Dit is de vertaling van het Engelstalige artikel “The World Next Door” door John Wheeler, verschenen in het Tomorrow’s World magazine van juli-augustus 2019.

Nadat NASA-astronaut Neil Armstrong zijn “één kleine stap voor [een] man” had gezet, kon niemand die zich bewust was van de prestatie ooit nog op dezelfde manier weer naar de maan kijken als voorheen. Vóór Apollo 11 was de maan een verafgelegen licht in de hemel, die zich voortbewoog door haar regelmatige fasen en de mensheid op verschillende wijzen van dienst was (zie Genesis 1:14-18; Deuteronomium 33:14; Psalm 104:19)  ̶ soms zelfs de focus van afgodische aanbidding werd (zie Deuteronomium 4:19). Na Apollo 11 werd de eens mysterieuze satelliet van Aarde ‘de dichtbije wereld’. Ja, er waren vóór Apollo 11 onbemande landingen geweest. Maar sinds Armstrong menselijke voetafdrukken op de maanbodem zette, hebben degenen die zich bewegen op het gebied van geavanceerde menselijke prestaties zich afgevraagd: ‘Hoe gaat het nu verder?’

Andere bemande missies in de Apollo-serie hadden de maan bereikt, inclusief Apollo 8, die ons een iconische foto van onze planeet gaf bij ‘aardopkomst’ op de maan, maar niemand had een bemande maanexcursiemodule naar haar oppervlak gestuurd. Het is te begrijpen waarom bewonderaars over de hele wereld bleven stilstaan bij het overlijden van Armstrong, de eerste man die op de maan liep, in augustus 2012. Het is ontnuchterend te beseffen dat van de twaalf mannen die op de maan wandelden, er vandaag nog slechts vier in leven zijn.

De ruimte veroveren?

Als we denken aan de bemande en onbemande missies die Aarde de ruimte in gestuurd heeft  ̶ en wil sturen – is de vraag ‘Hoe gaat het nu verder?' een zeer goede vraag. Voor degenen die de Bijbel serieus nemen, kan de vraag zelfs nog indringender worden wanneer we lezen dat op het ogenblik “De hemel, de hemel [inclusief de maan]… van de HEERE [is], maar [Hij] de aarde… aan de mensenkinderen gegeven [heeft]." (Psalm 115:16, Herziene Statenvertaling). Zijn wij als menselijke wezens misschien te gehaast en proberen te veroveren wat de Eeuwige God ons sowieso wil geven (vgl. Romeinen 8:28-32; Hebreeën 2:5-8; Openbaring 21:5-7)? Kunnen we misschien verwachten dat de Goddelijke Huisbaas onze inspanningen op een dag zal ondermijnen  ̶ of wellicht zal laten instorten onder hun eigen gewicht? De rampen met de shuttles van de Columbia en de Challenger herinneren ons eraan dat onze inspanningen vol menselijke kwetsbaarheid en gevaar zitten.

Neil Armstrong werd geprezen voor het uitvoeren van zijn taken met zowel persoonlijke integriteit als technische competentie. Zal de mensheid zijn voorbeeld altijd blijven volgen wanneer zij de ruimte inreist? Niet zoals wij er nu voorstaan! Om te groeien, heeft de mensheid verreikende doelen nodig, maar te streven naar beheersing van de wereld om ons heen voordat we de wereld in ons zelf beheersen, is niet de juiste volgorde voor dergelijke doelen! Veel mensen onderkennen dit. Zij zien ons gebrek aan goed rentmeesterschap voor planeet Aarde, voor het leven erop en voor onze persoonlijke belangen, en ze huiveren bij de gedachte wat er zal gebeuren als we ons algemene gebrek aan karakter uitbreiden naar de ruimte. In feite zijn we er al mee begonnen dit te doen  ̶ met bewakingssatellieten, ruimtewapens en zelfs grote hoeveelheden ‘ruimteafval’. En we zullen het nog veel, veel erger maken, als we de gelegenheid krijgen.

Hoop voor de toekomst
Gelukkig zal de dag komen dat de Schepper van het universum ons zal leiden om onze maatschappij weer ‘vanaf de grond’ op te bouwen. Na duizend jaar van Zijn wijze heerschappij en een laatste Dag van Oordeel (Openbaring 20:4-6, 12-13) ), zal de mensheid de juiste manier geleerd hebben om de aarde en het leven erop te besturen, zoals God vanaf het begin bedoeld heeft. Dan zullen voor ons als Gods verheerlijkte kinderen elk sterrenstelsel, elke ster en elke planeet, maan en planetoïde, waar deze ook maar zijn, 'dichtbije werelden' zijn, en zullen wij samen met Hem over alles wat bestaat heersen, voor eeuwig en altijd!