Dit is de vertaling van het Engelstalige artikel “Our Biblically Old Earth” door Wallace G. Smith, verschenen in het Tomorrow’s World magazine van maart-april 2025.
In onze moderne wereld lijken de wetenschap en de Bijbel voortdurend tegenover elkaar te staan, en het is zeker waar dat er nog openstaande vragen zijn die opgelost moeten worden. Maar veel ‘conflicten’ tussen de wetenschap en de Bijbel zijn illusies, die voortkomen uit een verkeerd begrip van de wetenschappelijke gegevens of uit het niet begrijpen van de waarheid van Gods woord.
Een voorbeeld is de leeftijd van de aarde. Is het nodig dat bijbelgetrouwe christenen in conflict komen met de theorieën van gerenommeerde geologen om de beweringen van de Bijbel te accepteren? Hoe oud is de aarde eigenlijk?
We kunnen heel duidelijk in de Bijbel zien dat de schepping van de huidige planten, dieren en mensen – Adam en Eva – ongeveer 6.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Hij geeft ons genoeg informatie over de leeftijd van de aartsvaders en hun nakomelingen om deze conclusie te proberen te betwisten. Over de oorsprong van de mensheid in de Hof van Eden – bijna zes millennia geleden – is Gods woord duidelijk.
Net zo duidelijk is het dat bijna alle gerenommeerde geologen die naar het bewijs van de leeftijd van onze planeet kijken, concluderen dat de aarde al heel lang bestaat. “Vraag een willekeurige geoloog hoe oud de aarde is”, schrijft de Amerikaanse geoloog G. Brent Dalrymple, “en de kans is heel groot dat hij of zij een antwoord geeft dat dicht bij de 4,54 [miljard jaar] ligt” (The Age of the Earth, p. 305). En hoewel toekomstige ontdekkingen deze conclusie kunnen veranderen, is 4,5 miljard jaar zeer consistent met ander bewijs voor de leeftijd van de aarde, zoals dat van meteorieten en maanstof.
Zeker, een leeftijd van 6.000 jaar is heel wat anders dan 4.540.000.000!
Toch hebben degenen, die de Bijbel in hun leven op betrouwbaarheid hebben getoetst, geleerd om erop te vertrouwen dat de Bijbel het woord van God zelf is. Dus, wat zegt de Bijbel nu echt over de leeftijd van de aarde? Verrassend genoeg zegt hij zowel veel meer als veel minder dan velen begrijpen.
ZES LETTERLIJKE DAGEN – MAAR WANNEER?
Het is wonderbaarlijk en letterlijk waar dat “de HEERE… in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt [heeft], en op de zevende dag heeft… gerust en Zich verkwikt” (Exodus 31:17) en dat deze ‘scheppingsweek’ bijna 6.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, precies zoals de Bijbel aangeeft. Maar wat velen missen is dat de planeet aarde en de hemelen eromheen al bestonden aan het begin van die week.
We lezen in het allereerste vers van de Bijbel, vóór de gebeurtenissen van die week, dat “In het begin… God de hemel en de aarde [schiep]” (Genesis 1:1). Zoals we zullen zien, kan dat eerste “begin” van de aarde en de hemel – vóór Adam en Eva en vóór de dieren en planten die wij kennen – heel, heel lang geleden hebben plaatsgevonden!
Let goed op het tweede vers van Genesis, waar velen overheen lezen en de duidelijke implicatie missen vanwege de gebruikelijke vertaling ervan: “De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2). Een eenvoudige verklaring, maar er zit veel meer in dan men op het eerste gezicht zou denken. De woorden “woest en leeg” zijn vertaald uit de Hebreeuwse woorden tohu en bohu. Deze twee woorden, die in de Bijbel slechts drie keer samen worden gebruikt, duiden op een onbewoonbare woestenij – een toestand van verlatenheid of vernietiging. Het is veelzeggend dat de andere twee passages waar tohu en bohu samen worden gebruikt – Jesaja 34:11 en Jeremia 4:23 – aangeven dat dergelijke verlaten toestanden van verderf en verwoesting werden veroorzaakt door zonde.
Bovendien wijzen geleerden erop dat het Hebreeuwse hajah – vertaald met ‘was’ in Genesis 1:2 – ook het idee van ‘werd’ kan overbrengen. Later in Genesis, in de passage die de vernietiging van Sodom en Gomorra beschrijft, lezen we dat Lots vrouw een zoutpilaar “werd” [hajah]” (Genesis 19:26). Lot was duidelijk niet met een zoutpilaar getrouwd; dat was ze niet altijd geweest. Op dezelfde manier zou Genesis 1:2 meer passend letterlijk vertaald kunnen worden dat de aarde een verlaten woestenij ‘werd’ – het Hebreeuws geeft niet aan dat ze in die toestand geschapen was!
GESCHAPEN IN SCHOONHEID, NIET IN CHAOS
Als we deze feiten samenvoegen, kunnen we begrijpen dat God de hemelen en de aarde zeker zou hebben geschapen met grote orde en schoonheid, maar dat ze door een zondige omstandigheid werden verlaten en verwoest – verdorven en onbewoonbaar – en dat ze vernieuwing nodig hadden vóór de schepping van de mensheid (vgl. Psalm 104:30). Genesis 1:1-2 kan inderdaad accuraat vertaald worden met: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. Maar de aarde werd een woestenij en een chaotische puinhoop, en duisternis lag over de watervloed….”
Beschrijft de Bijbel dan enige zonde of rebellie tegen God, vóór de schepping van Adam, die zo’n chaos en puinhoop zou kunnen hebben veroorzaakt? Jazeker! De Bijbel vertelt ons wat de duivel had gedaan voordat hij Eva in de Hof van Eden ontmoette en haar probeerde te verleiden om tegen God te zondigen (Genesis 3:1-5). Gods woord maakt duidelijk dat er engelen waren voordat de aarde bestond en zij juichten van vreugde toen ze zagen dat de fundering ervan werd gelegd (Job 38:6-7). Lucifer – die Satan de duivel werd – bestond in deze tijd.
De Bijbel beschrijft dit verdorven, zondige wezen dat een hoogmoedige rebellie van engelen leidde (Ezechiël 28:12-16; Jesaja 14:12-14) – een rebellie waarvan de Schrift suggereert dat een derde van de engelen er deel van uitmaakte (Openbaring 12:4). Jesaja 14:14 beschrijft het verlangen van dit hoogmoedige wezen om op te stijgen boven de wolkenhoogten om Gods eigen troon voor zichzelf in te nemen, wat aangeeft dat zijn toegewezen verantwoordelijkheden zich beneden de wolken en dus op aarde bevonden! Lucifer had de vrije wil om God te gehoorzamen of ongehoorzaam te zijn en door te weigeren Gods wil uit te voeren werd hij Satan – een tegenstander van God.
Satans rebellie bracht vernietiging en verderf, zoals zonde altijd doet – in dit geval de verwoesting van de aarde waar hij de verantwoordelijkheid voor had gekregen om deze gereed te maken voor Gods doeleinden. Het is deze chaotische en woeste leegheid, tohu en bohu, die we weerspiegeld zien in de woorden van Genesis 1:2, en het is het wonderbaarlijke zesdaagse herstel van deze planeet naar een staat van schitterende schoonheid en heerlijkheid, geschikt voor Gods schepping van de mensheid – dat we zien in de rest van het eerste hoofdstuk van Genesis!
Dus, zoals we kunnen zien, is er voldoende ruimte in de woorden van de Schrift om een zeer oude leeftijd van de planeet aarde mogelijk te maken. De heldere beschrijving in de Bijbel van de schepping van de mensheid, bijna 6.000 jaar geleden, is niet in strijd met de beschrijving van activiteiten door engelen die lang vóór de gebeurtenis in Genesis 1:2 plaatsvonden – toen de wereld al vóór de schepping van de mensheid aan Lucifer en zijn engelen was toevertrouwd voor Gods doeleinden.
Maar hoe lang geleden gebeurde dit precies? Hoe lang duurde Satans rebellie? Bestonden de dinosaurussen toen al? Was het miljarden jaren geleden – dicht bij de huidige schatting van wetenschappers van een 4,5 miljard jaar oude aarde? Of was het veel later?
Over deze details zwijgt de Bijbel. Maar er is geen conflict tussen de woorden van de Schrift en de algemene wetenschappelijke waarneming van een zeer oude planeet aarde.
De wetenschap onthult inderdaad veel mysteries die nog moeten worden opgelost. Maar we moeten er nooit door de veranderende bevindingen van de wetenschap – die soms weer volledig teniet worden gedaan door de volgende ontdekking – toe aangezet worden om te twijfelen aan wat de onveranderlijke God in Zijn woord zegt. Het bewijs van de geschiedenis en de wetenschap, op de juiste manier begrepen, zal altijd overeenkomen met het woord van God. Zoals Jezus Christus verklaart: “… Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17).
Dit is de vertaling van het Engelstalige artikel “Our Biblically Old Earth” door Wallace G. Smith, verschenen in het Tomorrow’s World magazine van maart-april 2025.
In onze moderne wereld lijken de wetenschap en de Bijbel voortdurend tegenover elkaar te staan, en het is zeker waar dat er nog openstaande vragen zijn die opgelost moeten worden. Maar veel ‘conflicten’ tussen de wetenschap en de Bijbel zijn illusies, die voortkomen uit een verkeerd begrip van de wetenschappelijke gegevens of uit het niet begrijpen van de waarheid van Gods woord.
Een voorbeeld is de leeftijd van de aarde. Is het nodig dat bijbelgetrouwe christenen in conflict komen met de theorieën van gerenommeerde geologen om de beweringen van de Bijbel te accepteren? Hoe oud is de aarde eigenlijk?
We kunnen heel duidelijk in de Bijbel zien dat de schepping van de huidige planten, dieren en mensen – Adam en Eva – ongeveer 6.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Hij geeft ons genoeg informatie over de leeftijd van de aartsvaders en hun nakomelingen om deze conclusie te proberen te betwisten. Over de oorsprong van de mensheid in de Hof van Eden – bijna zes millennia geleden – is Gods woord duidelijk.
Net zo duidelijk is het dat bijna alle gerenommeerde geologen die naar het bewijs van de leeftijd van onze planeet kijken, concluderen dat de aarde al heel lang bestaat. “Vraag een willekeurige geoloog hoe oud de aarde is”, schrijft de Amerikaanse geoloog G. Brent Dalrymple, “en de kans is heel groot dat hij of zij een antwoord geeft dat dicht bij de 4,54 [miljard jaar] ligt” (The Age of the Earth, p. 305). En hoewel toekomstige ontdekkingen deze conclusie kunnen veranderen, is 4,5 miljard jaar zeer consistent met ander bewijs voor de leeftijd van de aarde, zoals dat van meteorieten en maanstof.
Zeker, een leeftijd van 6.000 jaar is heel wat anders dan 4.540.000.000!
Toch hebben degenen, die de Bijbel in hun leven op betrouwbaarheid hebben getoetst, geleerd om erop te vertrouwen dat de Bijbel het woord van God zelf is. Dus, wat zegt de Bijbel nu echt over de leeftijd van de aarde? Verrassend genoeg zegt hij zowel veel meer als veel minder dan velen begrijpen.
ZES LETTERLIJKE DAGEN – MAAR WANNEER?
Het is wonderbaarlijk en letterlijk waar dat “de HEERE… in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt [heeft], en op de zevende dag heeft… gerust en Zich verkwikt” (Exodus 31:17) en dat deze ‘scheppingsweek’ bijna 6.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, precies zoals de Bijbel aangeeft. Maar wat velen missen is dat de planeet aarde en de hemelen eromheen al bestonden aan het begin van die week.
We lezen in het allereerste vers van de Bijbel, vóór de gebeurtenissen van die week, dat “In het begin… God de hemel en de aarde [schiep]” (Genesis 1:1). Zoals we zullen zien, kan dat eerste “begin” van de aarde en de hemel – vóór Adam en Eva en vóór de dieren en planten die wij kennen – heel, heel lang geleden hebben plaatsgevonden!
Let goed op het tweede vers van Genesis, waar velen overheen lezen en de duidelijke implicatie missen vanwege de gebruikelijke vertaling ervan: “De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed…” (Genesis 1:2). Een eenvoudige verklaring, maar er zit veel meer in dan men op het eerste gezicht zou denken. De woorden “woest en leeg” zijn vertaald uit de Hebreeuwse woorden tohu en bohu. Deze twee woorden, die in de Bijbel slechts drie keer samen worden gebruikt, duiden op een onbewoonbare woestenij – een toestand van verlatenheid of vernietiging. Het is veelzeggend dat de andere twee passages waar tohu en bohu samen worden gebruikt – Jesaja 34:11 en Jeremia 4:23 – aangeven dat dergelijke verlaten toestanden van verderf en verwoesting werden veroorzaakt door zonde.
Bovendien wijzen geleerden erop dat het Hebreeuwse hajah – vertaald met ‘was’ in Genesis 1:2 – ook het idee van ‘werd’ kan overbrengen. Later in Genesis, in de passage die de vernietiging van Sodom en Gomorra beschrijft, lezen we dat Lots vrouw een zoutpilaar “werd” [hajah]” (Genesis 19:26). Lot was duidelijk niet met een zoutpilaar getrouwd; dat was ze niet altijd geweest. Op dezelfde manier zou Genesis 1:2 meer passend letterlijk vertaald kunnen worden dat de aarde een verlaten woestenij ‘werd’ – het Hebreeuws geeft niet aan dat ze in die toestand geschapen was!
GESCHAPEN IN SCHOONHEID, NIET IN CHAOS
Als we deze feiten samenvoegen, kunnen we begrijpen dat God de hemelen en de aarde zeker zou hebben geschapen met grote orde en schoonheid, maar dat ze door een zondige omstandigheid werden verlaten en verwoest – verdorven en onbewoonbaar – en dat ze vernieuwing nodig hadden vóór de schepping van de mensheid (vgl. Psalm 104:30). Genesis 1:1-2 kan inderdaad accuraat vertaald worden met: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. Maar de aarde werd een woestenij en een chaotische puinhoop, en duisternis lag over de watervloed….”
Beschrijft de Bijbel dan enige zonde of rebellie tegen God, vóór de schepping van Adam, die zo’n chaos en puinhoop zou kunnen hebben veroorzaakt? Jazeker! De Bijbel vertelt ons wat de duivel had gedaan voordat hij Eva in de Hof van Eden ontmoette en haar probeerde te verleiden om tegen God te zondigen (Genesis 3:1-5). Gods woord maakt duidelijk dat er engelen waren voordat de aarde bestond en zij juichten van vreugde toen ze zagen dat de fundering ervan werd gelegd (Job 38:6-7). Lucifer – die Satan de duivel werd – bestond in deze tijd.
De Bijbel beschrijft dit verdorven, zondige wezen dat een hoogmoedige rebellie van engelen leidde (Ezechiël 28:12-16; Jesaja 14:12-14) – een rebellie waarvan de Schrift suggereert dat een derde van de engelen er deel van uitmaakte (Openbaring 12:4). Jesaja 14:14 beschrijft het verlangen van dit hoogmoedige wezen om op te stijgen boven de wolkenhoogten om Gods eigen troon voor zichzelf in te nemen, wat aangeeft dat zijn toegewezen verantwoordelijkheden zich beneden de wolken en dus op aarde bevonden! Lucifer had de vrije wil om God te gehoorzamen of ongehoorzaam te zijn en door te weigeren Gods wil uit te voeren werd hij Satan – een tegenstander van God.
Satans rebellie bracht vernietiging en verderf, zoals zonde altijd doet – in dit geval de verwoesting van de aarde waar hij de verantwoordelijkheid voor had gekregen om deze gereed te maken voor Gods doeleinden. Het is deze chaotische en woeste leegheid, tohu en bohu, die we weerspiegeld zien in de woorden van Genesis 1:2, en het is het wonderbaarlijke zesdaagse herstel van deze planeet naar een staat van schitterende schoonheid en heerlijkheid, geschikt voor Gods schepping van de mensheid – dat we zien in de rest van het eerste hoofdstuk van Genesis!
Dus, zoals we kunnen zien, is er voldoende ruimte in de woorden van de Schrift om een zeer oude leeftijd van de planeet aarde mogelijk te maken. De heldere beschrijving in de Bijbel van de schepping van de mensheid, bijna 6.000 jaar geleden, is niet in strijd met de beschrijving van activiteiten door engelen die lang vóór de gebeurtenis in Genesis 1:2 plaatsvonden – toen de wereld al vóór de schepping van de mensheid aan Lucifer en zijn engelen was toevertrouwd voor Gods doeleinden.
Maar hoe lang geleden gebeurde dit precies? Hoe lang duurde Satans rebellie? Bestonden de dinosaurussen toen al? Was het miljarden jaren geleden – dicht bij de huidige schatting van wetenschappers van een 4,5 miljard jaar oude aarde? Of was het veel later?
Over deze details zwijgt de Bijbel. Maar er is geen conflict tussen de woorden van de Schrift en de algemene wetenschappelijke waarneming van een zeer oude planeet aarde.
De wetenschap onthult inderdaad veel mysteries die nog moeten worden opgelost. Maar we moeten er nooit door de veranderende bevindingen van de wetenschap – die soms weer volledig teniet worden gedaan door de volgende ontdekking – toe aangezet worden om te twijfelen aan wat de onveranderlijke God in Zijn woord zegt. Het bewijs van de geschiedenis en de wetenschap, op de juiste manier begrepen, zal altijd overeenkomen met het woord van God. Zoals Jezus Christus verklaart: “… Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17).