Dit artikel is de vertaling van het Engelstalige artikel “The Truth About Hell" van Richard F. Ames, verschenen in het Tomorrow's World magazine van juli-augustus 2015


Wie is er in de hel? Uw onbekeerde familieleden? Mensen die nooit van Jezus Christus hebben gehoord? Uw Bijbel verklaart de waarheid over het hiernamaals, en over wat er werkelijk gebeurt wanneer u sterft.

Als kerkdienaar heb ik in de loop der jaren bij begrafenissen vele weduwen, weduwnaars en andere nabestaande familieleden getroost zien worden door de waarheden uit de Bijbel – zij weten dat Gods woord belooft dat hun geliefden uit de dood zullen worden opgewekt. Aan de andere kant was ik ook getuige van de mentale pijn van mensen die denken dat een niet behouden familielid of vriend eeuwige marteling in de hel ondergaat.

In 2007 publiceerde de Gallup Organization [Amerikaans onderzoeksbureau] de resultaten van zijn peiling Waarden en overtuigingen. Daarin kwam tot uiting dat 81 procent van de Amerikanen in een hemel gelooft en 69 procent in een hel. Maar de overtuigingen over hemel en hel lopen ver uiteen. Sommigen krijgen hun idee van hemel en hel uit literaire werken zoals De goddelijke komedie van de middeleeuwse Italiaanse dichter Dante, terwijl anderen naar wetenschappelijke studies van bijna-doodervaringen kijken voor aanwijzingen over wat er na de dood gebeurt.

Lezers van Tomorrow’s World weten dat wij voor antwoorden op de meest fundamentele vragen van het leven naar Gods woord kijken. Wat zegt de Bijbel over hemel en hel, en over de toekomstige hoop van degenen die zijn gestorven? Het goede nieuws is dat de waarheid van de Bijbel hoop kan geven aan hen die door de valse informatie over hemel en hel zijn misleid.

In slaap tot de opstanding

Toen de apostel Paulus werd ondervraagd door het Sanhedrin, lichtte hij zijn meest gekoesterde geloofsovertuigingen toe. Toen hij de grondslag van zijn hoop op leven na de dood verdedigde, maakte hij de opstanding tot centraal onderwerp: “En Paulus wetende, dat het ene deel was van de Sadduceeën [die niet in de opstanding geloofden], en het andere van de Farizeeën, riep in de raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, de zoon van een Farizeeër; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld” (Handelingen 23:6, SV).

Zei Paulus dat hij naar de hemel zou gaan wanneer hij stierf? Nee! Paulus keek uit naar de opstanding uit de dood bij de terugkeer van Jezus Christus! Paulus schreef over zijn geloof in Christus en zijn doel van de opstanding in de toekomst: “opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden” (Filippenzen 3:10-11).

Hoe schokkend het ook moge klinken voor hen die het conventionele begrip van de wereld huldigen, de Bijbel leert dat wanneer mensen sterven zij tot aan de opstanding dood blijven. De opstanding is de hoop van ware christenen! De apostel Paulus wilde dat wij de waarheid over de opstanding zouden weten. Hij schreef: “Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan” (1 Thessalonicenzen 4:13-15).

Paulus gebruikte de slaap als een metafoor voor de dood. Maar, denkt u misschien, er zijn toch zeker sommige zondaars die nu in het eeuwige hellevuur worden gemarteld? Het antwoord van de Bijbel zal u misschien verrassen: Absoluut niet!

Ja, zoals we later zullen zien, verklaart de Bijbel dat onverbeterlijk slechte zondaars in een poel van vuur zullen worden geworpen na het oordeel van de “grote witte troon” (Openbaring 20:11, 14-15; 21:8). De Bijbel noemt deze eeuwige straf (niet een eeuwigdurende bestraffing) “… de tweede dood” (20:14) – de uiteindelijke dood waaruit geen toekomstige opstanding is. Maar wie krijgt die eeuwige straf, en wanneer? Zoals we later in dit artikel zullen zien, heeft nog niemand deze straf ondergaan – en ze geldt wellicht voor minder mensen dan u verwacht!

Merk op dat de apostel Paulus dode christenen niet beschrijft als zijnde actief of levend in de hemel. Zij slapen – zijn dood – totdat zij worden opgewekt bij Christus’ tweede komst. Paulus schreef verder: “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden” (1 Thessalonicenzen 4:16-18).

Let erop dat deze opstanding plaatsvindt “met een bazuin” van God. Dit is de laatste bazuin, de zevende bazuin, die in het boek Openbaring wordt beschreven (1 Korinthe 15:52; Openbaring 11:15). Let er tevens op dat “de doden die in Christus zijn, … eerst opstaan. De ware christenen die zijn gestorven zullen pas opstaan bij Christus’ terugkeer. Diegenen van ons die leven wanneer Christus terugkeert, zullen zich voegen bij die heiligen die in het geloof zijn gestorven. Zij zullen worden opgewekt om de beloofde gift van het eeuwige leven te ontvangen. Dat is waar alle ware christenen van vandaag naar uitzien: de opstanding tot onsterfelijkheid bij de terugkeer van Jezus Christus.

De Bijbel bevat veel verwijzingen naar individuele opstandingen uit de dood tot fysiek leven, zoals die van Lazarus die door Jezus uit de dood werd opgewekt (Johannes 11:43). Maar de opstanding waarop christenen hopen is de opstanding tot onsterfelijkheid – de eerste van drie algemene opstandingen die in de Bijbel worden beschreven.

 

Wie is er in de hemel?

Waar gaan christenen heen wanneer zij worden opgewekt? Zullen zij de eeuwigheid in de hemel doorbrengen? Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst de vraag stellen: Wie is er nu in de hemel? Hoe is het met de geloofshelden die worden genoemd in Hebreeën 11, het zogeheten geloofshoofdstuk in de Bijbel? Als er iemand van hen in de hemel moet zijn is het wel koning David (die in Handelingen 13:22 door God een man naar Zijn hart wordt genoemd). Maar wat zegt de Bijbel?

Op de Pinksterdag van het jaar 31 n. Chr., predikte de apostel Petrus tot een grote menigte. Toen hij sprak over de opstanding uit de dood van de Messias verklaarde hij: “Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrijuit tot u te spreken van de patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op deze dag” (Handelingen 2:29, SV). En om het nog duidelijker te maken: “Want David is niet opgevaren in de hemelen …” (v. 34, SV).

Jezus zelf maakte dit punt duidelijk door te zeggen: “En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is …” (Johannes 3:13). De apostel Johannes legde deze uitspraak ongeveer 60 jaar na Jezus’ dood en opstanding vast en daarom voegde hij er verklarend aan toe: “… namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is”. Johannes’ uitspraak bevestigt dat toen hij zijn evangelie halverwege de jaren 90 van de eerste eeuw n. Chr. schreef, alleen Jezus Christus naar de hemel was opgestegen!

De Bijbel openbaart dat de heiligen de aarde en “alle dingen”, d.w.z. het universum (Openbaring 21:7; Romeinen 8:32) zullen beërven! Maar die erfenis zal pas bij de opstanding worden gegeven. De Bijbel laat duidelijk zien dat de doden dood blijven tot aan de opstanding. Het idee dat mensen bij hun dood direct naar de hemel of de hel gaan berust op de heidense leer van de onsterfelijkheid van de ziel, die niet in de Bijbel staat, maar die het belijdende christendom is binnengekomen toen het zich door het Romeinse Rijk verbreidde en vele voormalige heidenen hun oude doctrines hun nieuwe kerken binnenbrachten.

We moeten begrijpen dat wij niet met onsterfelijkheid zijn geboren. Het is een gift van God. Bedenk: “Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere” (Romeinen 6:23). Er staat dus niet: het loon van de zonde is onsterfelijk leven in het hellevuur. Het loon van de zonde is niet onsterfelijk leven; het is de dood – de afwezigheid van leven. Als u reeds een onsterfelijke ziel hebt, als u reeds eeuwig leven hebt, dan heeft u het niet nodig als gift van God. Ja, een ziel kan sterven! De profeet Ezechiël herinnert ons eraan: “… de ziel, die zondigt, die zal sterven” (Ezechiël 18:4, SV).

Het Hebreeuwse woord voor ziel is nefesj, wat fysiek of natuurlijk leven betekent. In Genesis 1 verwijst hetzelfde woord nefesj ook naar elk levend wezen – van al het dierlijke leven, inclusief zoogdieren, vissen en vogels. De Bijbel leert ook dat er een menselijke geest is, de geest in de mens (1 Korinthe 2:11; Job 32:8, 18). Maar die menselijke geest is geen onsterfelijke ziel.

Is de ziel onsterfelijk? Jezus waarschuwde ons: “En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel” (Mattheüs 10:28). Ja, als u uw Bijbel gelooft, dan moet u erkennen dat God de macht heeft de ziel te vernietigen.

Over wat voor hel heeft u het?

Het gangbaarste idee van de hel in de westerse landen van vandaag stamt waarschijnlijk van de beroemde Italiaanse dichter Dante Alighieri, die zijn La Divina Commedia (De goddelijke komedie) schreef, bestaande uit drie delen: L’Inferno (De hel), Il Purgatorio (Het vagevuur) en Il Paradiso (De hemel).

In het Inferno wordt Dante door de dichter Vergilius op een mythische reis door de hel geleid. Aan de ingang van de hel staat een bord met een waarschuwing die eindigt met de woorden: “Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt”. Vergilius vertelt Dante wat hij op zijn reis kan verwachten. “Ik zal uw gids zijn en gij zult mij volgen, en ik zal u leiden door een wereld van pijn waar dode zielen kronkelen in eindeloze wanhoop en krijsend eisen om opnieuw te sterven” (Citaten uit Canto I, 112-117 en Canto III, 9).

Voor velen zal het een schok zijn te horen dat deze levendige verbeelding niet uit de Bijbel afkomstig is. De hel van de Bijbel is niet wat Dante schilderde. Maar als dit waar is, wat en waar is de hel dan? Het eerder genoemde vers in Mattheüs 10 geeft ons een deel van het antwoord. Het woord dat Jezus in Mattheüs 10:28 gebruikt voor “hel” is gehenna [Aramees: gihanna; Grieks: géenna)– een uitdrukking voor het Dal van Hinnom, de vuilstortplaats even buiten Jeruzalem, waar afval werd verbrand en vernietigd. In deze betekenis is de “hel” dus het Dal van Hinnom. Maar het woord hel kan verder misleidend zijn, aangezien er vier verschillende woorden zijn, drie in het Grieks en één in het Hebreeuws, die vaak als “hel” zijn vertaald in de Bijbel, maar die toch elk een verschillende betekenis hebben.

In de Nederlandse vertalingen is het Hebreeuwse woord dat vaak als “hel” (SV) wordt vertaald sjeool – dat echter eenvoudig kuil of graf betekent. Het betekent niet een plaats met een eeuwig brandend vuur. Het woord sjeool komt in het Oude Testament 65 keer voor. Veelal is het eenvoudig met de Bijbelse en taalkundig juiste term “graf” (HSV, NBG) vertaald. Per definitie kunnen we begrijpen dat niemand in sjeool brandt.

Naast gehenna, het vuur dat de ziel van de zondaars zal vernietigen (Mattheüs 10:28), bevat het Nieuwe Testament nog twee andere Griekse woorden die vaak als “hel” (SV) zijn vertaald. Het Griekse woord hades betekent eenvoudig, net als het Hebreeuwse sjeool, kuil of graf.

Het vierde woord dat in de Bijbel als “hel” is vertaald is het Griekse woord tartaros. Dit woord wijst op een conditie van beperking, en de Bijbel toont dat het van toepassing is op gevallen engelen, niet op zondige mensen. “Want als God de engelen die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar hen in de hel [tartaros] geworpen en overgegeven heeft aan de ketenen van de duisternis om tot het oordeel bewaard te worden” (2 Petrus 2:4).

Zoals u ziet geeft het woord hel als vertaling voor alle vier de grondwoorden, met hun drie verschillende betekenissen, niet precies weer wat de waarheid van de Bijbel is. Als iemand u iets over de hel vraagt, zou u dus moeten vragen nader te verklaren over wat voor hel hij of zij het heeft.

Maar nog altijd kunt u zich afvragen: “Wie gaat er naar de hel?” Is God oneerlijk? We weten dat de naam van Jezus Christus de enige naam is waardoor iemand kan worden behouden (Handelingen 4:12). Betekent dit dan dat degenen die nooit van de naam van Jezus Christus hebben gehoord tot een eeuwige hel veroordeeld worden, buiten eigen schuld? Of meet God met twee maatstaven voor de mensen, afhankelijk van of zij wel of niet Jezus’ naam hebben gehoord?

Het antwoord zal u verrassen en zou u hoop moeten geven. God zal iedere mens een gelegenheid geven het ware evangelie te horen. Als zij daarop reageren, het offer van Jezus Christus aanvaarden en Zijn geboden gehoorzamen met de hulp van de heilige Geest, zullen zij behouden worden. Maar hoe zit het met de miljarden mensen die hebben geleefd en zijn gestorven zonder het evangelie te hebben gehoord? Het antwoord staat in het boek Openbaring, dat een toekomstige tijd beschrijft die het oordeel van de “grote witte troon” (v. 20:11) wordt genoemd.

De “boeken” zullen worden geopend

Hedendaagse christenen die sterven in het geloof of die bij de tweede komst van Jezus Christus in leven zijn, zullen deel uitmaken van de “eerste opstanding” en zullen hun Verlosser en Koning assisteren bij Zijn regering op de aarde gedurende het spoedig komende Millennium. Maar als er een “eerste opstanding” is (Openbaring 20:5), moet er ook een tweede opstanding zijn. Die tweede opstanding is het oordeel van de “grote witte troon”. Hier is de Bijbelse beschrijving: “En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (Openbaring 20:11-12).

Het Griekse woord voor “boeken” is biblia. Na de tweede opstanding zullen de “boeken” – de Bijbel – voor het eerst worden geopend voor het begrip van de miljarden mensen die hebben geleefd en zijn gestorven vóór het Millennium zonder het ware evangelie van Jezus Christus te hebben gehoord. Miljarden zullen hun eerste gelegenheid krijgen de waarheid te leren kennen – en zij zullen één bijzonder voordeel hebben dat wij vandaag niet hebben, namelijk dat zij de consequenties hebben kunnen zien van een mensheid die in dit huidige tijdperk haar eigen weg is gegaan, en de resultaten ervan kunnen vergelijken met de realiteit van de duizendjarige wereld geregeerd door Jezus Christus. Dit is voor deze mensen geen tweede kans; het zal hun enige kans zijn de waarheid te begrijpen, zich van hun zonden te bekeren en Jezus Christus als hun Verlosser te aanvaarden.

Helaas zullen zelfs in dit oordeel van de “grote witte troon” sommigen Gods genade en behoud verwerpen. Zij zullen weigeren zich van hun zonden te bekeren en het offer van Jezus Christus afwijzen. God zal deze opstandige mensen niet dwingen Hem te gehoorzamen. Hij zal hen vernietigen in de poel van vuur. Ten slotte zullen degenen die hebben geleefd en zijn gestorven met de kennis van de waarheid en deze hebben verworpen, worden opgewekt in de derde opstanding – de opstanding tot de eeuwige straf door de dood (niet eeuwig leven) in de poel van vuur (Johannes 5:29). Ja, God is rechtvaardig. Hij herinnert ons eraan: “… Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere …” (Hebreeën 10:30). Als zij voor de poel van vuur staan zullen de zondaars worden gekweld, vervolgens in de vuurpoel worden geworpen en voor eeuwig worden verbrand (Openbaring 21:8). Nooit zullen zij meer leven. “Want het loon van de zonde is de dood [de eeuwige dood], maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere” (Romeinen 6:23).

Zij die tegenwoordig door God worden geroepen hebben de ontzagwekkende gelegenheid bij de eerste opstanding deel te worden van Zijn Gezin. Maar niemand hoeft bang te zijn dat anderen hun eigen gelegenheid voor behoud zal worden onthouden. Als God het verstand van uw vrienden en geliefden niet opent, krijgen zij hun kans wanneer God het wil. Maar als God uw verstand opent, zult u nu in actie moeten komen om de verbazingwekkende beloning te ontvangen die Hij voor u heeft bereid!