Dit artikel is de vertaling van het Engelstalige artikel “What Will Happen When You Die?”, door Stuart Wachowicz, verschenen in het Tomorrow’s World magazine van maart-april 2026
Het lijkt erop dat menselijke samenlevingen overal ter wereld zich altijd hebben afgevraagd wat er met mensen gebeurt na de dood. Is de dood het absolute einde van zowel het fysieke leven als het menselijk bewustzijn? Of overleeft een bewuste, maar niet-lichamelijke eenheid op de een of andere manier de dood van het lichaam?
Of ze nu potten met voedsel en een speer begroeven met een overleden stamgenoot of ingewikkelde grafmonumenten oprichtten te midden van een grote beschaving, de mensheid heeft millennia lang gehandeld vanuit de overtuiging dat een niet-fysiek of spiritueel deel van de persoon de dood zou overleven. Oude culturen boden op verschillende manieren onderdak aan dit idee. Sommige geloofden zelfs dat het fysieke lichaam, of een deel ervan, bewaard moest blijven om de geest na de dood te laten blijven functioneren.
Het oude Egypte is een bekend voorbeeld van het tot ongekende hoogten brengen van het behoud en de bescherming van het lichaam. Een groot deel van het rijkdom van het Egyptische rijk was hieraan gewijd. Men geloofde dat ieder mens bestond uit een fysiek lichaam en niet één, maar twee zielen die na de dood voortleefden: de Ka-ziel en de Ba-ziel.
De Ka werd beschouwd als een geestelijke replica van de persoon, die de levenskracht bevatte die bij de geboorte was ontvangen – deze zou verblijven in het beeld of de afbeelding van de overledene die in het graf werd geplaatst. De Ba was het deel van de persoon dat de potentie had om eeuwig leven en vrede te genieten als het door de goden werd aanvaard, en men geloofde dat het terugkeerde naar de begraafplaats om te genieten van de voedsel- en drankoffers die door familie of bewonderaars waren achtergelaten.
Het lichaam moest echter herkenbaar blijven om het de Ba mogelijk te maken ernaar terug te keren. Daarom beheersten de Egyptenaren de kunst van het balsemen. Alles wat het lichaam kon laten ontbinden – zoals inwendige organen – werd verwijderd en in potten bewaard. Maar het hart, waarvan zij geloofden dat het de zetel van het leven was, werd bewaard en in het lichaam teruggeplaatst. Zij waren van mening dat beschadiging van het hart kon leiden tot een tweede dood van de Ka.
Het lichaam werd van water ontdaan en opgevuld en daarna met chemicaliën geconserveerd. Een Egyptische priester, getooid met een jakhalsmasker, voerde vervolgens de 'laatste riten' uit, waarbij onder andere de mond werd geopend om spreken en eten in het hiernamaals mogelijk te maken. Het hele proces duurde 70 dagen. Een groot deel van de rijkdom en kunde van het Egyptische rijk werd opgeslokt door een religie die in wezen een dodencultus was.
Tegenwoordig beweren veel mensen in de samenleving geen interesse of geloof in religie te hebben en wijzen ze het idee van een hiernamaals gemakkelijk van de hand. Natuurlijk kan die mening enigszins veranderen met de leeftijd of door ziekte, wanneer iemands sterfelijkheid duidelijker wordt. Bijna iedereen zal zich op een gegeven moment afvragen: 'Wat gebeurt er als ik doodga?' Hebt u zich die vraag wel eens gesteld? Ik denk van wel.
De meeste religies hebben wel een antwoord, maar waarop is dat gebaseerd? Sommige beweren hun geloof te baseren op een tekst genaamd de Bijbel. Veel van diezelfde mensen zijn echter verrast als ze ontdekken dat wat de Bijbel werkelijk over dit onderwerp zegt aanzienlijk verschilt van wat de meesten aannemen.
Een groot aantal ideeën
In werkelijkheid bestonden er – en bestaan er nog steeds – veel verschillende ideeën over de dood en de gevolgen ervan. Sommigen kiezen voor een meer pragmatische of atheïstische benadering en zien de dood als het einde van iemands bestaan; een persoon sterft, en die persoon houdt op te bestaan, zowel fysiek als mentaal. Sommige oosterse ideologieën stellen dat, hoewel het lichaam sterft, de spirituele essentie van het lichaam reïncarneert in een ander levend wezen – mens of dier. Sommigen geloven dat deze cyclus van geboorte en dood doorgaat totdat ze volmaaktheid bereiken en aan de tredmolen van het leven ontsnappen en een zalige staat van niet-bestaan ingaan.
Andere tradities in het Midden-Oosten of de westerse wereld stellen dat het menselijk lichaam de woonplaats is van een niet-fysieke entiteit, vaak de ziel genoemd. Zij geloven dat de ziel het lichaam verlaat bij de dood en – afhankelijk van een oordeel door God – een eeuwige beloning in een hemels rijk krijgt toegewezen of veroordeeld wordt tot een eeuwigheid van pijn, verdriet en lijden in de hel.
Veel westerse en oosterse overtuigingen vinden hun oorsprong in het oude Mesopotamië. De ideeën uit deze regio verspreidden zich later naar Egypte en het Oosten en beïnvloedden ook de geloofssystemen van Griekenland en Rome. Volgens historici geloofden de oude Mesopotamiërs dat “de geest na de dood niet stierf, maar bleef voortbestaan in een treurig leven na de dood.... De enige verademing van dit bestaan was het voedsel en de offers van hun nakomelingen.... Men dacht dat gekwelde, vermoorde en boze geesten uit het dodenrijk konden ontsnappen om chaos te zaaien onder de levenden.... Evenzo konden de doden opstaan en de levenden kwellen als ze geen behoorlijke begrafenis hadden gekregen” (“Death in Ancient Civilisations”, History.co.uk). Dit thema werd in de loop der tijd aangepast in de verschillende culturen waarnaar dergelijke ideeën zich verspreidden – vandaar de ontwikkeling van voorouderverering, samen met de wens om de doden tevreden te stellen.
In de westerse wereld werden dergelijke concepten overgenomen door de Grieken en hun Romeinse leerlingen. Romeinse religieuze ideeën werden op grote schaal ontleend aan de Grieken. De Griekse religieuze en culturele ideeën verspreidden zich naar vele regio's door de uitbreiding van het Grieks-Macedonische Rijk in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers.
Net als de Mesopotamiërs geloofden zowel de Romeinen als de Grieken in een god of goden van de onderwereld – Hades in Griekenland en Pluto bij de Romeinen. “Na de dood legden zielen rekenschap af van hun leven aan drie rechters en werden ze naar de Asphodelvelden of naar Tartarus gestuurd. In sommige lectuur wordt vermeld dat, als een ziel uitzonderlijk goed was geweest, deze naar Elysium of de Eilanden der Gezegenden kon gaan, een plaats die gewoonlijk was gereserveerd voor helden en goden” (History.co.uk).
De Griekse dichter Homerus beschreef de velden van Asphodel als het donkere en naargeestige rijk van Hades waar gewone stervelingen ronddolen – jammerend, verloren en doelloos. “Volgens Plato werden goddeloze zielen die als te genezen werden beschouwd, gereinigd in Tartarus. De zielen van hen die als te genezen werden beschouwd, zouden uiteindelijk uit Tartarus worden bevrijd. De zielen van hen die als niet te genezen werden beschouwd, waren voor eeuwig verdoemd' (“Tartarus: The Greek prison at the Bottom of the Universe”, HistoryCooperative.org, 7 april 2025).
Historici weten maar al te goed dat de Israëlieten uit de Bijbel vaak religieuze ideeën uit verschillende culturen overnamen. Toen de Grieken Judea rond 330 v.Chr. in hun rijk inlijfden en Alexander de Grote de Joden gunstig gezind was, vestigden veel Joden zich in zijn nieuwe stad Alexandrië. Een proces van hellenisering overspoelde de Joden van die tijd: velen namen Griekse kleding, gewoonten en architectuur over, evenals aspecten van de Griekse filosofie en religie.
Dit legde de basis voor de confrontatie tussen Joodse leiders van verschillende religieuze partijen waarvan grote aantallen veel Griekse cultuur omarmden, wat hun kijk op het leven na de dood beïnvloedde. Het Griekse gedachtegoed had een grote invloed op het religieuze leven van velen in Judea ten tijde van Christus.
Het adopteren van de Griekse traditie
Tot nu toe hebben we heel kort enkele concepten onderzocht die de mensheid heeft ontwikkeld en die de opvattingen van vele culturen en religies hebben gevormd over wat er met een persoon na de dood gebeurt. Zou het kunnen dat sommige van deze ideeën uit oude, voorchristelijke culturen daadwerkelijk invloed hebben gehad op en zelfs vorm hebben gegeven aan bepaalde opvattingen die tegenwoordig gangbaar zijn in sommige geloven die zichzelf 'christelijk' noemen?
Laten we beginnen met een onderzoek naar de meest voorkomende overtuigingen binnen het gangbare christendom en zien of deze verenigbaar zijn met het document waarop hun geloof geacht wordt te zijn gebaseerd – in dit geval de Bijbel.
Wat geloven de meeste hedendaagse belijdende christenen over de dood en het leven na de dood? Met een aantal variaties geloven ze dat elk menselijk lichaam een onsterfelijke spirituele entiteit herbergt, die ziel genoemd wordt en die het lichaam verlaat bij de dood. De ziel wordt onmiddellijk door God beoordeeld op basis van bepaalde criteria. Vervolgens wordt haar een eeuwigheid van gelukzaligheid in de hemel toegewezen – of, als ze tekortschiet, wordt veroordeeld tot eeuwig lijden en een voortdurende kwelling in een plaats die de hel wordt genoemd, te vergelijken met de Griekse Tartarus.
Zijn deze leerstellingen werkelijk in de Bijbel te vinden? De meeste aanhangers zijn overtuigd van wel. Maar laten we eens zien wat de Bijbel daadwerkelijk zegt en eerst de kwestie van de ziel onderzoeken.
Dr. Philip Almond, hoogleraar geesteswetenschappen aan de Universiteit van Queensland, schrijft in het BBC History Magazine dat “vanaf het begin van de derde eeuw de Christelijke traditie de Griekse traditie overnam dat individuen bestaan uit een sterfelijk lichaam en een onsterfelijke ziel” (“A Brief History of the Afterlife”, 1 juli 2020). Met andere woorden, Almond stelt dat vóór de derde eeuw n.Chr. dit niet de Christelijke opvatting was. Zoals we zullen zien, leert de Bijbel in zowel het Oude als het Nieuwe Testament iets heel anders.
Augustinus (354-430 n.Chr.), die wordt beschouwd als een van de grootste invloedrijke figuren binnen de Roomse Kerk, vermengde de religie van het Nieuwe Testament met de traditie van de Griekse filosofie, zoals die door Plato werd vertegenwoordigd. Een andere invloedrijke Rooms-Katholieke schrijver was Tertullianus, die openlijk toegaf dat zijn gezag niet op de Bijbel gebaseerd was, maar op Plato: “Sommige dingen zijn immers van nature bekend: de onsterfelijkheid van de ziel bijvoorbeeld, wordt door velen voor waar gehouden.... Ik mag daarom de opinie van Plato gebruiken, wanneer hij verklaart: 'Iedere ziel is onsterfelijk' (“On the Resurrection of the Flesh”,The Ante-Nicene Fathers, vol. 3). Merk op dat zij Plato – en niet de Bijbel – hier als hun voornaamste autoriteit beschouwen.
Ondersteunt de Bijbel dus het idee dat ieder mens een onsterfelijke ziel heeft die de dood overleeft en naar de hemel opstijgt of naar de hel afdaalt? Laten we eens kijken naar een paar eenvoudige Bijbelteksten die tamelijk eenduidig lijken.
Wat is een Nephesh?
Sommige Engelse Bijbelvertalingen noemen de mens nadrukkelijk een ziel: "En de HEERE God had de mens geformeerd uit het stof der aarde. en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel" (Genesis 2:7, SV). We moeten echter opmerken dat de HSV (Herziene Statenvertaling), waarvan de redacteuren de gebruikte woorden in de SV (Statenvertaling) hebben aangepast, zegt dat "de mens tot een levend wezen [werd]". Waarom wordt in de ene versie het woord "ziel" gebruikt en in de andere "wezen"?
Beide woorden zijn de vertaling van de Hebreeuwse term nephesh. Dit is een term die gebruikt wordt voor een levend, fysiek schepsel. Hetzelfde woord, nephesh, wordt gebruikt voor geschapen dieren: "En God zei: Laat de aarde levende wezens [nephesh] naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo" (Genesis 1:24).
Zoals we kunnen zien, betekent de term die in Genesis 2:7 vertaald wordt als “ziel” eenvoudigweg een levend wezen. Het woord nephesh kan zelfs verwijzen naar een dood lichaam: "Daarop zei Haggaï: Als iemand die onrein geworden is door een dood lichaam [nephesh], iets van al die dingen aanraakt, wordt het dan onrein? Toen antwoordden de priesters en zeiden: Het wordt onrein" (Haggaï 2:14).
Zo zien we dat het gebruik van de term 'ziel', vertaald uit het Hebreeuwse nephesh, niet naar onsterfelijkheid verwijst. Ezechiël werd ook geïnspireerd om een waarschuwing te schrijven aan hen die willens en wetens zondigen zonder het voornemen te veranderen. Uit zijn geschreven woord blijkt dat de ziel kan sterven: "Zie, alle mensenlevens [nephesh] behoren Mij toe. Zowel het leven van de vader als het leven van de zoon, die behoren Mij toe. De mens die zondigt, die zal sterven" (Ezechiël 18:4, zie ook vers 20).
Het is dus duidelijk dat de Bijbel tegenspreekt wat de meeste belijdende christenen van tegenwoordig geloven.
De apostel Paulus benadrukte dat Jezus Christus de enige mens was die ooit onsterfelijkheid had bereikt, en vroeg Christenen om "dit gebod onbevlekt en onberispelijk in acht te nemen, tot de verschijning van onze Heere Jezus Christus. De zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen en Heere der heren, zal Hem op Zijn tijd laten zien, Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit…" (1 Timotheüs 6:14-16).
Mensen bezitten op geen enkele wijze onsterfelijkheid. Eerder al, toen Jezus nog op aarde was, had Hij de heel duidelijke uitspraak gedaan dat er behalve Hijzelf nog nooit een mens naar de hemel was gegaan: "En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is [moet zijn: ‘was’] " (Johannes 3:13). Jezus legde uit dat geen van de patriarchen – Abraham, Izak en Jakob, evenals mannen als David en de profeten – naar de hemel waren gegaan. Hij zei dat ze allemaal dood waren. Natuurlijk laat de Bijbel zien dat er wel degelijk een grote hoop en belofte voor hen in het verschiet ligt, maar die hebben ze nog niet ontvangen.
Wat dan moeten we geloven? Het woord van Jezus Christus – wiens leringen Christenen beweren te volgen – die zei dat niemand anders dan Hijzelf ooit naar de hemel was gegaan, of het woord van menselijke geloofsijveraars die Zijn woord tegenspreken?
De Bijbelse tekst is op dit punt eigenlijk heel consequent en onthult dat onsterfelijkheid een bijzondere gave van God is, die in de toekomst en onder bepaalde voorwaarden verleend zal worden: "Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere" (Romeinen 6:23).
De Bijbel stelt duidelijk dat het loon, of het uiteindelijke gevolg, van de zonde – het overtreden van Gods wet zonder berouw – de dood is. De dood is de afwezigheid van leven; het is geen eeuwig leven van lijden. En, als we al een onsterfelijke ziel hadden, dan zouden we al eeuwig leven hebben – hetgeen een duidelijk en direct in tegenspraak is met de woorden van Jezus Christus en de apostelen.
Om nu misverstanden te voorkomen: de Bijbel spreekt wel degelijk over een 'geest in de mens' (Job 32:8) – niet over een ziel, maar over een geest van God die ons intellect krachtig maakt. Elk pasgeboren mens bezit deze geest van intellect of 'geest in de mens' die ons in staat stelt te denken, te redeneren, te creëren en zelfbewust te zijn, vermogens die geen enkel dier kan bezitten. Na onze dood keert deze intellectuele kracht terug naar God, die een eigen register heeft van ieder mens die ooit heeft geleefd en dat Hij in de toekomst zal gebruiken. Maar na onze dood behoudt die geest geen bewustzijn meer. Let op de Bijbelse uitspraak hierover: "het stof terugkeert naar de aarde zoals het was, en de geest terugkeert tot God, Die hem gegeven heeft" (Prediker 12:7). "Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten" (Prediker 9:5).
Dit klinkt misschien erg deprimerend. Maar dat deprimerende einde kan worden vermeden, want God openbaart eveneens de belofte van een toekomstig leven – een leven dat eeuwig gelukkig, creatief en productief kan zijn.
Hersteld door de opstanding
We hebben gezien dat wanneer we de Bijbel raadplegen over de vraag of we een onsterfelijke ziel bezitten, het antwoord duidelijk is: Nee, dat doen we niet. Maar er zijn eeuwenlang tradities ontwikkeld gebaseerd op de geschriften van filosofen die in veel gevallen zijn gebruikt om te trachten de Bijbel zelf opzij te schuiven.
De Sadduceeën en Farizeeën in Paulus' tijd verschilden van mening over het Griekse idee van inherente onsterfelijkheid bij de mens, en Paulus gebruikte deze verdeeldheid om zijn leven te redden. Toen hij terechtstond voor een gecombineerd macht van Farizeeën en Sadduceeën deed Paulus een controversiële uitspraak:
En Paulus, die wist merkte dat het ene deel bestond uit Sadduceeën en het andere uit Farizeeën, riep in de Raad: Mannenbroeders, ik ben een Farizeeër en zoon van een Farizeeër. Ik word geoordeeld over de hoop en de opstanding van de doden. En toen hij dat gezegd had, ontstond er onenigheid tussen de Farizeeën en de Sadduceeën, en de menigte raakte verdeeld. De Sadduceeën zeggen namelijk dat er geen opstanding is en geen engel of geest, maar de Farizeeën belijden het beide. (Handelingen 23:6-8)
Paulus geloofde in de Bijbelse leer dat er een opstanding van de doden zou zijn. Voor hem, en voor alle ware volgelingen van God door de eeuwen heen, zouden leven en bewustzijn door een opstanding worden hersteld. Dit maakte hij vele malen duidelijk, maar nergens zo helder als in zijn eerste brief aan de Korinthische broeders:
Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden. (1 Korinthe 15:50-53)
Paulus maakt hier verschillende punten. Ten eerste dat een persoon van vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kan binnengaan. Hij zegt ook dat bij de zevende bazuin van Openbaring 11:15 de doden die zich aan God hebben onderworpen, zullen worden opgewekt tot eeuwig leven, en dat degenen die dan nog leven en gehoorzaam zijn tot onsterfelijk geestelijk leven veranderd zullen worden. Onsterfelijkheid is iets dat wij niet bezitten – God moet het ons door Jezus Christus schenken.
Maar hoe zit het met de miljarden mensen door de eeuwen heen die leefden en stierven zonder ooit van Jezus Christus te hebben gehoord en die hun leven doorbrachten in onwetendheid over Gods wet en levenswijze? Zijn zij verloren? Die miljarden waren sterfelijk – ze stierven, hielden op te bestaan. Toch hebben ook zij nog hoop op leven.
Een schitterende hoop
Jezus zei iets tegen zijn discipelen dat veel mensen vandaag de dag moeilijk te accepteren vinden: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag" (Johannes 6:44).
Dit is een opmerkelijke waarheid, die aantoont dat geen enkel mens een ander kan bekeren. Bekering is onmogelijk, tenzij God de Vader iemands geest openstelt voor Gods levenswijze. God roept niet iedereen tegelijk, maar iedereen zal zijn kans krijgen, "Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker, Die wil dat alle mensen zalig [d.i. ‘behouden’] worden en tot kennis van de waarheid komen" (1 Timotheüs 2:3-4).
Om tot de waarheid te komen, zullen zij die zonder waarheid gestorven zijn tot leven moeten komen. Let op de opmerkelijke uitspraak die gericht was aan de apostel Johannes: "… En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding" (Openbaring 20:4-5).
De Bijbel belooft een opstanding van de doden nadat Jezus terugkeert om Zijn koninkrijk op aarde te vestigen, waar Hij zal regeren met de opgestane gelovigen die God tijdens hun aardse leven had geroepen. En duizend jaar later wordt er nog een opstanding tot fysiek leven beloofd – dit om de rest van de mensheid de eerste kans te geven om te leren en het karakter te ontwikkelen dat nodig is om het eeuwige leven in het Koninkrijk van God geschonken te kunnen worden.
Wat gebeurt er als mensen sterven? Ze sterven. Voor hen stopt elke vorm van bewustzijn of capaciteit. Ze hebben geen enkel besef meer totdat God de Vader en Jezus Christus hen uit de dood opwekken voor een onbeschrijflijk grote kans.
Lang geleden, aan het begin van het verblijf van de mens op deze planeet, startte een opstandig geestelijke wezen een valse leer om de mensheid te misleiden. Satan, de tegenstander, introduceerde deze valse leer aan Eva toen zij nog in de tuin was:
En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. (Genesis 3:2-3)
Satan loog. Hij vertelde Eva dat ze hoe dan ook niet zou sterven – sterker nog, dat ze onsterfelijk was en een onsterfelijke geest bezat. Die misleiding is sinds hij die woorden tot haar sprak doorgegaan.
Maar u hoeft niet misleid te zijn. U kunt een geweldige toekomst hebben – als u dit accepteert.
Ons gratis boekje Wat gebeurt er als u sterft? gaat hier dieper op in en beantwoordt meer vragen, zoals: Wat is het lot van de goddelozen? U zult vanuit de Bijbel zien dat God niet van plan is om mensen voor eeuwig te kwellen in een plaats van marteling. U kunt dit boekje gratis aanvragen of online lezen op WereldvanMorgen


