belang te beseffen dat in het hele bovengenoemde nieuwtestamentische gedeelte Paulus beslist over tiendenbetaling sprak als over een wet. En hij laat zien dat het een wet is die al sinds de vroegste oudheid bestaat, vanaf de dagen van Melchizedek – en die nog steeds bestaat – hoewel gewijzigd zodat de tienden opnieuw naar Gods geestelijke dienaren gaan die in onze tijd Gods werk doen.

Dus iedereen die geen tienden betaalt schendt een belangrijke wet van de Schepper-God. Dit is één reden van de vele persoonlijke en financiële plagen die onze landen vandaag teisteren.

Jezus Christus onderwees persoonlijk de betaling van tienden

Als de God van het Oude Testament onderwees Jezus Christus tiendenbetaling. Vergeet niet dat Jezus Christus de God van het Oude Testament is. De apostel Paulus verklaarde aan de Korinthische kerkleden: “En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan, en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben, en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus” (1 Korinthe 10:1-4). Later in ditzelfde hoofdstuk, waar hij over dezelfde periode spreekt, schreef Paulus: “En laten wij Christus niet verzoeken, zoals ook sommigen van hen Hem verzocht hebben en door de slangen omgekomen zijn” (v. 9). Het was dus Christus met Wie zij in het Oude Testament te maken hadden. De meeste theologen weten dit omdat er zoveel verwijzingen naar zijn. Maar de meesten stellen het voor als van weinig belang omdat de implicatie is dat het Christus was Die de Tien Geboden uitsprak en Die andere wetten gaf die het hedendaagse kerkendom verkiest niet  te gehoorzamen.

Ja, Christus was het “Woord” – de goddelijke Woordvoerder voor de Vader vanaf het begin (Johannes 1:1-10). Zo is het Woord – dat later Christus werd – ook Degene die Abraham leidde en zegende in het betalen van tienden aan God. En “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebreeën 13:8). Daarom moeten wij dit fundamentele voorbeeld van tiendenbetaling door de vader van Gods gelovigen niet ontkennen of bagatelliseren.

Heeft Jezus Christus deze praktijk in het Nieuwe Testament afgeschaft? Nee, Hij volgde die na evenals de apostelen. Hoewel sommige van de nieuwtestamentische boeken werden geschreven nadat in het jaar 70 n.Chr. de Tempel was verwoest, vinden wij geen Bijbeltekst die gebiedt te stoppen met tiendenbetaling en geen aanwijzing dat de apostelen en de apostolische kerk ophielden met tiendenbetaling.

Zoals we hebben gezien is Jezus Christus het “Woord” van God – Degene die het Oude Testament inspireerde. Als het Woord van God gaf Hij de wetten die in het Oude Testament worden opgesomd, waarna Hij deze geestelijk groter maakte en verklaarde in het Nieuwe Testament.

Niettemin houden sommigen vol: Wij willen dat u ons een directe uitspraak van Christus laat zien die bewijst dat Hij de tiendenwet goedkeurde. Goed, die krijgt u. Maar gelooft u het dan? Zult u Hem dan gehoorzamen?

Toen Jezus sprak tegen de schriftgeleerden en Farizeeën, die vaak een eigengerechtige vertoning gaven van hun strikte manier van houden van sommige kleinere punten van Gods wet, zei Hij: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn,  en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof.  Deze dingen [het belangrijkste van de wet] zou men moeten doen en die andere dingen [nauwgezet tienden betalen] niet nalaten” (Mattheüs 23:23).

Is dat duidelijk genoeg? Jezus zei dat de geestelijke kwaliteiten zoals barmhartigheid en geloof voorrang moeten hebben boven het precies betalen van tienden van elk plantje dat in onze tuin groeit – vooral als die precisie leidt tot eigengerechtigheid. Maar Christus zei het andere niet na te laten – niet na te laten onze volle tienden te betalen zoals God heeft geboden.

In Lukas 11:42 wordt ditzelfde gebod op een soortgelijke manier herhaald – geïnspireerd door Gods heilige Geest om ook hier te worden geplaatst.

De mensen zien Gods tiendenwet graag als van minder belang. Maar sprekend over zelfs de kleine punten van Gods wet, zei Jezus: “Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen” (Mattheüs 5:19).

Hoe duidelijk! Als wij naar een argument zoeken, vinden we er altijd wel een. Maar als wij willen hongeren en dorsten naar gerechtigheid, om Gods wet ook op de kleinere punten te gehoorzamen, zullen wij daarvoor worden gezegend.


Hoofdstuk 3 - God beroven?

Wanneer we het Oude Testament bestuderen, zien we dat het daadwerkelijk mogelijk is God te beroven. Maar we zien ook een verbazingwekkende belofte die God doet aan degenen die Hem gehoorzamen.

Rond 586 v. Chr. werden de Joden in ballingschap weggevoerd naar Babylon wegens hun grote veronachtzaming van het gehoorzamen van God. Tot hun belangrijkste zonden behoorden het schenden van de sabbat, afgoderij en het geen onderscheid maken tussen het heilige en onheilige (Ezechiël 22:26) – wat duidelijk wijst op een falen in het betalen van tienden. Wegens hun ongehoorzaamheid leden de Joden vele jaren van ballingschap in het land van hun vijanden tot uiteindelijk Babylon in ongeveer 539 v. Chr. ten val werd gebracht door het Perzische Rijk onder Cyrus de Grote, en God ervoor zorgde dat deze zegevierende koning een edict uitvaardigde waarmee het de Joden werd toegestaan naar het Beloofde Land terug te keren.

Ongeveer twee jaar later gaf Cyrus Zerubbabel, de nieuwe gouverneur van de opnieuw gevestigde natie, toestemming een groep Joden uit Babylon terug naar het Beloofde Land te leiden. Deze migratie omvatte ruim 42.000 man, samen met nog veel meer vrouwen en kinderen (vgl. Ezra 2), die begonnen met de bouw van een nieuwe tempel voor God. Maar voordat zij zelfs nog maar het fundament hadden gelegd, bracht verzet van naburige legers hun werk tot stilstand, en de bouw stopte.

Ongeveer vijftien jaar later verklaarde de profeet Haggaï de financiële problemen die de Joodse natie toen ondervond. Hun problemen, legde hij uit, waren een direct gevolg van hun tekortschieten in het steunen van de wederopbouw van de tempel van God – Zijn werk van die tijd – door tienden en offers. Op aandringen van Haggaï en de profeet Zacharia werd omstreeks 520 v. Chr. het werk hervat en werd de tempel in 516 v.Chr. voltooid – precies 70 jaar nadat de Joden in ballingschap waren weggevoerd.

Na de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap was een van hun grootste zonden het tekortschieten in het betalen van tienden aan God. Nehemia echter, die in 440 v.Chr. gouverneur was, begon het volk aan te moedigen hun Schepper ijverig te gehoorzamen. Ten gevolge daarvan “verbonden [zij] zich met hun broeders en hun vooraanstaanden en namen met … een eed de verplichting op zich dat ze zouden wandelen volgens de wet van God … en dat zij alle geboden van de HEERE, onze Heere, al Zijn bepalingen en Zijn verordeningen, in acht zouden nemen en houden” (Nehemia 10:29).

Bedenk dat Gods verordeningen ook het betalen van tienden inhielden. En Gods Woord zegt ons dat Zijn mensen in de Wereld van Morgen volgens Zijn “… verordeningen …” zullen leven (Ezechiël 36:27). Dus Gods tiendenwet werd gevolgd door Abraham, bekrachtigd door Jezus Christus, en zal door Gods mensen ook in het komende duizendjarige rijk van Christus worden nagekomen.

Nehemia en de Joden kwamen overeen “… De tienden van onze grond brengen wij  naar de Levieten ; de Levieten krijgen de tienden in alle steden waar wij werken …Wij zullen het huis van onze God niet verwaarlozen” (Nehemia 10:37, 39). Zij leken vastbesloten de behoeften van Gods werk en van degenen die daarin dienden niet over het hoofd te zullen zien. De mensen kwamen overeen dat zij ervoor zouden zorgen dat de priesters en de Levieten de tienden zouden krijgen die hun toekwamen voor de dienst die zij aan hun mede-Israëlieten gaven.

Helaas duurde het niet lang na Nehemia’s hervormingen of de meesten van de Joden werden eens te meer nalatig in het houden van Gods wetten en verordeningen. Het breken van Gods tiendenwet was een bijzonder probleem, zoals duidelijk wordt geopenbaard door de profeet Maleachi in het boek dat zijn naam draagt, geschreven aan het einde van de vierde eeuw v. Chr.

Sprekend door deze profeet stelde de Almachtige de vraag: “Zou een mens God beroven? Werkelijk, u berooft Mij! En dan zegt u: Waarvan beroven wij U? Van de tienden en het hefoffer! U bent door de vloek getroffen, omdat u Mij berooft, als volk in zijn geheel” (Maleachi 3:8-9). En om deze zelfde reden leven onze volken vandaag – evenals de Joden in de oudheid – onder een goddelijke vloek.

Veel mensen beseffen niet dat alle problemen van de mensheid – haar kopzorgen en hartepijnen, haar problemen met misdaad en geweld, drugsmisbruik en ziekte – het directe gevolg zijn van het breken van de wetten van de Almachtige God. En een van de vaakst geschonden wetten is Gods gebod om getrouw tienden te betalen. Als de mensen hun Schepper niet gehoorzamen door deze wet te negeren, brengen zij een goddelijke vloek over zichzelf.

Kijk eens naar wat er vandaag gebeurt in de Verenigde Staten en de landen met Britse achtergrond. Er zijn vele redenen voor onze stijgende nationale en persoonlijke schulden, waarvan echter de belangrijkste zijn het ernstige financiële wanbeleid en te verzuimen “… aan God [te geven] wat van God is … (Markus 12:17).

Zoals we eerder zagen heeft Amerika zich de laatste jaren ontwikkeld van het grootste schuldeisende land tot het grootste schuldenland. Miljoenen faillissementen houden de gerechtshoven bezig. Denk eraan dat, volgens het Woord van God, naties die geen tienden betalen onder een vloek leven. Zou het dan kunnen zijn dat de genoemde economische problemen een direct gevolg zijn van die vloek – op onszelf gebracht – wegens het niet gehoorzamen van de Almachtige God?

Maleachi 3 zegt niet dat het niet betalen van tienden de priesters berooft. Het vers zegt juist duidelijk dat dit in feite het beroven van God is. En dat is, in de ogen van de Almachtige, een zeer ernstige zaak.

Een belofte van zegen

De Schepper-God spreekt tot alle mensen die Zijn wet van tiendenbetaling leren kennen: “Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de HEERE van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn” (Maleachi 3:10).

Dit is een hele uitdaging die de Almachtige God geeft aan iedereen die Hem en Zijn tiendenwet kent. Hij zegt Hem te beproeven – dat wil zeggen, Hem te testen, Hem uit te proberen – en u zult het zien. Deze verzen zijn niets minder dan een plechtige belofte van onze Schepper diegenen te zegenen die getrouw tienden betalen – degenen die God tot hun financiële partner maken. Maar dit zegt niet dat God tiendenbetalers rijk zal maken.

God zegende Abraham in grote mate met materiële welvaart (Genesis 13:2). En wij weten dat Abraham tienden betaalde. God zegende ook Jakob kort nadat hij beloofde tienden aan Hem te betalen (Genesis 28:22, 30:43). God wil zeer beslist dat het Zijn mensen “… in alles goed gaat en dat … [zij] gezond [zijn] … (3 Johannes 2). Maar Hij weet ook dat het niet voor iedereen goed is rijk te zijn (1 Timotheüs 6:9-10, 17-19). Sommige mensen kunnen grote rijkdom eenvoudig niet hanteren. En in het nieuwtestamentische tijdperk, de tijd dat God nu mensen tot geestelijke bekering roept, zullen Gods zegeningen hoofdzakelijk geestelijk zijn – meer van Gods geestelijke kracht, wijsheid en liefde – en eeuwig leven in Gods Koninkrijk (zie 2 Petrus 1:5-11).

Maar als wij getrouw tienden betalen, belooft God “… ter wille van u de kaalvreter [van het land te] bestraffen [geen insectenplagen], zodat hij de vrucht van de aardbodem bij u niet te gronde richt, en de wijnstok op het veld bij u niet zonder vrucht zal blijven … Alle heidenvolken zullen u gelukkig prijzen, want u zult een aangenaam land zijn …” (Maleachi 3:11-12).

In het boek Spreuken versterkt God Zijn belofte: “Vereer de HEERE met je bezit, met de eerstelingen van heel je opbrengst, dan zullen je schuren gevuld worden met overvloed en je perskuipen overlopen van nieuwe wijn” (Spreuken 3:9-10).

God Almachtig heeft alle macht. Hij kan en zal iedere persoon of natie zegenen die Hem gehoorzaamt – en Hij houdt Zijn plechtige belofte diegenen te zegenen die Hem getrouw de tienden betalen die Hem rechtmatig toekomen. Vergeet niet dat God niet kan liegen (Titus 1:2). En dat “…de Schrift niet gebroken kan worden” (Johannes 10:35).

Als een natie getrouw aan God de Almachtige tienden zal betalen, heeft Hij beloofd die hele natie te zegenen. Maar zelfs als de natie als geheel geen tienden betaalt, dan is God principieel nog steeds door Zijn Woord gebonden ieder individu te zegenen die getrouw tienden betaalt.

Voor de meeste mensen lijkt het onlogisch dat het afstaan van een deel van ons geld ons financieel veel beter af maakt dan wanneer we dat deel behouden. Maar dat is wat God zegt. Bovendien zegt Hij ons: “Er zijn er die mild uitdelen en nog meer ontvangen, en er zijn er die meer inhouden dan rechtmatig is, maar het is tot gebrek” (Spreuken 11:24). Dit is een levende wet. Geloof uw Bijbel. Gods weg is reëel. Zij werkt. En zij is gemaakt voor u.


Hoofdstuk 4 - Doe uw deel volledig

Ja, Jezus Christus onderwees het betalen van tienden. En zoals we hebben gezien gebood Hij Zijn apostelen de volken “… alles [te leren] wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”, en Hij beloofde: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen” (Mattheüs 28:19-20).

Dus als wij Gods zegen willen ontvangen en het overvloedige leven dat Jezus Christus beloofde willen leiden, dan moeten wij Gods tienden trouw betalen en ook alle andere dingen doen die door Jezus werden onderwezen.

Een van deze andere onderwijzingen van Jezus, die betrekking hebben op ons werk en succes was: “Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken” (Mattheüs 5:16). Ware christenen moeten daarom een voorbeeld zijn voor anderen in alles wat zij zeggen of doen.

De Levende Christus inspireerde de apostel Paulus te schrijven: “Slaven [of werknemers], wees in alles uw aardse heren [bazen of chefs] gehoorzaam, niet met ogendienst als om mensen te behagen, maar oprecht van hart, in het vrezen van God. En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen” (Kolossenzen 3:22-23).

Deze woorden van Christus instrueren ons om ons hele hart te allen tijde in ons werk te leggen – of er nu een baas aanwezig is of niet. Ons wordt gezegd dit oprecht en ernstig te doen alsof wij voor God Zelf werken. Want in feite is dat ook zo. Het ware christelijke leven is een levensvervulling – of een roeping in de volste betekenis van het woord.

Wees ijverig in uw werk

In Zijn Woord zegt God: “Wie met een bedrieglijke hand werkt, wordt arm, maar de hand van de vlijtigen maakt rijk” (Spreuken 10:4). Bent u werkelijk vlijtig in uw werk?

Ook zegt God: “Bezit aan vluchtigheid ontsproten, wordt minder, maar wie met zijn hand bijeenbrengt, vermeerdert zijn bezit” (Spreuken 13:11). Veel mensen verdienen tegenwoordig de kost met wat als marginale beroepen kan worden aangeduid, zoals gokken, dingen verkopen die mensen niet nodig hebben of als tussenpersoon onnodige winsten opstrijken. Maar God zegt dat duurzame welvaart en Zijn zegen zullen worden gegeven aan iemand die werkt – werkelijk produceert en iets waardevols verricht.

Let nu op Spreuken 13:18: “Armoede en schande zijn er voor wie vermaning verwerpt, maar wie bestraffing in acht neemt, zal geëerd worden.” Met deze spreuk adviseert God u de instructies van degenen boven u in uw werk of in elke situatie in het leven in acht te nemen. Leer uw werk te doen zoals uw baas het gedaan wil hebben. Leer nauwkeurig te luisteren – na te denken – om te blijven groeien in kennis en bekwaamheid op uw werk.

Een heel belangrijk principe voor het dagelijks leven komt tot uiting in Spreuken 15:22: “Plannen falen, als er geen overleg is, maar door de veelheid van raadgevers komt het nodige tot stand.” Als er een grote beslissing moet worden genomen in uw zaken of bijvoorbeeld op uw boerderij – of de verkoop van uw huis of het veranderen van werk – leer dan advies te zoeken van veel kanten. Leer dit advies nauwkeurig en objectief te wegen – en daarbij Gods leiding en wijsheid te vragen.

Ten slotte gebiedt God: “Heb de slaap niet lief, anders wordt u arm, open uw ogen, verzadig u met brood” (Spreuken 20:13). Leer vroeg op te staan, ijverig te werken en productief te zijn op uw werk of in uw zaken.

En gehoorzaam dan  Gods financiële tiendenwet – in de erkenning dat alle kracht en vermogen waarmee u werkt, alle materialen die u gebruikt, al het voedsel dat u nuttigt en de lucht die u inademt teneinde kracht op te doen – dat dit alles komt van God, die alleen van u vraagt Hem een tiende terug te betalen van wat u produceert.

Wees ijverig in het dienen van de levende God

Hebt u eenmaal besloten tienden te betalen, wees er dan zeker van die tienden te sturen naar Gods vertegenwoordigers die Zijn werk doen en Zijn boodschap prediken. Precies zoals God u gebiedt ijverig te zijn in het dienen van uw baas, des te ijveriger dient u te zijn om uw Maker met deze financiële wet te gehoorzamen.

Begin niet te denken dat u zich niet kunt veroorloven tienden te betalen. U kunt u niet veroorloven het niet te doen.

God werkt vaak door menselijke instrumenten. Hij zal door u werken als u zich aan Hem overgeeft en Zijn Koninkrijk in uw leven op de eerste plaats stelt. Zoals we hebben gezien was de tiendenwet een deel van Christus’ evangelie. Als zodanig moet die aan de wereld worden verkondigd – en aan u – als een getuigenis.

Vraag God om wijsheid, geloof en vastberadenheid om Hem met deze financiële wet te gehoorzamen. Het zal ervoor zorgen God op de eerste plaats te stellen. Het zal u noodzaken een begroting te maken – te plannen – uw zaken te organiseren, misschien meer dan ooit tevoren. Het zal u ertoe leiden geloof te oefenen in uw Schepper om Zijn wetten en Zijn beloften na te komen.

God kan niet liegen. Daarom zult u ontdekken dat het heel goed mogelijk is voor u tienden te betalen. En als u handelt in liefde en geloof, zullen de fysieke en materiële zegeningen die komen even reëel zijn als God Zelf reëel is.

Gods dienaar Herbert W. Armstrong schreef over een uit het leven gegrepen voorbeeld van hoe God beslist tussenbeide komt en degene die tienden betaalt zegent:

“Het was eind 1933 – het dieptepunt van de grote depressie. Ed Smith was bronboorder van beroep, maar niemand leek zich het boren van een bron te kunnen permitteren.

Ed en zijn vrouw Emma bezochten kerkdiensten die ik toen hield in een plattelandsschool met één lokaal een kilometer of twintig ten westen van Eugene in de staat Oregon. Ed werd pas later een belijdend christen. Maar hij bezocht de diensten en hij ging rond op het platteland om met zijn belijdende christelijke buren Bijbelse doctrines te bespreken.

U moet tienden betalen en God gehoorzamen, beweerde hij, dat zegt de Bijbel. Het is duidelijk.

Een van zijn buren raakte geïrriteerd.

Luister eens Ed, barstte zijn buurman uit, waarom kom jij hier om mij deze dingen aan te praten terwijl jijzelf de Bijbel niet gehoorzaamt en zelf geen tienden betaalt?

Omdat ik, kwam Ed vlug en gevat met zijn antwoord, niet zeg dat ik christen ben en jij wel. Bovendien, voegde hij eraan toe, kan ik me sowieso niet veroorloven tienden te betalen.

Er zijn duizenden mensen die, zoals Ed Smith, redeneren dat zij zich niet kunnen permitteren tienden te betalen, ook al weten zij, zoals Ed Smith, dat de Bijbel het gebiedt.

Ik hoorde over het bovenstaande gesprek en gaf een preek over de vraag of een niet bekeerde persoon de Tien Geboden moet gehoorzamen en tienden betalen, of dat, zoals Ed redeneerde, deze dingen alleen voor christenen zijn bedoeld. Ik wees erop dat Gods wet in werking is gesteld voor het welzijn van de mens – het is de weg die vrede, geluk, welvaart, het volle, overvloedige, interessante leven brengt, en succes, vreugde, hier en nu, evenals eeuwig leven voor degenen die door Christus zijn behouden.

Ik toonde aan dat het loont en dat het de enige zinvolle levenswijze is, geheel los van de kwestie van behoud – en dat, zelfs als iemand uiteindelijk verloren gaat, hij die weinig zondigt met weinig slagen zal worden gestraft.

Ik wees op Gods beloften de tiendenbetaler te zegenen en dat dit een vaststaande wet is die God in werking heeft gesteld, een wet die onverbiddelijk en automatisch werkt voor zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen.

Ed begon de Bijbel te gehoorzamen. Op de eerstvolgende dienst (we hielden in die tijd drie keer per week een dienst in dat schooltje, en drie andere avonden in een zaal in het centrum van Eugene) overhandigde mevrouw Smith mij één dollar.

Dat is Eds eerste tiende, zei ze triomfantelijk. Wij zitten nu op $10 en Ed besloot tienden te betalen van wat wij nu hebben.

De daaropvolgende dienst kwam zij naar me toe met weer een gelukkige glimlach.

Hier is een vijfdollarbiljet, zei ze. De dag, nadat Ed Gods werk een tiende van alles wat hij had betaald had, kwam er een klant die hem al een jaar $50 schuldig was om hem te betalen. Dus hier is de tiende van die $50. Na het betalen van in totaal $6 aan tienden, hebben we nu $54 in plaats van de $10 die we daarvoor hadden

Het begon te lonen. Maar het was nog maar het begin. Op de volgende dienst, zoals ik het me herinner, had Ed zijn eerste opdracht sinds een of twee jaar ontvangen om een nieuwe bron te boren, waarvoor hij cash werd uitbetaald. Nog voordat hij klaar was met die opdracht, kreeg hij een nieuwe. Al gauw kreeg hij drie of vier opdrachten tegelijk en moest hij mensen in dienst nemen om voor hem te werken.

Ed Smith was slechts een van de velen die ik heb gekend die door ervaring leerden dat men zich niet kan veroorloven God niet de tiende te betalen die God toebehoort. Ik herinner me dat Ed Smith later moeilijkheden van een andere aard kreeg en dat zijn vrouw en zoon naar het tuberculoseziekenhuis van de staat werden gebracht en dat hij uiteindelijk tot werkelijke bekering kwam en Jezus Christus als Verlosser aanvaardde. Hij kwam naar mij toe, overeenkomstig het gebod van Jakobus 5:14, en zijn vrouw en zijn zoon werden beide geheel genezen en keerden naar huis terug.

Dit is een waar gebeurd verhaal en de naam is niet verzonnen. Ed Smith is enkele jaren geleden overleden, maar ik ben blij me deze gebeurtenissen in zijn leven te herinneren en hoop dat ze anderen tot de juiste,productieve alsook christelijke levenswijze mogen brengen.”

Wij zouden allemaal moeten leren van het bovenstaande verhaal. Zoals we hebben gezien zullen wij dan de directe nieuwtestamentische leer van Jezus Christus volgen die zei dat we “… die andere dingen [tiendenbetaling] niet [moeten] nalaten …” (Mattheüs 23:23). Onze Vader in de hemel wil dat wij allen genereus en oprecht zijn in onze tienden en in onze offers. Want Hij inspireerde de apostel Paulus te schrijven: “En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten. Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief. En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk” (2 Korinthe 9:6-8).

Bedenk dat de Grote God die wij dienen in staat is u de doorbraak te geven – u te zegenen zodat u “… overvloedig kunt zijn in elk goed werk” (vers 8). Ja, tiendenbetaling behelst geloof dat God er is – dat Hij Zijn geïnspireerde woord nakomt en zal doen wat Hij heeft gezegd dat Hij zal doen.

Dus naargelang de wolken aan de horizon van de wereld donkerder worden en de naties meer fysieke en financiële problemen van allerlei aard ervaren, is het zeer belangrijk dat u de Schepper-God aan uw kant heeft. Ook als Hij u niet rijk maakt, heeft Hij beloofd altijd voor u te zorgen als u Hem dient en gehoorzaamt. Hij zal ervoor zorgen dat u altijd genoeg heeft om van rond te komen. Wanneer anderen honger lijden of in grote moeilijkheden verkeren, belooft de God van de Bijbel Zijn trouwe dienstknechten absoluut: “… Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten” (Hebreeën 13:5).

Voeg u daarom voor uw eigen welzijn bij de duizenden die erop vertrouwen dat God Zijn beloften gestand doet. Betaal de Schepper van hemel en aarde de tienden die u Hem schuldig bent – plus genereuze offers – en ervaar dat Hij meer ‘reëel’ wordt in uw leven naarmate u Hem waarlijk dient en gehoorzaamt.


Hoofdstuk 5 - Help anderen zoals God u helpt

Wanneer wij de tienden en offers betalen die God gebiedt, brengen wij niet alleen zegeningen op onszelf; wij staan God ook toe ons te gebruiken om anderen te zegenen. God gebruikt onze tienden om voor andere mensen te zorgen en hun Zijn broodnodige Waarheid te geven. Dus door ijverig aan God tien procent van geheel ons inkomen terug te geven, worden wij ertoe aangezet aan anderen te denken – in plaats van zelfzuchtig alles voor onszelf te houden (Filippenzen 2:4-5). Christus zei: “… Het is zaliger te geven dan te ontvangen” (Handelingen 20:35).

Wanneer wij worden gemotiveerd door de wens anderen van dienst te zijn, ontwikkelen wij een vrijgevige, delende, zorgzame en edelmoedige instelling. “Een zegenende ziel wordt verzadigd, en wie te drinken geeft, die zal ook te drinken krijgen” (Spreuken 11:25). Dit betekent dat wij niet moeten geven “… met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief” (2 Korinthe 9:7). Natuurlijk, tiendenbetaling is een noodzaak, maar onze motivatie moet verder gaan; die moet zijn met vreugde en bereidwilligheid God te behagen en anderen te helpen.

Christus gaf het volmaakte voorbeeld door bereid te zijn ons alles te geven, inclusief Zijn eigen leven. “Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden [door mens te worden], terwijl Hij rijk was [Hij en de Vader bezitten alles], opdat u door Zijn armoede rijk zou worden” (2 Korinthe 8:9). De Almachtige God is de Grote Gever van alle goede en volmaakte gave (Jakobus 1:17). En wat belooft de Eeuwige aan iedereen die zijn zelfzuchtige natuur overwint? “Wie overwint, zal alles beërven [het hele universum met al zijn rijkdom] …” (Openbaring 21:7). Wij moeten de doorgaans zelfgerichte mentaliteit overstijgen die van nature komt en leren werkelijk te zorgen voor het geluk en het welzijn van anderen (Markus 12:31). Ja, wij kunnen een zegen zijn voor andere mensen.

Een belangrijke manier waarop God anderen zegent is door uw voorbeeld. Anderen die misschien weten dat u een tiendenbetaler bent kunnen u zien leren uw Schepper lief te hebben, te vrezen, te gehoorzamen en te dienen. Zij zullen ook zien dat u wordt gezegend – misschien materieel en zeker geestelijk – naarmate u steeds nader tot God groeit in geloof en gehoorzaamheid. Het is vaak door uw positieve voorbeeld dat anderen worden geïnspireerd om diezelfde weg te volgen teneinde dezelfde zegeningen te ervaren.

Een andere zeer belangrijke les die tiendenbetaling leert is ware nederigheid en oprechte gehoorzaamheid aan onze Schepper. Door tienden te betalen erkennen wij dat God onze Heerser is en daarom de werkelijke Bezitter van alles (Genesis 14:22). Per slot van rekening bezitten wij stervelingen eigenlijk niets. Wij zijn slechts beheerders en bewaarders van enkele van Gods bezittingen.

En door trouw tienden te betalen leren wij nog een belangrijke les: geloof. Het vereist werkelijk geloof om te weten dat God bestaat “… en dat Hij beloont wie Hem zoeken” (Hebreeën 11:6). Het vereist geloof om God te gehoorzamen, vooral als het lijkt dat wij ons niet kunnen veroorloven tienden te betalen. Maar, zoals wij al hebben gezien, belooft God, als wij Hem op de juiste manier beproeven, zulke zegeningen uit te storten dat “… er geen schuren genoeg zullen zijn” (Maleachi 3:10).

Door geloof in God te oefenen worden we steeds sterker – door elke dag te overwinnen – en vergroten daarmee onze kans een pilaar in Zijn eeuwigdurende Koninkrijk te worden (vgl. Openbaring 3:12). Natuurlijk betekent dit niet dat wij ons behoud verdienen of dat wij zelf iets kunnen doen dat werkelijk goed is (vgl. Mattheüs 19:17; Romeinen 3:10-12). Maar wanneer onze goede werken worden gedaan door de kracht van de heilige Geest in ons – de kracht door middel waarvan God in ons leeft – dan volgen wij inderdaad in de voetstappen van Jezus. Christus zei dat zelfs Hij niets uit Zichzelf kon doen (Johannes 5:19, 30; 8:28).

Verder zal leven door geloof een steeds groter geloof in ons opbouwen. Wij zullen God steeds meer vertrouwen. Wij zullen ophouden met ons heel veel zorgen te maken over onze persoonlijke financiën – want wij zullen de woorden van Jezus Christus absoluut geloven: “Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten?... of: Waarmee zullen wij ons kleden?… Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen [elementaire levensbehoeften] nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen …” (Mattheüs 6:31-34). Wat een geweldige gemoedsrust zullen we ervaren als we God volledig gaan vertrouwen (Filippenzen 4:6-7).

Na regelmatig de tiende van ons inkomen opzij te hebben gelegd voor gebruik in Gods werk, leren we al snel dat wij van het resterende deel kunnen rondkomen. Natuurlijk vereist dit nauwkeurig begroten en financiële discipline. En God zal ons op andere manieren helpen. Veel christenen hebben zich verbaasd over de zeldzame kansen, onverwachte kortingen en andere zegeningen die op hun weg komen als zij eenmaal beginnen getrouw tienden te betalen.

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser, zei: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mattheüs 6:19-21).

Jezus leerde ons royaal te geven van onze “schat”. Vergeet niet dat Hij het was die zei: “… Het is zaliger te geven dan te ontvangen” (Handelingen 20:35). Hij beval zeer de arme weduwe aan die zo royaal gaf aan Gods schatkist bij de tempel in Jeruzalem. “En toen Hij opkeek, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen, en Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine munten daarin werpen. En Hij zei: Werkelijk, Ik zeg u dat deze arme weduwe er meer dan allen in geworpen heeft. Want die allen hebben van hun overvloed daarin geworpen als offergave aan God, maar zij heeft van haar armoede alles wat ze voor haar levensonderhoud had, daarin geworpen” (Lukas 21:1-4)

Bij een andere gelegenheid zei Jezus: “Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden” (Lukas 6:38). Christus gebood ons duidelijk te geven. En dat gebod gaat gepaard met de belofte dat, als we geven, we veel meer zullen terugontvangen. God belooft degenen te zegenen die getrouw hun tienden geven en vrijwillige offers brengen aan Hem en Zijn werk – degenen die geven met de juiste houding van liefde en onbaatzuchtige zorgzaamheid.

Onze drijfveer om te geven mag nooit zelfverheerlijking zijn. Wij moeten niet geven met het uitdrukkelijke doel een rijke teruggave op onze investering te ontvangen – zoals het valse evangelie van welvaart en rijkdom predikt, zoals we in het voorgaande hoofdstuk zagen. Maar als wij geven vanuit een zuiver en vrijgevig hart, dan zegt God dat wij zeker zullen worden gezegend.

De apostel Paulus zei tegen Timotheüs: “Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamelen zij voor zichzelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen” (1 Timotheüs 6:17-19).

Als wij getrouw het ware werk van God in dit tijdperk steunen door tienden te betalen en offers te geven, en als wij bereidwillig financiële of andere steun geven – dat wil zeggen, aalmoezen – aan de behoeftige mensen die wij op ons pad tegenkomen, dan zal de Almachtige deze goede werken als eeuwige schat rekenen die bewaard wordt op de Bank in de Hemel. Door onze getrouwe gehoorzaamheid aan God wordt Zijn werk gedaan – en wordt Zijn evangelie naar de hele wereld gebracht.

Als wij getrouw “… aan God [geven] wat van God is” (Mattheüs 22:21), dan belooft Hij ons in dit leven te zegenen. Tienden betalen met een goede houding zal uw leven nu positief beïnvloeden op zoveel manieren, maar nog veel indrukwekkender voor alle eeuwigheid in de wereld van morgen. Dan zullen allen die van hun rijkdom getrouw tienden hebben betaald volledig begrijpen wat Paulus bedoelde met “… de onnaspeurlijke rijkdom van Christus” (Efeze 3:8). Beslist niemand wil dat mislopen.