We zien het elk jaar weer: versierde bomen, kransen van dennengroen en heldere, vaak veelkleurige lichtjes. Soms staat er in de hoek een kleine kribbe met daarin een zuigeling die overdadige geschenken krijgt. Maar veel van de geschenken die op deze dagen worden gegeven komen van onder schuld gebukt gaande volwassenen, die elkaar pogen te overtroeven met geschenken van de laatste mode of nieuwste rage voor kinderen, familieleden en vrienden.

Is dit wat Jezus Christus in gedachten had voor Zijn volgelingen? Wat dat betreft, wat hebben deze tradities eigenlijk helemaal te maken met de geboorte van Jezus Christus? De mensen zeggen vaak: Laten we Christus terugbrengen in Kerstmis – maar was Hij daar ooit? Waar hebben we onze vele tradities vandaan gehaald? De antwoorden zullen u misschien verrassen!

Voorwoord

De reden voor de kersttijd?

In de hele wereld is Kerstmis naar de meeste maatstaven het populairste feest en het middelpunt van ’s werelds grootste godsdienstige traditie. Negen van de tien Amerikanen zeggen dat zij Kerstmis vieren (Pew Forum, december 2013). Bijna iedereen die zichzelf  christen noemt viert het feest en in de Verenigde Staten beweren zelfs acht van de tien niet-christenen op een of andere manier Kerstmis te vieren (ibid.).

Maar wat vieren zij eigenlijk? Miljoenen steken zich in de schulden om geschenken te kopen ter viering van een Jezus die ons eraan herinnerde dat wij niet zowel God als de mammon kunnen dienen. De Verlosser die waarschuwde tegen begeerte wordt geëerd, lijkt men te denken, door de jaarlijkse consumentenrazernij die haar hoogtepunt bereikt rond de kerstboom. Elke december gaan miljoenen feestvierders zich te buiten aan rijke maaltijden, drinken een beetje te veel en laten zich in met wild gedrag – ter viering van de Verlosser Wiens Bergrede zachtmoedigheid en nederigheid prees.

En hoe zit het met de kerk? Bijna iedere pastor kan u iets zeggen over tweemaal-per-jaar christenen, die zich alleen met Kerstmis en Pasen in de kerk laten zien.

En dan is Kerstmis ook een tijd dat vrome gelovigen een kerstkribbe opzetten en nadenken over de legenden die Christus’ geboorte omgeven. In plaats van zich bezig te houden met de nieuwste consumententrends of kerstkoopjes, denken zij liever na over de baby Jezus in Zijn kribbe die bezoek krijgt van de wijzen uit het oosten met hun geschenken. Zouden deze goedbedoelende mensen geschokt zijn als zij horen dat niet alleen deze gebruikelijke kerstscène nergens in de Bijbel staat, maar ook dat de Bijbel zelf een heel ander verhaal vertelt dan zij hebben geleerd?

Kerstmis is om uiteenlopende redenen belangrijk geworden voor miljarden mensen. Het is gezellig. Het is winstgevend. Het is een manier om tradities te koesteren. Maar één fundamentele vraag blijft gewoonlijk onbeantwoord: Is Kerstmis Christelijk?

Lees verder en de informatie in dit boekje zal uw ogen openen, uw perspectief veranderen – en u misschien zelfs aansporen tot een diepere en meer zinvolle relatie met de ware Jezus Christus, vrij van alle kerstlegenden en -tradities!

 

Hoofdstuk 1

Waarom 25 december?

Waar komt Kerstmis oorspronkelijk vandaan? Lang voordat Jezus werd geboren, was het seizoen rond 25 december al een geboorteviering! Kerstmis heeft een voorchristelijke oorsprong!

Voor de agrarische samenlevingen van de oudheid was rond die tijd elk jaar een bepaalde gebeurtenis heel belangrijk: de winterzonnewende. Die gebeurtenis vindt plaats als de dagen niet meer korter maar langer beginnen te worden. De baan die de zon beschrijft begint elke dag hoger aan de hemel te komen, wijzend op de terugkeer van de lente, die zal leiden tot een wedergeboorte van het leven voor de winterse, schijnbaar dode aarde. Culturele antropologen merken op: “In de hele wereld hebben mensen duizenden jaren lang deelgenomen aan een religieus ritueel bij de winterse zonnewende, wanneer de neerwaartse loop van de zon wordt beëindigd en zij terug lijkt te keren naar de aarde. Deze toestandswijziging in de doodse midwinter van het jaar werd ervaren als de wedergeboorte van de zon en gevierd als de geboortedag van de zonnegod, het lichtende goddelijke kind” (The Myth of the Goddess [De mythe van de Godin], Baring and Cashford, p. 561).

Wanneer de zon steeds lager aan de hemel kwam te staan en de dagen korter werden, gaf dat het begin aan van de winter en het verlies van de productiviteit van het land. De kortste dag van het jaar is het laagste punt van de baan die de zon aan de hemel beschrijft. Die dag wordt de winterzonnewende genoemd. Maar na die tijd begint de baan van de zon aan de hemel elke dag groter te worden, wat de komst van de lente en een vernieuwing van de aarde voorspelt. Het midwinterfeest van de winterzonnewende was een belangrijke gebeurtenis voor alle culturen waarin de zon werd aanbeden, en er vormde zich veel mythologie omheen. Bovendien ging het met veel festiviteiten gepaard.

Het feit dat Kerstmis van heidense oorsprong is, is niet bepaald controversieel – zoals populaire encyclopedieën bevestigen. De Encyclopaedia Britannica zegt erover: “De viering ervan als de geboortedag van de Verlosser wordt begeleid met seculiere gewoonten die veelal aan heidense bronnen ontleend zijn; Kerstmis en Driekoningen, dat twaalf dagen later op 6 januari valt, zijn inderdaad omgevormde heidense vieringen van de winterzonnewende, en zo nauw verbonden dat de oorsprong van beide niet los van elkaar kan worden besproken.

25 december in Rome – Dit was de datum van een heidens feest in Rome, door Keizer Aurelianus in 274 n. Chr. gekozen als de geboortedag van de onoverwinnelijke zon (natalis solis invicti), die bij de winterzonnewende weer een toename van het licht begint te tonen. Op een zeker moment vóór 336 n. Chr. stelde de kerk in Rome de viering van de geboortedag van Christus, de zon der gerechtigheid, in op dezelfde datum.

Traditionele gewoonten – De traditionele gewoonten die met Kerstmis verbonden zijn, zijn afgeleid van verschillende bronnen ten gevolge van het samenvallen van het feest van de geboorte van Christus en de heidense agrarische en zonnevieringen in midwinter. In de Romeinse wereld waren de saturnaliën (17-24 december) een tijd van vrolijkheid en het uitwisselen van geschenken … Maar hoewel de feestelijkheden rond Kerstmis indirect door deze gewoonten werden beïnvloed, gaf het feit dat Kerstmis op de geboortedag van de onoverwinnelijke zon werd gevierd een zonneachtergrond aan het seizoen, verbonden met de Calenden van januari (1 januari) – het Romeinse Nieuwjaar wanneer de huizen werden versierd met groene takken en lichtjes en aan de kinderen en armen cadeautjes werden gegeven. Aan deze zonnewendevieringen werden Germaans-Keltische joelrituelen toegevoegd toen de Teutoonse stammen Gallië, Brittannië en het Keltische Europa binnendrongen. Joeltijd bracht zijn eigen tradities van feestvieren en gewoonten rond een begrafenis met zich mee, die werden gecombineerd met Romeinse zonnewenderiten en  nieuwjaarsovergangsriten ... Altijd groene planten hebben als symbool van overleving een langdurige associatie met kerstfestiviteiten, waarschijnlijk daterend uit de achtste eeuw toen St. Bonifatius de kerstening van Germanië voltooide en de dennenboom wijdde aan het Heilige Kind om de heilige eik van Odin te vervangen” (“Christmas”, p. 704, Vol. 5, 1970 ed.).

Een andere editie van de Britannica voegt eraan toe: “De precieze oorsprong van de toewijzing van 25 december als de geboortedatum van Jezus is onduidelijk. Het Nieuwe Testament geeft in dit opzicht geen aanwijzingen. 25 december werd in 221 voor het eerst geïdentificeerd als de datum van Jezus’ geboorte door Sextus Julius Africanus en werd later de algemeen geaccepteerde datum. Eén wijdverspreide verklaring van de oorsprong van deze datum is dat 25 december de kerstening was van de dies solis invicti nati (‘dag van de geboorte van de onoverwinnelijke zon’), een populaire feestdag in het Romeinse Rijk die de winterzonnewende vierde als symbool van de herleving van de zon, het zich ontdoen van de winter en de aankondiging van de wedergeboorte van de lente en de zomer. Inderdaad legden christelijke schrijvers nadat 25 december op grote schaal was geaccepteerd als de datum van Jezus’ geboorte vaak een verbinding tussen de wedergeboorte van de zon en de geboorte van de Zoon. Een van de moeilijkheden van deze zienswijze is dat ze een nonchalante bereidheid suggereert van de kant van de christelijke kerk zich een heidens feest eigen te maken waar de vroege kerk er zo sterk op gericht was zichzelf uitdrukkelijk te onderscheiden van heidense geloofsovertuigingen en -praktijken” (Encyclopaedia Britannica, “Christmas”).

De Britannica vervolgt: “Kerstmis behoorde niet tot de vroegste feestdagen van de kerk …gewoonten met kerst zijn een evolutie vanaf de tijden van lang vóór de christelijke periode – afstammend van heidense, religieuze en nationale seizoenspraktijken, omgeven met legenden en tradities” (1959, Vol. 5, “Christmas”, p. 642).

“In het zuiden van Europa, in Egypte en Perzië werden de zonnegoden geëerd met uitgebreide ceremoniën in het seizoen van de winterzonnewende, als een passende tijd om eer te bewijzen aan de goedaardige god van de overvloed, terwijl in Rome een week lang de saturnaliën heersten. In de noordelijke landen was half december een kritieke tijd, want de dagen werden steeds korter en de zon was zwak en ver weg. Daarom hielden deze oude volken  in dezelfde periode feesten waarin tegenwoordig Kerstmis wordt gevierd … Aldus werd het kernidee van de winterzonnewende – de terugkeer van het licht – de hoop van de wereld in de geboorte van Christus, het licht van de wereld … Toen de kerkvaders in 440 n. Chr. besloten een datum vast te stellen om de gebeurtenis [Christus’ geboorte] te vieren, waren zij zo wijs de dag van de winterzonnewende te kiezen die al diep in de geest van de mensen was verankerd en die hun belangrijkste feest was. Wegens veranderingen in de door de mens gemaakte kalenders, verschilt de tijd van de zonnewende en de datum van Kerstmis enkele dagen” (ibid., p. 643).

Heeft u het opgemerkt? In 440 n. Chr. plaatsten de officiële christelijke autoriteiten een oude heidense praktijk eenvoudig over naar de verering van Christus – in de mening te kerstenen wat de heidenen allang deden! Maar kerstenden zij hiermee heidense praktijken of  verheidensten zij het christendom?

 

Hoofdstuk 2

Wanneer werd Jezus geboren?

In welke tijd van het jaar werd Jezus eigenlijk geboren? Misschien verrast het u te horen dat het niet eind december kan zijn geweest! Lukas 2:8 zegt dat in de tijd dat Jezus geboren werd, er “… herders in diezelfde streek [waren], die zich ophielden in het open veld en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde”. Dit tafereel kon niet in de winter plaatsgevonden hebben, omdat in de vroege herfst de kudden uit het veld werden teruggebracht om te overwinteren op meer beschutte plaatsen. De winters in dat gebied zijn koud, nat en soms ligt er sneeuw op de bruin geworden velden. De herders en de schapen kunnen niet de hele winter aan de elementen worden blootgesteld. Let op de duidelijke opmerkingen hierover in de bekende Adam Clarke’s Commentary: “Het was onder de Joden gebruikelijk hun schapen rond het Pascha de wildernis in te sturen, en ze weer thuis te brengen als de eerste regen begon: gedurende de tijd dat ze buiten waren, hielden de herders dag en nacht de wacht over hen. Daar het Pascha in de lente viel en de eerste regen vroeg in de maand Marcheshvan begon, die overeenkomt met een deel van onze maanden oktober en november, zien we dat de schapen gedurende de hele zomer in het open veld werden gehouden. En aangezien deze herders hun kudden nog niet thuis hadden gebracht, is dit een duidelijke aanwijzing dat oktober nog niet was begonnen, en dat bijgevolg onze Heer niet op 25 december werd geboren, wanneer er geen kudden buiten in het veld waren; evenmin kon Hij later dan september zijn geboren, aangezien de kudden nog steeds ’s nachts in het veld waren. Op grond hiervan zou de geboorte in december moeten worden opgegeven” (artikel: “Luke 2:8”).

Als Jezus niet in december kan zijn geboren, is er dan enige indicatie wanneer Hij wel werd geboren? De precieze datum is in de Bijbel niet te vinden, maar er zijn sterke aanwijzingen dat het in de vroege herfst moet zijn geweest, rond september.

Merk op dat Jezus Zijn optreden begon omstreeks Zijn dertigste verjaardag. “En Hij, Jezus, was ongeveer dertig jaar toen Hij Zijn dienstwerk begon” (Lukas 3:23). En de evangelieverslagen laten zien dat Hij Zijn dienstwerk na drieënhalf jaar beëindigde toen Hij werd gekruisigd met Pascha, dat in de lente van het jaar valt, eind maart of begin april. Dat plaatst de tijd van Zijn geboorte een half jaar na Pascha, in de herfst rond eind september of begin oktober.

Ook geeft de tijd van de geboorte van Johannes de Doper een bevestiging van Jezus’ geboorte in de herfst.

Lukas 1 vertelt over een belangrijke gebeurtenis die leidt naar de conceptie en geboorte van Jezus. Er was een priester, Zacharias geheten, die diende in de Tempel, in de hem afdeling waaraan hij toegewezen was, die van Abia (v.5). Elizabeth, zijn vrouw, was een volle nicht van Maria, Jezus’ moeder. Zacharias en Elizabeth waren “op hoge leeftijd” (v. 7) en hadden geen kinderen. Toen Zacharias op zijn speciale tijd in de tempel diende, verscheen de engel Gabriël voor hem en zei hem dat zijn vrouw zwanger zou worden. Wij kennen dat kind als de latere Johannes de Doper (Johannes 1:13-17).

Eeuwen daarvoor had koning David de priesters die in de tempel dienden onderverdeeld in 24 roulerende afdelingen (1 Kronieken 24:1-19). Zacharias’ afdeling was de achtste van de 24, en correspondeerde met een bepaalde tijd van het jaar: ongeveer het einde van mei op onze kalender. De heilige dag van Pinksteren viel een week na de afdeling van Zacharias, en hij moest ook gedurende die tijd dienst doen evenals alle andere priesters. Tijdens zijn dienst leefde Hij apart van zijn vrouw en op zijn vroegst kan hij naar huis teruggekeerd zijn en een kind hebben verwekt in de tweede week van juni.

Dezelfde engel Gabriël werd zes maanden later naar Elizabeth’s nicht, Maria, een maagd, gezonden om haar te vertellen dat zij zwanger zou worden van de Messias door de kracht van de heilige Geest. “En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden. En zie, uw nicht Elizabet is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd. Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn” (Lukas 1:35-37).

Als Johannes de Doper werd verwekt kort nadat Zacharias half juni naar huis was teruggekeerd, en Jezus zes maanden later werd verwekt, dan plaatst dat Jezus’ geboorte in de tweede helft van september. In die tijd van het jaar zouden de kudden nog buiten in het veld zijn, zoals Lukas 2:8 zegt: “En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde.” Christus’ geboorte vond niet plaats tijdens de winterzonnewende eind december.

Elke december is te horen: Laten we Christus terugbrengen in Kerstmis. De reden dat de mensen de noodzaak voelen Christus in Kerstmis te brengen is wellicht dat Hij nooit in Kerstmis was – en nu ook niet is!

 

Hoofdstuk 3

Dromen over een commerciële kerst?

Veel waarnemers betreuren de vercommercialisering van Kerstmis. Winkeliers in de VS hebben zelfs een term – Christmas creep [kerstkruip en -sluip]– als aanduiding van hoe het kerstwinkelseizoen elk jaar steeds vroeger lijkt te beginnen. Velen van ons kunnen zich herinneren dat feestversieringen pas in december in de winkels verschenen. Vervolgens begon het verkoopseizoen november binnen te sluipen, en de kerstmuziek begon in de VS al rond de dag van Thanksgiving [dankdag voor het gewas op de vierde donderdag van november in de VS] te klinken. Daarna begon het al een week voor Thanksgiving. Nu zien we al versieringen en horen reeds de muziek  van het seizoen in de winkelcentra rond Halloween in oktober.

Hoever de promotie van het kerstseizoen in de seculiere maatschappij ook gaat,  de reden voor het seizoen [Am. Eng.:reason for the season] is duidelijk: volg gewoon  het geld[Am. Eng.: Just follow the money]

Black Friday [Zwarte vrijdag]” is de naam die winkeliers geven aan de dag na Thanksgiving in de VS en het VK − of Vendredi Noir  in Frankrijk − die allemaal eind november vallen. Het verwijst naar de tijd dat de winkeliers traditioneel het verschil tussen hun opbrengsten en kosten van een verliespositie – rode cijfers voor het grootste deel van het jaar – naar een winstpositie zien gaan wanneer zij zeggen dat ze in de zwarte cijfers  zijn gekomen. Dit betekent dat het grootste deel van hun winsten uit de verkopen in het feestseizoen komen – geen Kerstmis, geen winsten!

Het kerstseizoen is doorslaggevend in de detailhandel. Natuurlijk willen zij het koopseizoen het liefst zo lang mogelijk maken. Er is een grote financiële motivatie om de koopactiviteit in die periode te maximaliseren.

Kerstmis kan winkels maken of breken. Elk jaar moeten de winkeliers manieren zien te vinden om hun omzet tijdens het feestseizoen gelijk te houden of te vergroten. Creatieve marketeers vinden talloze manieren om een langer koopseizoen te creëren, omdat het betekent dat meer van het zuur verdiende geld van consumenten beschikbaar is om hun producten te kopen. Als klanten gedurende het jaar niet voor de kerstaankopen sparen – wat voor de meeste mensen het geval is – zullen zij hun aankopen waarschijnlijk moeten financieren met hun gewone loon of met creditcardschuld. Dus een koopseizoen van drie of vier maanden levert meer omzet op dan de handel in alleen december – vandaar dat we zien wat winkeliers de kerstkruip en-sluip noemen. Het feestkoopseizoen kruipt en sluipt november, oktober of vroeger binnen als de verkopers ermee kunnen wegkomen.

Een van de belangrijkste verkooptactieken is het genereren van de kerstsfeer in de winkels en de winkelgebieden. In het begin herinneren feestversieringen het winkelende publiek aan het seizoen en voegen een feestelijk gevoel van betrokkenheid toe. Al gauw volgt er muziek van het seizoen – gewoonlijk van een niet-geestelijke soort om het niet-religieuze publiek niet te kwetsen – en het is een zeer beslissend element om het winkelend publiek steeds meer te laten kopen. Zacht zingende zangers, waarvan sommigen er al lang niet meer zijn, zingen sentimentele vertolkingen van Santa Claus is Coming to Town of Rudolph the Red-Nosed Reindeer [red.: ook in Nederland en België]. Nadat het seizoen in januari voorbij is, zijn de meeste mensen opgelucht bevrijd te zijn van de constant  met muziek omgeven verkoopperiode.

Veel werkgevers geven een eindejaarsuitkering en de winkeliers willen daarvan zoveel mogelijk te pakken zien te krijgen. Daarom houden veel zakenmensen grote eindejaarsuitverkopen om van al hun spullen af te komen en die contanten te bemachtigen!

Schuldgevoel verkoopt! Ouders krijgen het gevoel opgedrongen dat zij geen goede ouders zijn als hun kinderen geen goede kerst hebben. Hoe vaak stelt men u niet de vraag: “Heb je een goede kerst gehad dit jaar?” Er is veel sentimentaliteit verbonden met het geven en krijgen van veel cadeaus met kerst, waarvoor men zoveel financiële offers brengt om ze te kopen, dat de belangrijkste belanghebbende van dat sentiment wellicht de zakenman is die de cadeaus verkocht – meer dan de ontvangers.

Te veel geld uitgeven met Kerstmis om emotionele redenen is een algemeen probleem – zoals schuldsaneringsinstanties weten.

Creditcardschuld – Het spook van de voorbije kerst

Wat staat er op de kaartafschriften? Kerstschulden! Creditcardschuld piekt tijdens de feestdagen – en die moet dan gedurende de rest van het jaar tegen zeer hoge rente worden afbetaald. Deskundigen op het gebied van persoonlijke financiën noemen deze opeenhoping van dure schuld de kater van het feestseizoen. Schuldsaneerders zijn er gek op! “Consumentenadviseurs zien in januari en februari een toename van 25 procent in het aantal mensen dat hulp zoekt, en de meesten van hen worden naar hun deuren gedreven door rekeningen van de feestdagen die de consumenten achtervolgen als het spook van de voorbije kerst … ‘Veel mensen redden zich door het betalen van de minimumbedragen op hun creditcards’, zei Durant Abernethy, president van de National Foundation for Credit Counseling [Nationale stichting voor kredietadvies]. ‘Voeg daarbij de rekeningen van de feestdagen en plotseling zijn die minimumbedragen meer zijn dan zij zich kunnen veroorloven’” (Eileen Alt Powell, “Lingering Christmas Bills Can Lead to Debt Woes [Achterstallige kerstrekeningen kunnen leiden tot schuldzorgen]”, ABCNews.go.com, 7 maart 2014).

Bedenk dat met een typische 17 procent kredietkaartrente een consument 170 dollar rente opstapelt voor elke 1.000 dollar kredietkaarttegoed voor een jaar. Iemand met een schuld van 5.000 dollar moet jaarlijks 850 dollar rente betalen. En sommige tarieven zijn aanmerkelijk hoger. Maar minimum afbetalingen doen kan buitengewoon duur worden. Bij een minimum maandelijkse betaling van 2,5 procent die veel kaarten rekenen ($120 op $5.000), zal het iemand 21 jaar en 2 maanden kosten om die 5.000 dollar schuld af te betalen. De schuldenaar zal uiteindelijk $6.045,45 aan alleen al rente moeten betalen – bovenop de oorspronkelijke schuld!

Creditcardmaatschappijen houden van het feestseizoen en de feestschuldkater die het voortbrengt. Het is voor hen uitermate lucratief en voor onwijze feestinkopers uitermate duur. Er is volop gezond advies over omgaan met de problemen die het feestseizoen creëert. Deborah Fowles adviseert op about.com: “How to Avoid the Financial Holiday Hangover [Hoe de financiële feestkater te vermijden]: Klinkt dit scenario bekend? U gebruikt uw creditcards om uw kerstinkopen te doen, met de belofte aan uzelf de schuld binnen twee of drie maanden af te betalen. Zes of acht maanden later (of nog langer) bent u nog steeds aan het afbetalen, en die artikelen die zo’n koopje leken kosten u uiteindelijk 10 tot 20 procent meer dan u dacht, wegens de creditcardrente.. Voor veel Amerikanen herhaalt dit schuldpatroon zich jaar op jaar. Deskundigen in persoonlijke financiën noemen dit de ‘feestkater’. Er zijn tijden wanneer het maken van creditcardschuld zinvol is, maar het kopen van cadeaus in de kersttijd hoort daar niet bij. Het gebruik van creditcards leidt vaak tot impulsaankopen, overbestedingen, en stijgende schuld” (“Avoid Credit Card Debt During the Holidays [Vermijd creditcardschulden tijdens de feestdagen]”).

Als het kopen van cadeaus in het feestseizoen al een economische zegen is voor winkeliers en creditcardmaatschappijen, de maanden erna zijn een ware goudmijn voor de schuldsaneringsinstanties. Deze instellingen doen veel van hun zaken als gevolg van de creditcardaankopen voor de feestdagen.

De kerstkruip en -sluip van de zakenlui kan de mensen het gevoel geven dat de seizoensverkopen elk jaar eerder beginnen, echter het feestseizoen is in feite nog veel eerder begonnen dan de meeste mensen denken. Historisch gezien begon de viering van 25 december als de verjaardag van de zonnegod, niet van de Zoon van God!

 

Hoofdstuk 4

De Kerstman: grappig of gewoon bedrog?

Hoeveel kinderen vragen niet aan hun ouders: Wat heeft de Kerstman met de geboorte van Jezus te maken? Of: Mijn vrienden zeggen dat de Kerstman niet bestaat. Bestaat hij echt? Hebben zij een eerlijk antwoord gekregen?

Men moedigt kinderen aan in de mythe van de Kerstman te geloven, maar op een bepaald moment ontdekken zij altijd dat het hele verhaal nooit waar is geweest. Ze komen erachter dat er geen onsterfelijke, bebaarde, dappere man in een rood pak is, geen rendier en geen werkplaats op de Noordpool met drukke elfjes die speelgoed maken. Wat zij overhouden van die onvermijdelijke ontdekking is het idee dat er mythen zijn verbonden met hun geloofsovertuigingen. Kerstmis is tenslotte een vermeend godsdienstig feest. De mythe van de Kerstman wordt aan een jonge ontvankelijke geest gepresenteerd als feitelijk waar – en dan vindt het kind uit dat het nooit feitelijk waar was. Ouders laten zelfs een zogenaamd bewijs van het bezoek van de Kerstman achter, zoals een leeg melkglas of een half opgedronken frisdrankje. Als een kind eenmaal achter de waarheid komt,  roept dit het idee in het leven dat geschiedverhalen, waarbij het bovennatuurlijke betrokken is, waarschijnlijk vals zijn. En kinderen komen er allemaal achter dat het hele verhaal van de Kerstman een verzinsel is – een leugen of zelfs een gecompliceerde reeks leugens. En de meesten komen daar op heel jonge leeftijd achter.

David Kyle Johnson, assistent-hoogleraar filosofie aan King’s College in Pennsylvania, schrijft op de website van Psychology Today  dat het voor een kind dat in een echt bestaande Kerstman gelooft “een belangrijk moment” is als hij of zij tot het besef komt dat het eenvoudig niet waar is. Hij rapporteert dat er “… enkele nare verhalen [zijn] over het ‘belangrijke  moment’ – verhalen die laten zien dat het ontdekken van de waarheid over de Kerstman vaak niet zonder gevolgen is – uiteenlopend van de erosie van het ouderlijk gezag en vertrouwen tot aan een kind dat atheïst wordt. Bijvoorbeeld, [een jongen] verdedigde het bestaan van de Kerstman tegenover zijn hele klas op grond van het loutere feit dat zijn ‘moeder niet zou liegen’ tegen hem, om vervolgens de hele klas een artikel in de encyclopedie over de Kerstman voor te lezen en daarmee tegelijkertijd te ontdekken dat zij dat inderdaad wel deed. Toen [een klein meisje] besefte dat de reden dat zij niet altijd kreeg wat zij aan de Kerstman had gevraagd was dat hij niet bestond, redeneerde zij dat het niet bestaan van God de beste verklaring was voor waarom haar gebeden ook onbeantwoord bleven. Ik zeg niet dat dit gebeurt met alle kinderen; ik zeg dat het een mogelijkheid is. Als u godsdienstig bent, betwijfel ik dat het een mogelijkheid is die u wenst te bevorderen. Natuurlijk, als u atheïst bent, vindt u het misschien fijn dat de leugen over de Kerstman dit doet” (“Say Goodbye to the Santa Claus Lie [Zeg gedag tegen de leugen over de Kerstman]”, december 2012).

Vanzelfsprekend reageren niet alle kinderen slecht op dit “belangrijke moment” en vele, zo niet de meeste kinderen zijn veerkrachtig. Maar twijfel en scepsis die iemand als kind aanleert kunnen voort blijven bestaan in de volwassenheid.

Nee, Virginia…

Op 21 september 1897 vond er een bekend stukje kerstoverlevering plaats. Een achtjarig meisje, genaamd Virginia O’Hanlon schreef de krant de New York Sun het volgende:

“Beste redacteur – ik ben 8 jaar oud. Sommige van mijn vriendjes zeggen dat er geen Kerstman bestaat. Papa zegt: ‘Als je het in The Sun ziet, is het zo.’ Wilt u mij alstublieft de waarheid vertellen: bestaat er een Kerstman?”

Zij ontving het beroemde antwoord dat ten dele als volgt luidt: “Virginia, je vriendjes hebben ongelijk … Ja, Virginia, er bestaat een Kerstman …! Hoe treurig zou de wereld zijn als er geen Kerstman bestond! … Niet geloven in de Kerstman! Dan kun je net zo goed ook niet in sprookjes geloven.”

Sprookjes?

Maar Virginia was ongetwijfeld door haar ouders geleerd de waarheid te spreken, en zij had de redacteur gevraagd: “Wilt u mij alstublieft de waarheid vertellen …” Zij vroeg of er werkelijk een Kerstman is. Vindt u dat het antwoord dat zij kreeg de waarheid was? Nee, Virginia, het was niet de waarheid! Maar op een dag ontdekte Virginia ongetwijfeld de waarheid over de Kerstman … en ook over sprookjes.

Een kind vraagt zich af … Als een magische Kerstman een mythisch onderdeel is van de kerstfestiviteiten, hoe zit het dan met de wonderbaarlijke geboorte van Jezus? Werd die echt aangekondigd door engelen? Zijn de drie koningen werkelijk gekomen? Stond er werkelijk  een ster boven Bethlehem? Is Jezus echt een Koning? Zal het kind zich niet afvragen of alle wonderbaarlijke dingen in de Bijbel misschien mythen zijn? Als ze de waarheid over de Kerstman ontdekken, wordt kinderen onderwezen dat religieuze wonderen mythen kunnen zijn. Een zeer betreurenswaardig aspect van de mythe van de Kerstman is dat kinderen wordt gezegd het in geloof aan te nemen. Wanneer dat geloof verloren gaat, kan dit twijfel scheppen over geloof in religieuze zaken in de toekomst.

Naar waarheid,  de Kerstman komt niet, en het is het beste dat het godsdienstige geloof van kinderen wordt gebaseerd op dingen die waar zijn. Jezus zei: “… Uw woord is waarheid” (Johannes 17:17).

Oude mythen

Waar komt de moderne Kerstmanmythe vandaan? Volgens historici is die in de loop der eeuwen ontwikkeld uit een verscheidenheid aan bronnen. In de vierde eeuw n. Chr. was er in Myra (in het tegenwoordige Turkije) een Griekse bisschop, genaamd Nicolaas, die door de roomse kerk heilig werd verklaard. De dag van Sint Nicolaas waarmee hij werd geëerd viel op 6 december, maar die werd geleidelijk vermengd met gebruiken die later in de maand met Kerstmis waren verbonden.

Vele generaties lang voordat zij de rooms-katholieke kerk binnenkwamen hadden de Germaanse volken een midwinterfeest gevierd dat het joelfeest heette, en bijgevolg werden veel joeltradities opgenomen in Kerstmis. Rome vond het dienstig veel van de voormalige gewoonten van deze volken te kerstenen ten einde de heidenen ontvankelijker te maken voor katholieke evangelisatie. De betekenis van de dag kan misschien oppervlakkig zijn veranderd, maar de werkelijke praktijk en de tijd op de zonnekalender zijn dezelfde gebleven.

Sommige voorstellingen rond de Kerstman die we vandaag hebben vinden waarschijnlijk hun oorsprong bij de Germaanse god Odin, van wie werd gezegd dat hij een witte baard had, geschenken bracht en door de hemel reed. “Veel van de verschijning van Santa Claus of Father Christmas [Vader Kerstmis], wiens dag 25 december is, is te danken aan Odin, de oude geschenkenbrenger met de blauwe hoed, mantel en witte baard uit het noorden, die door de midwinterhemel reed op zijn achtbenige ros Sleipnir en zijn mensen met geschenken bezocht. … Odin, getransformeerd in Father Christmas, en daarna Santa Claus, werd een succes door Sint Nicolaas en het kerstkind werd een hoofdrolspeler op het kersttoneel” (Margaret Baker, Discovering Christmas Customs and Folklore: A Guide to Seasonal Rites Throughout the World  [Ontdekking van kerstgebruiken en -folklore: Een gids voor seizoensrituelen over de hele Wereld], p. 62). In de loop van de eeuwen hebben diverse bronnen de vele variaties van de Santa Claus mythologie  beïnvloed.

De Encyclopedia Americana merkt op: “Op de vooravond van zijn feestdag … maakt Sint Nicolaas zijn rondgang en bezoekt paleizen en hutten … Wanneer hij weer weg is, plaatsen de kinderen voorwerpen om de geschenken in te ontvangen die hij naar verwachting door de schoorsteen zal laten vallen …” (“Saint Nicholas’ Day”, deel 20). De Nederlandse versie van de naam was Sinterklaas, die in het Amerikaans met Santa Claus vertaald werd. De Engelse versie is Father Christmas  die een gangbare versie van de naam is in veel talen zoals Papá Noel in het Spaans en Le Père Noël in het Frans. Zelfs de Turkse moslims hebben hun eigen versie van Father Christmas: Noel Baba. Maar aangezien zij voor het merendeel islamitisch zijn, brengt hij naar verluidt geschenken op nieuwjaarsdag. Voor Turkse christenen komt hij met Kerstmis. Het Santa Claus personage verschijnt in veel culturen met zijn naam vertaald in vele talen.

De nieuwe Santa

De algemene oorsprong van de naam Santa Claus wordt goed begrepen, maar de populaire beelden van de hedendaagse Kerstman zijn heel anders dan die van de Germaanse god Odin of  die van St. Nicolaas uit de vierde eeuw n. Chr.. Vanwaar komt het moderne beeld van een gezette, goedlachse kabouter in een rood pak? Hoofdzakelijk uit drie bronnen.

“Het was de avond vóór Kerstmis”, een gedicht dat oorspronkelijk  “een bezoek van St. Nicolaas” heette, was geschreven door Clement Clark Moore en werd voor het eerst op 23 december 1823 gepubliceerd in de krant de New York Sentinel. Het vestigde het beeld van een vrolijke, bebaarde elf die kleuters speelgoed bracht in een slee die door een rendier door de lucht werd voortgetrokken. Dit beeld komt enigszins overeen met dat van de Germaanse god Odin die rond de tijd van de winterzonnewende kinderen cadeautjes gaf en soms door de lucht reed op een denkbeeldig achtbenig paard. Dit gedicht werd heel populair en stond aan de basis van een specifiek beeld van St. Nicolaas.

Later kregen de woorden van het gedicht een grafische vorm toen de cartoonist Thomas Nast in 1881 een tekening maakte van St. Nicolaas. De beroemde cartoon toonde een glimlachende, gezette en witbebaarde man die speelgoed voor kinderen meebracht waarmee de publieke voorstelling van hem werd vastgelegd.

Het beeld werd verder ontwikkeld door de marketinginspanningen van Coca-Cola die het alomtegenwoordige beeld van een jolige, witbebaarde man in een rood Coca-Colapak toonde met het product van het bedrijf in de hand. Dat vercommercialiseerde beeld – of variaties erop – wordt gedurende het kerstkoopseizoen door winkeliers en kerstkaartenmakers gebruikt. En het is het meest algemene beeld van Santa Claus bij het tegenwoordige publiek.

Komt Santa Claus naar uw stad? Men zou kunnen beweren dat hij in mythische zin komt als de patroonheilige van de winkeliers. Maar voor het kind dat vraagt: “Wilt u me alstublieft de waarheid vertellen …”, zoals Virginia O’Hanlon deed, is het antwoord: “Nee, hij komt niet echt – en hij is nooit gekomen.

 

Hoofdstuk 5

Altijd groene bomen en planten en andere kersttradities

Het gebruik van altijd groene bomen en planten rond de winterzonnewende zien we in veel oude heidense culturen, inclusief die van de Egyptenaren, de Romeinen, de Druïden en de Vikingen. Ze worden gewoonlijk geassocieerd met de aanbidding van een zonnegod, in het bijzonder rond de tijd van het winterfeest, dat in veel culturen tijdens de winterzonnewende gehouden wordt, het punt wanneer de zon op het laagst aan de winterhemel staat,

Wist u dat het versieren van bomen met zilver en goud – in verband met een hemelse gebeurtenis – in de Bijbel wordt genoemd? De verwijzing is echter geen gunstige.

De profeet Jeremia leefde vele jaren onder Babylonische heerschappij en zag zelf de gebruiken van die natie. Komt de gebeurtenis die hij beschrijft u bekend voor? Misschien heeft u en uw familie in de loop der jaren met Kerstmis vrijwel precies hetzelfde gedaan in uw huis als wat Jeremia beschrijft: “Zo zegt de HEERE: U mag u de weg van de heidenvolken niet aanleren, en u niet ontstellen door de tekenen aan de hemel, omdat de heidenvolken zich daardoor ontstellen. Want de gebruiken van die volken zijn onzinnig: het is immers een stuk hout, iemand heeft het uit het bos gekapt, vakwerk met de bijl. Met zilver en met goud maken ze het mooi, met spijkers en met hamers zetten ze het vast, zodat het niet kan wiebelen. Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld, want spreken kunnen ze niet. Ze moeten helemaal gedragen worden, want ze kunnen geen stap verzetten. Wees niet bevreesd voor hen, want kwaad kunnen ze niet doen, maar ook goeddoen is er bij hen niet bij” (Jeremia 10:2-5).

In de westerse wereld werd de traditie van groenversieringen rond Kerstmis, in het bijzonder van dennenbomen, in stand gehouden door de Germanen en door hen de Engelstalige wereld binnengebracht. Inderdaad zal iedere historicus van goede reputatie voor deze periode bevestigen dat het gebruik van altijd groene bomen en hulst in verband met winterzonnewendefeesten een traditie was die al lang voor de geboorte van Jezus Christus bestond.

Millennia lang zijn altijd groene bomen symbool gestaan voor de terugkeer van leven tijdens de koude wintermaanden wanneer het schijnt dat al het plantenleven sterft of in slapende toestand gaat. In tegenstelling tot veel planten blijven de altijd groene dennenboom en struiken zoals de hulst groen tijdens de winter. Dus is het misschien geen verrassing dat deze geharde planten al lang zijn gebruikt om de winterzonnewende en de daarmee verbonden feesten te vieren, aangezien deze heel goed het leven dat in de natuur blijft, zelfs in het holst van de winter, symboliseren. Terwijl alle bladeren rondom hen lijken te sterven, werden de altijd groene planten gezien als vertegenwoordigers van de belofte dat leven in de lente terug zou keren.

Dit verband is heel bekend en niet recent ontdekt. De Encyclopaedia Britannica zegt: “In de Romeinse wereld waren de Saturnalia (17-24 dec.) een tijd van feestvieren en de uitwisseling van geschenken … Vuren en lichten, symbolen van warmte en blijvend leven zijn altijd geassocieerd met het winterfeest, zowel heidens als christelijk … Altijd groene bomen zijn als symbool van overleving langdurig geassocieerd met Kerstmisfestiviteiten” (artikel: “Christmas”, p. 704, deel 5, ed. 1970).

Waarom geschenken?

Het gebruik van het geven van geschenken tijdens het winterfeest gaat terug op Romeinse tijden en nog vroeger. Een populaire encyclopedie schrijft: “De vieringen van Saturnalia omvatten het maken en geven van kleine geschenken (Latijn: saturnalia et sigillaricia). De viering van dit feest duurde een reeks van dagen te beginnen op 17 december (de verjaardag van Saturnus) en eindigend op 25 december (de verjaardag van Sol Invictus, de ‘Onoverwinnelijke Zon’). De gecombineerde feestdagen resulteerden in een uitgebreid winterfeestseizoen … Het feest van Sol Invictus op 25 december was een heilige dag in de religie van het mithraïsme, die wijdverbreid was in het Romeinse Rijk. De god ervan, Mithras, was een zonnegodheid van Perzische oorsprong, geïdentificeerd met de Zon. Hij vertoonde zijn onoverwinnelijkheid als ‘Sol Invictus’ wanneer hij na de winterzonnewende hoger begon te stijgen aan de hemel – vandaar dat 25 december werd gevierd als de geboortedag van de Zon. In 274 n. Chr. wees Keizer Aurelianus 25 december officieel aan als het feest van Sol Invictus” (artikel: “Christmas”, New World Encyclopedia).

Waarom noemen we het Kerstmis?

Het woord Kerstmis komt van de katholieke term “de mis van Christus” [red.: ‘Kerst’mis is een Middelnederlandse samentrekking van ‘Christus’ mis]. The Catholic Encyclopedia geeft: “Het woord voor Christmas in het late Oud-Engels is Cristes Maesse, de Mis van Christus, voor het eerst gevonden in 1038, en Cristes-messe, in 1131 … Kerstmis behoorde niet tot de vroegste feesten van de Kerk” (artikel: “Christmas”).

De geschiedenis van de viering van 25 december gaat terug tot ver vóór de geboorte van Jezus en kwam het christendom binnen als een gedoopt heidens feest. De vroege katholieke vaderen wilden het hun heidense bekeerlingen tot het katholieke geloof gemakkelijker maken en vonden het vaak nuttig christelijke betekenissen te hechten aan bestaande heidense praktijken. Historisch gezien omvatten die heidense praktijken het geven van geschenken, partijtjes, versierde groenblijvende bomen, hulst, de maretak [mistletoe] en het vieren van de geboorte of wedergeboorte van een god.

 

Hoofdstuk 6

Kan Kerstmis wat heidens is heiligen?

Historici weten dat Kerstmis zijn oorsprong in de heidense oudheid heeft, maar theologen hebben lang geredeneerd dat het mogelijk is wat heidens is te heiligen. In deze opvatting mag een cultuur zijn voorchristelijke vormen behouden, maar de heidense symbolen en mythen kunnen christelijk worden in betekenis en doel. De invloedrijke rooms-katholieke kardinaal Newman schreef: “Ons wordt op uiteenlopende wijzen door Eusebius [een vroege kerkhistoricus] verteld dat Constantijn, teneinde de heidenen de nieuwe godsdienst aan te bevelen, de uiterlijke ornamenten erin overdroeg waaraan zij gewend waren in hun eigen godsdienst. … Het gebruik van tempels, en deze gewijd aan bepaalde heiligen … feestdagen en seizoenen … zich naar het oosten kerend, beelden op een later tijdstip … zijn allemaal van heidense oorsprong, en geheiligd door de adoptie ervan in de kerk” (An Essay on the Development of Christian Doctrine [Een verhandeling over de ontwikkeling van de christelijke leer]  hoofdstuk 8:6).

De theoloog Christopher Dawson ging nog verder toen hij schreef: “De volledige heiliging van wat heidens is is het eindresultaat van de christianisatie van de wereld” (The Leavening Process in Christian Culture [Het proces van doordeseming in de christelijke cultuur], 7 augustus 1955). In deze opvatting houdt de bekering van de wereld tot het christendom dus in dat haar heidense praktijken worden aanvaard. Maar wat aanvaardt wat? Neemt het heidendom het christendom aan of het christendom het heidendom? Het is duidelijk dat zowel onder wereldlijke als religieuze historici het feit welbekend is dat veel van de symbolen van Kerstmis en de tijd van de viering ervan uit heidense praktijken voortkomen. Wat twijfelachtig is, is de leer van het heiligen van wat heidens is die wordt gebruikt om veel praktijken van het christendom te rechtvaardigen.

Hoewel deze redenering aantrekkelijk kan zijn voor theologen en traditionalisten wordt ze tegengesproken in de Bijbel. Dus, hoe denkt God dan over het heiligen van wat heidens is? Wat heeft Hij gezegd? De waarheid zal miljoenen mensen verrassen die er zomaar van uitgaan dat ze de door hen gekoesterde heidense tradities  kunnen vermengen met de verering van de ware God die tegen zijn volk zei: “Wanneer de HEERE, uw God, de volken waar u naartoe gaat om die uit hun bezit te verdrijven, van voor uw ogen uitroeit, en u hen verdreven hebt en in hun land bent gaan wonen, wees dan op uw hoede dat u niet, nadat zij van voor uw ogen weggevaagd zijn, in dezelfde valstrik komt, en dat u niet vraagt naar hun goden, door te zeggen: Zoals deze volken hun goden gediend hebben, zo zal ik het ook doen. U mag ten aanzien van de HEERE, uw God, niet doen zoals zij! Want alles wat voor de HEERE een gruwel is, wat Hij haat, hebben zij voor hun goden gedaan. Zij hebben voor hun goden immers zelfs hun zonen en hun dochters met vuur verbrand. Dit alles wat Ik u gebied, moet u nauwlettend in acht nemen. U mag er niets aan toevoegen en er ook niets van afdoen” (Deuteronomium 12:29-32).

Hoe durft iemand deze duidelijke instructie van het geïnspireerde woord van God te trotseren! Als u een heidense praktijk fijn zou vinden en niet gruwelijk, zou het dan acceptabel zijn die te volgen ter ere van God? Sommigen die de hedendaagse tegenhangers van de heidense feestdagen willen vieren, redeneren dat God Israël in deze Bijbelteksten alleen de ergste gruwelen van de heidenen, zoals kinderoffers, verbood in acht te nemen. Dus, redeneren zij, de rest zal wel acceptabel zijn. Maar dit is niet wat God zei. Hij verbood alle heidense praktijken en bevestigde die van Hemzelf. Zelfs als u denkt dat het fijn is, zei Hij het niet te doen. God zei: “Dit alles wat ik u gebied, moet u nauwlettend in acht nemen. U mag er niets aan toevoegen en er ook niets van afdoen.”

Sommige mensen redeneren misschien theologisch dat God alles wat Hij wil kan reinigen en heiligen − maar het punt is dat Hij in ondubbelzinnige termen zei dat Hij dat niet wil. Ons wordt geboden in acht te nemen wat Hij gebiedt en er niet iets aan toe te voegen of van weg te nemen!

Heeft Jezus een heidense praktijk gevolgd? Sommigen wijzen erop dat Jezus het Feest van de Inwijding vierde (Johannes 10:22), dat viel op de 25e Kislev van de Hebreeuwse kalender – dat  gewoonlijk rond begin of half december is op onze hedendaagse kalender. Dat traditionele feest werd ingesteld door een belangrijke held van het judaïsme, Judas Maccabeüs, om een belangrijke gebeurtenis in de Joodse geschiedenis te herdenken: de herinwijding van de tempel nadat die door de Griekse machthebber Antiochus Epiphanes was verontreinigd. Maar dit is een traditionele viering op een vaste datum op de Hebreeuwse lunisolaire kalender [red.: maan-zonnekalender], niet op de Romeinse zonnekalender, en is geen overgenomen heidense praktijk. Het markeert een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis, vergelijkbaar met Thanksgiving of Onafhankelijkheidsdag in Amerika. Zo is ook Poerim een Joods feest dat laat in de winter of vroeg in het voorjaar valt en dat Gods bescherming van het Joodse volk in de tijd van Esther markeert. Beide zijn te vinden op de Hebreeuwse kalender en zijn niet overgenomen uit het heidendom. Jezus was een de wet nalevende Jood en nam vele legitieme tradities van Zijn volk in acht – echter nooit een heidense praktijk.

Sommige mensen gaan er ten onrechte vanuit dat, omdat wij in ons dagelijks leven dingen van heidense oorsprong gebruiken, het acceptabel moet zijn die ook in onze religieuze activiteiten te gebruiken. Zij wijzen erop dat de namen van de dagen van de week hun oorsprong hebben in heidense woorden. De naam woensdag bijvoorbeeld komt van Wodan, een Noorse god. Donderdag is afgeleid van een andere Noorse god, Thor. Zaterdag correspondeert met Saturnus’ dag, het Latijnse Saturni dies. Saturnus was een Romeinse god. Bovendien gebruiken de meeste westerse instellingen niet de Bijbelse lunisolaire  kalender, maar de Gregoriaanse zonnekalender.

In feite gebruikte de eigen kalender van de Israëlieten maanden met Babylonische namen. Het is dus belangrijk een onderscheid te maken; de mensen lezen of zingen in hun kerken niet uit een kalender. Het feit dat de maatschappij talloze praktijken kent die door het heidendom zijn beïnvloed betekent niet dat wij een duidelijke Bijbelse instructie kunnen negeren. God zegt niet dat een maand geen Babylonische naam mag hebben; Hij gebiedt wel dat Zijn wijze van verering niet uit Babylonische (of andere heidense) praktijken kan worden overgenomen.

 

Wie heeft wie overgenomen?

De Romeinse keizer Constantijn stond vanaf 318 n. Chr. toe dat het christendom openlijk werd gepraktiseerd in het Romeinse Rijk, en het werd later, in 380 n. Chr., tot de officiële godsdienst van het Romeinse Rijk verklaard. Historici hebben al lange tijd erkend dat toen de Romeinse wereld het christendom begon te belijden, veel godsdienstleiders het heilzaam vonden diverse heidense gewoonten aan te passen aan het nieuwe geloof. Hoe minder verandering van oude praktijken, hoe beter, dachten zij!

De bekende historicus Will Durant schreef een elfdelig geschiedwerk getiteld The Story of Civilisation [Het verhaal van de beschaving]. In deel III, met de titel Caesar and Christ  gaf hij heel eerlijk commentaar op het effect van het heidendom op de ontwikkeling van het belijdende christendom. Hij schreef: “Het christendom vernietigde het heidendom niet; het adopteerde het. De Griekse geest, die stervende was, verhuisde naar de theologie en liturgie van de kerk en leefde daar weer op; de Griekse taal, die eeuwenlang de filosofie had beheerst, werd het vehikel van de christelijke literatuur en ritus; de Griekse mysteriën kwamen in het indrukwekkende mysterie van de Mis terecht. Andere heidense culturen droegen ook bij aan het syncretistische [red.: lees ‘samengesmolten’] resultaat. Vanuit Egypte kwamen de ideeën van een goddelijke drieëenheid, het Laatste Oordeel, en een persoonlijke onsterfelijkheid van beloning en straf; uit Egypte kwam de aanbidding van Moeder en Kind … Uit Phrygië kwam de verering van de Grote Moeder; uit Syrië het opstandingsdrama van Adonis … Het Mithraïsche ritueel leek zo sterk op het eucharistische offer van de mis dat de christelijke vaders de Duivel ervan beschuldigden deze overeenkomsten te hebben uitgevonden om zwakke geesten te misleiden. Het christendom was de laatste grote schepping van de oude heidense wereld” (p. 595).

Sommige mensen mogen dan redeneren dat het niet uitmaakt of zij heidense praktijken in hun wijze van verering gebruiken zolang zij dat maar doen om God te eren. Maar wat zij zich moeten afvragen is of God over deze zaak van gedachten is veranderd. Hij heeft ons gezegd: “Want Ik, de HEERE, ben niet veranderd …” (Maleachi 3:6), en “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebreeën 13:8). Jezus citeerde de profeet Jesaja en zei: “Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn” (Mattheüs 15:8-9). God is niet van gedachten veranderd over hoe Hij wil worden vereerd.

God verwerpt heidense praktijken en instrueert ons die niet in onze verering van Hem op te nemen. Hij zegt ons welke dagen wij in acht moeten nemen, hoe wij die in acht moeten nemen, en waarom wij ze in acht moeten nemen. Er was geen instructie van Christus of de apostelen om een jaarlijkse herdenking van Christus’ geboorte te houden of de heidenen na te doen in hun feestdagen – juist het tegendeel, het nadoen van de heidenen in de verering van God was verboden.

Geheiligd door de waarheid!

Gods waarheid zet Zijn verwekte kinderen apart. Jezus zei: Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid” (Johannes 17:17-19). De geschiedenis laat zien dat het geloof en de praktijk van het belijdende christendom vanaf de tweede eeuw n. Chr. heel verschillend was van het geloof dat Christus en Zijn  apostelen predikten. Toen hij de verandering al een aanvang zag nemen in zijn dagen schreef Judas aan de trouwe Kerk: “Geliefden, toen ik mij er met alle inzet toe zette u te schrijven over de gemeenschappelijke zaligheid, werd ik genoodzaakt u te schrijven met de aansporing om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. Want er zijn sommige mensen binnengeslopen, die tot dit oordeel al lang tevoren opgeschreven zijn, goddelozen, die de de genade van onze God veranderen in losbandigheid, en die de enige Heerser, God en onze Heere Jezus Christus, verloochenen” (vv.3-4).

We moeten niet meegaan met het wijdverspreide verlangen om Christus’ boodschap tot een populaire verheidenste belediging te maken van Zijn eigen leringen. Gods waarheid toont ons de weg, en afwijken van het “geloof dat eenmaal … overgeleverd is”  komt neer op het afwijken van het pad waarop Hij ons geplaatst heeft – de smalle weg. We zien dat de enge poort de laatste decennia velen uitgezift heeft, evenals in vroegere tijden. Eén les die we altijd dienen te onthouden is dat de ware Kerk een “klein kudde” is (Lukas 12;32).

Nee, wij kunnen niet heiligen wat heidens is!

 

Hoofdstuk 7

God biedt een betere weg

Vierde de oorspronkelijke Kerk Kerstmis, in wat voor vorm dan ook? Nee, er wordt in de Bijbelse of wereldlijke geschiedenis absoluut niet genoemd dat de Kerk in de eerste eeuw  Kerstmis hield – of wat voor viering dan ook – ten tijde van de winterzonnewende. Zoals eerder opgemerkt toont de geschiedenis dat Kerstmis pas een algemene praktijk werd toen het rooms-katholicisme de officiële godsdienst van het Romeinse Rijk werd. Het is gemakkelijk te begrijpen dat toen de officiële staatsreligie veranderde, de miljoenen heidenen in het hele Rijk niet plotseling een “bekeringservaring” hadden – integendeel, in het algemeen behielden zij hun gewoonten en tradities aan welke  door de roomse kerk nieuwe betekenissen gegeven werden.

Er zijn historische documenten dat Christus’ vermeende geboortedag op de 25e december werd gevierd vóór Constantijns zogenaamde bekering in 336 n. Chr., maar voordien was het geen officieel gevestigde praktijk, zelfs niet in de roomse kerk! En voor de Kerk van de eerste eeuw – de oorspronkelijke gelovigen die door Christus’ eigen apostelen werden onderwezen – was er nooit een dergelijke viering! De Kerk van de eerste eeuw gebruikte de Hebreeuwse lunisolaire kalender (zoals het Nieuwe Testament laat zien) en vermeed de religieuze vieringen die waren verbonden met de Romeinse zonnekalender – welke kalender we vandaag gebruiken.

Wat herdenking heeft Christus geboden?

Wat waren de godsdienstige vieringen van de Kerk uit de eerste eeuw volgens de Bijbel en de wereldlijke geschiedenis? Wat was “het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is” (Judas 3) waarvoor zij moesten strijden en wat waren de jaarlijkse vieringen van de Kerk die de apostelen onderwezen? In scherpe tegenstelling tot het idee dat er een viering van Christus’ geboorte zou moeten zijn, droeg Jezus Christus Zelf Zijn volgelingen op Zijn dood te herdenken. En dit gebod werd door de apostelen doorgegeven aan de Kerkgemeenten die zij oprichtten.

Staan Pasen en Kerstmis in de Bijbel? In de King James vertaling van de Bijbel staat het Engelse woord “Easter” in Handelingen 12:4. Dat woord is echter een foutieve vertaling van het Griekse woord Pascha (Πάσχα). Deze fout is gecorrigeerd in de New King James vertaling die het woord correct met “Passover” , het Engelse woord voor Pascha, weergeeft [Ook de HSV vertaalt Pascha]. Het woord Easter is een Angelsaksisch woord voor een lentefeest ter ere van de Teutoonse godin Eastra of Ostara. De naam van het feest en enkele van de ermee verbonden praktijken werden door de vroege Angelsaksen meegebracht toen zij zich tot het rooms-katholicisme bekeerden.

Hoe wilde Christus dan herdacht worden? De apostel Paulus onderrichtte de Kerkleden in Korinthe – een Kerkgemeente die uit heidense gelovigen bestond – “Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden [14 Nisan, het begin van het Pascha], brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt [elke Pascha], tot Mijn gedachtenis” (1 Korinthe 11:23-25). De vroege Kerk hield een herdenking van Christus’ dood precies zoals zij werd onderricht door Jezus en de apostelen. Christus’ offerdood als het Lam van God is van groot belang voor de hele wereld. Hij gaf ons geen herdenking van Zijn geboorte!

Jezus vroeg: “Waarom noemt u Mij: Heere, Heere, en doet niet wat Ik zeg?” (Lukas 6:46). Hij zei ook: “Dit volk nadert tot Mij met hun mond en eert Mij met de lippen …” (Mattheüs 15:8). Mensen zeggen dat zij Christus willen eren, maar zij bepalen hun eigen wegen en gewoontes in die in tegenspraak zijn met wat Christus hen opdroeg. Jezus vervolgde: “… maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan; maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn” (v. 8-9). Als wij Christus willen eren en ons hart dicht bij Hem houden, zullen we de dingen doen die Hij zei – en zullen we niet de dingen doen die Hij zei te vermijden. We hebben een duidelijke keuze tussen de praktijken die God autoriseerde en de tradities die de mensheid voor zichzelf heeft geschapen.

 

Hoofdstuk 8

Veel mensen vieren Kerstmis niet meer

Moet Kerstmis een godsdienstig feest voor u zijn? De achtergronden van Kerstmis zijn welbekend en niet bepaald omstreden. Het is een traditionele feestdag die zijn oorsprong in het heidendom vindt en in de vierde en vijfde eeuw n. Chr. in het belijdende christendom werd opgenomen. Het is geen Bijbels feest en werd nooit gehouden door de Kerk van de eerste eeuw. Jezus Christus bekrachtigde nooit een herdenking van Zijn geboorte; Hij droeg Zijn trouwe volgelingen op juist een herdenking van Zijn dood te houden (Lukas 22:19; 1 Korinthe 11:23-26). Dit doet ter zake omdat  Bijbel het overnemen van heidense gewoonten in de verering van de ware God – de God van Abraham, Izak en Jakob verbiedt. Jezus Zelf zei dat het inschakelen van de traditionele praktijken van de mensheid bij de verering van Hem, Hem niet eert (Mattheüs 15:9). Dus is Kerstmis geen passende godsdienstige viering voor iemand die belijdt Christus te gehoorzamen!

Bovendien zijn de wereldse aspecten van de kerstdagen – de kosten en het gedoe die het seizoen overheersen – moeilijkheden die velen liever zouden willen vermijden. De viering van het seizoen houdt vaak overmatig drankgebruik in en het aantal verkeersongelukken neemt tijdens de feestdagen dramatisch toe. Iedereen moet op de snelwegen heel voorzichtig zijn, vooral ’s nachts.

De luide en overrompelende commerciële marketing van Kerstmis overheerst de dagen en weken voor het seizoen begint. Winkelen kan heel stressvol zijn, aangezien winkels vol zijn met mensen die proberen hun aankopen voor de lange lijst van mensen, die een cadeau moeten krijgen, af te ronden. Ook stressvol zijn de oplopende schulden gedurende het seizoen, waarmee de winkelende mensen  een groot deel van het jaar daarop nog blijven zitten. Daarom laten steeds meer mensen de wereldse festiviteiten achter zich – tot hun grote opluchting.

Als godsdienstige feestdag is Kerstmis niet Bijbels. In feite onderwijst de Bijbel ons er geen heidense praktijken in onze verering van de God van Abraham, Izak en Jakob op na te houden. En wij moeten onze kinderen die leugens en mythen – zoals die rond de Kerstman – niet onderwijzen als religieuze waarheden. Zelfs als simpele wereldse gewoonte is Kerstmis in het algemeen een dure, stressvolle tijd die veel mensen liever niet hebben.

Eert Kerstmis Christus? Wat zegt de Bijbel? Hij vermeldt als historisch feit dat de Kerk van God van de eerste eeuw  het christelijke Pascha hield en de zeven jaarlijkse feestdagen zoals deze in Leviticus 23 worden geboden. Daarmee probeerde de Kerk niet Joods te zijn – zij gehoorzaamde eenvoudig God. De Bijbel vermeldt geen viering van de geboorte van Jezus. Wij eren Hem door Hem te gehoorzamen en deze feestdagen te houden, die een voorafbeelding vormen van het plan van behoud.

Het Pascha verbeeldt de reiniging van onze zonden door het offer van het Lam van God, “… want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus” (1 Korinthe 5:7). De Dagen van Ongezuurde Broden verbeelden Gods Kerk als zijnde en blijvende ongezuurd van zonde.. Pinksteren verbeeldt de oprichting en heiliging van de Kerk van God door de gave van de heilige Geest. De Bazuinendag of  het Trompettenfeest  verbeeldt de terugkeer van Christus in macht en glorie met het geluid van een grote bazuin of trompet – de stem van een aartsengel! Het vasten dat plaatsvindt op de Grote Verzoendag verbeeldt het binden van Satan en het bevrijden van deze wereld van Satans heerschappij. Het grote Loofhuttenfeest verbeeldt de 1.000 jarige regering van Christus als Koning der koningen met Zijn heiligen op aarde. De achtste dag van het Loofhuttenfeest, de Laatste Grote Dag, verbeeldt het Oordeel van de Grote Witte Troon dat de hoop zal zijn van alle mensen die ooit hebben geleefd. De jaarlijkse heilige feestdagen zijn heilige tijd en mogen niet ontheiligd worden door ons gewone werk. Ze hebben grote betekenis voor Christenen en geven uitleg van Gods plan van behoud voor de mensheid.

Door het gebod deze feestdagen te vieren laat God ons in feite dit grote plan meemaken door aan Zijn jaarlijkse feestdagen deel te nemen zodat wij dit niet zullen vergeten. De apostel Judas spoorde de Kerk van de eerste eeuw, en ons vandaag, aan: “Geliefden, toen ik mij er met alle inzet toe zette u te schrijven over de gemeenschappelijke zaligheid, werd ik genoodzaakt u te schrijven met de aansporing om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is” (Judas 3). Deze aansporing betrof zowel heidense als Joodse leden van de Kerk.

Zowel Bijbels als historisch omvatte “het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is” ook de jaarlijkse Bijbelse feestdagen. De werkelijke keuze van vandaag is of wij de instructies van Christus en de apostelen volgen – zoals vastgelegd in de Bijbel – of dat wij doorgaan met de bekende menselijke tradities die deze instructies hebben vervangen. Christus’ duidelijk instructies voor Zijn Kerk zijn een herdenking van Zijn dood te houden, niet van Zijn geboorte.

Voor meer informatie over dit belangrijke onderwerp kunt u ons gratis boekje Gods Feestdagen: Gods Meesterplan van behoud aanvragen. Dit sterke boekje zal u de ogen openen en u helpen te begrijpen welke dagen uw Schepper werkelijk bedoelde voor Zijn ware volk om te vieren, en zal meer uitleggen over hoe, zoals hierboven vermeld, deze dagen ons onderwijzen over het grandioze plan dat Hij bezig is op deze aarde te verwezenlijken. Om uw gratis exemplaar van het boekje Gods Feestdagen: Gods Meesterplan van behoud aan te vragen kunt u naar onze website wereldvanmorgen.nl gaan. waar u het boekje kunt lezen of uw eigen gedrukte exemplaar gratis kunt bestellen. U kunt ook of schrijven naar het adres achterin het boekje. Deze belangrijke informatie zal uw leven veranderen!