Dit artikel is de vertaling van het Engelstalige artikel “Jesus: Fact or Fiction?”, door Michael Heykoop, verschenen in het Tomorrow’s World magazine van januari-februari 2026.

In 2022 publiceerden verschillende religieuze organisaties in het Verenigd Koninkrijk een enquête onder Britten met uiteenlopende religieuze overtuigingen en achtergronden. De bevindingen waren veelzeggend: Bijna de helft van de Britse bevolking wist niet zeker of Jezus van Nazareth een echt persoon was en 28 procent beschouwde hem als “een mythisch of fictief personage” (“Talking Jesus Report 2022”, TalkingJesus.org).

Is hun scepsis terecht? Heeft zo’n Man ooit op aarde gewandeld?

Om deze vraag te beantwoorden zullen we bronnen onderzoeken om te zien of ze de details beschreven in de Bijbel bevestigen. Daarna, nadat we hebben vastgesteld dat de Bijbel een betrouwbare bron is, kunnen we verder onderzoeken wat de Bijbel te zeggen heeft.

Dus, welk bewijs bestaat er buiten de Bijbel dat Jezus echt heeft bestaan?

HEEFT HIJ GEWANDELD?

Los van de Bijbel bieden twee vroege documenten ons sterk ondersteunend bewijs. Het eerste komt uit de geschriften van een persoon die wordt beschouwd als een van de grootste historici van Rome: Tacitus, wiens laatste werk, de Annalen, rond 116-117 n.Chr. werd geschreven. Robert Van Voorst vertaalt in zijn werk Jesus Outside the New Testament uit 2000 een gedeelte van Tacitus’ tekst over de Grote Brand van Rome: “Nero verving als schuldigen en strafte op de meest ongebruikelijke wijzen hen die gehaat waren vanwege hun schandelijke daden... die door de menigte ‘Christenen’ werden genoemd. De stichter van deze naam, Christus, was tijdens het bewind van Tiberius door de procurator Pontius Pilatus ter dood gebracht.... Na een tijdlang onderdrukt te zijn geweest, laaide het dodelijke bijgeloof opnieuw op, niet alleen in Judea, de oorsprong van dit kwaad, maar ook in de stad [Rome]” (pp. 42-43).

Tacitus schreef ongeveer 85 jaar na Christus’ dood en was geen Christen. Zijn vermelding van Christus was dan ook geenszins een poging om een ​​mythische figuur te legitimeren. Er is geen reden om te twijfelen aan het feit dat Tacitus Jezus zag als een letterlijke figuur die gekruisigd was. Als dit een verzinsel of het resultaat van een gerucht was geweest, dan zouden er destijds talloze tegengeluiden zijn geweest.

De Joodse historicus Josephus, die rond 93 n.Chr. schreef, spreekt eveneens over Jezus als een persoon wiens bestaan ​​boven twijfel verheven is. Dr. Simon Gatherkol van de Universiteit van Cambridge beschrijft Josephus’ twee verwijzingen naar Jezus als volgt: “Eén daarvan is controversieel omdat men denkt dat deze gecorrumpeerd is door Christelijke schriftgeleerden (waarschijnlijk om Josephus’ negatieve verslag in meer positieve zin te wijzigen), maar de andere is niet verdacht – een verwijzing naar Jakobus, de broer van ‘Jezus, de zogenaamde Christus’” (“What is the historical evidence that Jesus Christ lived and died?”, The Guardian, 14 april 2017). Het gebruik van ongelovige taal om naar Christus te verwijzen sluit aan bij de manier waarop een Joodse historicus uit de eerste eeuw Jezus zou hebben gezien: als een werkelijk persoon wiens Messiaanse aanspraken niet door iedereen werden geaccepteerd.

Hoe zit het met de hedendaagse geleerden? Zijn zij ervan overtuigd dat Jezus echt heeft bestaan?

Live Science en National Geographic zijn gerespecteerde bronnen die niemand ervan zouden beschuldigen gemengde belangen te hebben – het zijn geen Christelijke publicaties en ze beweren dat ook niet te zijn. Toch deed een artikel gepubliceerd door Live Science een stellige uitspraak: “De meeste theologische historici, zowel Christelijk als niet-Christelijk, geloven dat Jezus echt op aarde heeft gewandeld”, (“Proof of Jesus Christ? 7 Pieces of Evidence Debated”, 8 juli 2013).

De uitspraak in National Geographic is zelfs nog sterker: “‘Ik ken geen enkele vooraanstaande wetenschapper die twijfelt aan de historiciteit van Jezus,’ zei Eric Myers, archeoloog en emeritus hoogleraar Joodse studies en archeologie aan Duke University. ‘De details worden al eeuwenlang bediscussieerd, maar niemand die serieus is, twijfelt eraan dat hij een historische figuur is’” (“What Archaeology Is Telling Us About the Real Jesus”, december 2017).

Jezus bestond echt. Maar het Christendom baseert zich niet alleen op het feit dat Jezus eens heeft bestaan. Het is gebaseerd op de leer dat Hij de Zoon van God was, die uit de dood is opgestaan.

IS HIJ OPGESTAAN?  

In zijn brief aan de gemeenschap in Korinthe benadrukt de apostel Paulus de opstanding van Jezus als bepalend leerstuk van het Christendom: “En als Christus niet is opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn.… En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos…” (1 Korinthe 15:14-17). De Bijbel maakt zeer duidelijk wat er van afhangt.

Laten we drie bewijzen onderzoeken dat Christus uit de dood is opgestaan. Daarbij zullen we kijken naar enkele kleinere details van het Bijbelse verslag van Zijn opstanding en ons afvragen of deze gemakkelijk te weerleggen zouden zijn als dit een daad van misleiding van de apostelen was.

Het eerste bewijs dat Christus uit de dood is opgestaan, is dat Zijn graf leeg was. Het evangelie van Mattheüs vermeldt een interessant detail over hoe Christus’ vijanden reageerden op de mogelijkheid van Zijn opstanding: “En zij kwamen bijeen met de oudsten, en zij kwamen gezamenlijk tot het besluit om de soldaten veel geld te geven, en zij zeiden: Zeg: Zijn discipelen zijn 's nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen.... Toen zij het geld in ontvangst genomen hadden, deden zij zoals hun was voorgehouden. En dit woord is verbreid onder de Joden tot op de huidige dag” (Mattheüs 28:12-15).

Het evangelie van Mattheüs was beschikbaar voor de inwoners van Jeruzalem. Hij beweert niet alleen dat het graf leeg was, maar ook dat er nog steeds verschillende theorieën bestonden over de reden hiervoor. Als deze uitspraak destijds niet algemeen bekend was geweest, zouden de oorspronkelijke lezers van het evangelie van Mattheüs het onmiddellijk hebben verworpen. Hoewel zij wellicht hebben gedebatteerd over de oorzaak van het lege graf, staat vast dat het graf waarin Christus’ lichaam was gelegd, drie dagen later leeg werd aangetroffen.

Het tweede bewijs dat Christus uit de dood is opgestaan is dat er honderden ooggetuigen waren. Paulus schreef zijn eerste brief aan de Korinthiërs binnen 25 jaar na Christus’ dood. Korinthe was een handelscentrum met sterke banden met andere steden rond de Middellandse Zee – reizen tussen Jeruzalem en Korinthe was routine. Toen Paulus zijn brief schreef, waren er nog mensen die ten tijde van Christus’ dood in Jeruzalem waren geweest om het verhaal te bevestigen.

Paulus vertelt ons dat “… Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,… Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen” (1 Korinte 15:3-6). Simpel gezegd, Paulus zei tegen zijn toehoorders dat er minstens 251 ooggetuigen waren die Christus levend hadden gezien na Zijn kruisiging. Als dit een leugen was geweest, zouden zijn lezers het gemakkelijk hebben verworpen – maar dat deden ze niet.

Sommigen hebben geprobeerd te beargumenteren dat de herinneringen van deze getuigen na 25 jaar gebrekkig waren. Maar wat zouden we ontdekken als we ooggetuigen van de aanslagen op het World Trade Center op 11 september 2001 zouden ondervragen? Sommige minder belangrijke details zouden in hun geheugen kunnen vervagen, maar de fundamentele waarheid van de aanslagen zou hetzelfde blijven ─ geen enkele ooggetuige zou beweren dat de torens nooit waren ingestort. Met meer dan 250 mensen die beweren iemand die net was gekruisigd dagen later nog rond te hebben zien lopen, hebt je een betere reden nodig om deze weg te wensen dan ‘herinneringen zijn vaak gebrekkig en lastig’.

Anderen beweren dat alle zogenaamde getuigen deel uitmaakten van de misleiding – dat de dood van Christus hen ertoe aanzette een grootschalig bedrog te bedenken om de aandacht van de massa te trekken. Maar een derde opvallend bewijsstuk is dat de ooggetuigen bereid waren te sterven voor dit geloof. Als Christus niet uit de dood was opgestaan, zou er geen bewijs zijn voor de opstanding ─ dus zou het concept van een hiernamaals geen motivatie voor misleiding zijn geweest ─ maar de geschiedenis leert ons dat bijna alle apostelen als martelaren stierven voor wat ze geloofden. Ze beweerden een aanzienlijke tijd met de opgestane Christus te hebben doorgebracht. Hoe zouden ze allemaal zo standvastig zijn gebleven, wetende dat hun verhaal zwendelarij was? Zo’n idee is niet bestand tegen kritische analyse.

Er zijn nog veel meer bewijzen die we zouden kunnen aanvoeren, maar zelfs op basis van slechts deze drie kunnen we er zeker van zijn dat Christus is opgestaan. Jezus was niet alleen echt – Hij is echt.

KAN HET ONS WAT SCHELEN?

Maar veranderen deze feiten iets aan ons dagelijks leven? Accepteren dat Jezus een voorname rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de mensheid is één ding – leven alsof Zijn beweringen en Zijn beloften waar zijn, is iets heel anders.

Wat betekent het om in Hem te geloven? Is het voldoende om alleen maar te geloven dat Hij bestaat? Niet volgens de brief van Jakobus: “U gelooft dat God één is en daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen” (Jakobus 2:19).

Zelfs de demonen geloven dat Hij bestaat – maar dat wordt niet bepaald als een pluspunt voor hen gerekend. Dus, wat ontbreekt er aan hun geloof? Ze volgen simpelweg niet wat Hij leert. Jakobus gebruikt het voorbeeld van Abraham om een ​​beeld te schetsen van hoe echt, oprecht geloof eruitziet: “Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde? Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend…” (Jakobus 2:21-23).

Nu maakt de Bijbel heel duidelijk dat we ons behoud niet kunnen verdienen. Er is niets wat u en ik kunnen doen om de straf voor onze vroegere zonden te ontlopen. Vergeving en verlossing komen alleen door het offer van Jezus Christus.

Abrahams voorbeeld laat echter zien dat waar geloof tot actie leidt. Als we zeggen dat we geloven dat God de Bijbel heeft geïnspireerd, maar vervolgens negeren wat erin staat, kunnen we dan werkelijk zeggen dat we Hem geloven? Christus waarschuwde dat er mensen zouden zijn die, hoewel ze Zijn naam belijden, tekortschieten in werkelijk in Hem te geloven. Hij zei: “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is” (Mattheüs 7:21).

Jezus is heel duidelijk: het is niet genoeg dat we ons geloof in Hem uitspreken.

Hoewel de meesten het er oppervlakkig gezien mee eens zouden zijn dat we Christus’ voorbeeld moeten volgen, geloven velen dat Hij Gods wet heeft gehouden, zodat wij dat niet meer hoeven te doen. De apostel Johannes sprak zich duidelijk uit tegen deze dwaling: “Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn. Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft” (1 Johannes 2:4-6).

Christus verwacht van ons dat we in Zijn voetsporen treden en ons houden aan dezelfde geboden waar Hij bij leefde en die Hem zo dierbaar waren. Echt in Hem geloven betekent erkennen dat Hij beter dan wij weet wat goed en kwaad is – en dat we naar Zijn voorbeeld moeten kijken om te weten hoe we ons leven dienen te leiden.

U kunt meer te weten komen over hoe u kunt leven zoals de ware Jezus leefde door het gratis boekje De Tien Geboden aan te vragen via het bestelformulier op deze website (wereldvanmorgen.nl) of het online te lezen .