Het effenen van de weg

De scène speelde zich af op filmschermen, op de pagina’s van populaire boeken en in het hoopvolle verlangen van duizenden, misschien wel miljoenen, fantasieën – misschien met inbegrip van die van u.

Op een dag die leek alsof deze net als alle andere zou zijn, verdwijnen miljoenen mensen over de hele wereld plotseling in het niets. Er ontstaat chaos wanneer vliegtuigen zonder piloot naar de grond neerstorten en auto’s zonder bestuurder plotseling de controle verliezen. Families zijn in wanorde als ouders en echtgenoten verdwijnen en geliefden in paniek alleen nog kleding vinden op de plek waar ze ooit sliepen of stonden.

Nieuwsuitzendingen over de hele wereld zijn gevuld met verhalen over anarchie, verwarring en wanhoop terwijl de achterblijvers proberen er wijs uit te worden. Ondertussen meten wereldleiders zich nieuwe bevoegdheden aan en beweren dat ze de verwoeste beschaving weer tot vrede en orde zullen terugbrengen.

Voor de achterblijvers lijkt de gebeurtenis een volslagen mysterie, althans in het begin. Maar bij sommigen dringt het sneller door dan bij anderen dat degenen die verdwenen allemaal christenen waren. Op die noodlottige dag was Jezus Christus in het geheim gekomen om Zijn trouwe volgelingen te verzamelen om hen naar de hemel te brengen, vlak voordat de jaren van lijden die bekend staan als de Grote Verdrukking zouden beginnen. En onder de wereldleiders die de macht grijpen bevindt zich de Antichrist, klaar om een valse religie in te stellen en zijn duivelse wil op te leggen.

Enkele jaren later, nadat de toorn van God op de mensheid is losgelaten, vindt de zichtbare, openbare wederkomst van Jezus plaats, als Hij terugkeert met zijn volgelingen om de goddelozen te vernietigen en het Koninkrijk van God te beginnen.

Miljoenen mensen over de hele wereld geloven oprecht dat deze gebeurtenis, of iets wat er dicht bij in de buurt komt, in de nabije toekomst zal plaatsvinden. Hun grootste hoop is om bij de christenen te horen die op dat moment verdwijnen, in een gebeurtenis die vaak de Opname wordt genoemd.

Populair, maar in twijfel getrokken

Het idee van een Opnamegebeurtenis, zoals hierboven beschreven, wordt algemeen geloofd door veel evangelische gelovigen, die verwachten dat Jezus Christus elk moment kan terugkeren, zonder enige waarschuwing, om hen mee te nemen naar de hemel, waar ze beschermd zullen zijn tegen de jaren van verwoestende beproeving die zullen volgen. Deze visie wordt zo hartstochtelijk aangehangen dat, voor velen, het in twijfel trekken van enig element ervan gelijk staat aan het in twijfel trekken van de Bijbel zelf. Toch hebben in de ongeveer 200 jaar sinds deze leer voor het eerst verspreid werd, velen er vraagtekens bij gezet. Nauwkeurige waarnemers hebben erop gewezen dat het scenario van de geheime opname wel past bij sommige Bijbelse feiten, maar lang niet bij alle.

Er zijn zeker duidelijke verzen die zeggen dat Christenen Jezus Christus bij Zijn verschijning in de wolken zullen ontmoeten – en die passages zouden Zijn volgelingen met een diepe, levensveranderende hoop moeten vervullen! We zullen later enkele van deze passages bespreken – geïnspireerde beschrijvingen van de gebeurtenis die de apostel Paulus onze “zalige hoop” noemt (Titus 2:13).

En er zijn zeker nog andere passages in het boek Openbaring die waarschuwen voor een nachtmerrieachtige verdrukking die over de wereld komt onder de Antichrist en het Beest. Meer dan één passage in het geïnspireerde profetische verslag noemt die komende tijd de Grote Verdrukking, de gruwelijkste in de hele menselijke geschiedenis, erger dan alles wat eraan vooraf is gegaan en alles wat er ooit op zal volgen. We zullen deze passages later ook bekijken.

Maar velen blijven zich vragen stellen. Terwijl sommigen naar Gods woord kijken en beloften zien van bescherming tijdens de Grote Verdrukking, wijzen anderen op passages die suggereren dat Christenen door de Grote Verdrukking zullen gaan. Hoewel de voorspelde ontmoeting met Christus in de wolken onbetwistbaar is, vragen sommigen zich af of deze ontmoeting jaren – in plaats van dagen of zelfs ogenblikken – zal plaatsvinden voordat Christus tegen de legers van de wereld vecht.

Als gevolg hiervan zijn er meerdere versies van ‘de Opname’ ontstaan sinds het denkbeeld in het begin van de negentiende eeuw wijdverspreid raakte. Hierdoor hebben gelovigen meerdere namen moeten geven aan verschillende versies van de theorie. Zij die bijvoorbeeld geloven in een geheime opname vóór de Grote Verdrukking – het scenario dat aan het begin van dit hoofdstuk wordt beschreven – zeggen vaak dat ze geloven in een pre-Verdrukking opname, waarbij Christenen in de hemel worden beschermd tijdens de jaren van beproeving en lijden op aarde.

Aan de andere kant geloven degenen die beweren dat er een opname zal plaatsvinden na de Grote Verdrukking, bij Jezus’ terugkeer om over de wereld te heersen, in een post-Verdrukking opname  – en bijgevolg dat Christenen de beproevingen van de Grote Verdrukking moeten doorstaan en de terreur van de Antichrist moeten ondergaan. In de loop der jaren is het aantal ideeën toegenomen en daarmee ook het aantal aanduidingen, maar voor de overgrote meerderheid tegenwoordig betekent ‘de Opname’ een geheime opname.

De waarheid doet ertoe

Onenigheid over veel van deze vragen heeft gemeenten en gezinnen verscheurd en versplinterd. Er zijn veel pagina’s geschreven, veel preken gegeven en veel boze woorden gesproken tussen vrienden die anderen probeerden te overtuigen van de waarheid van de ene of de andere opnametheorie.

Toch wil Jezus Christus zeker niet dat Zijn trouwe volgelingen in verwarring zijn, maar juist dat ze “eensgezind bent in uw spreken”, zonder verdeeldheid (1 Korinthe 1:10). Zeker is dat de verwarring over deze kwestie niet te wijten is aan de Vader of Christus, want “… God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen” (1 Korinthe 14:33). Merk op dat “heiligen” hier alle ware Christenen betekent, overal. God verwacht dat alle gelovigen in vrede en eenheid zijn.

Als we die vrede willen – als we hetzelfde willen spreken, zonder verdeeldheid – dan moet de vraag over de Opname beantwoord worden. God de Vader is niet simpelweg op zoek naar oprechte gelovigen – Hij is op zoek naar hen die toegewijd zijn aan de waarheid (Johannes 4:23 –24). Waarheid is belangrijk.

Dus, wat is de waarheid over de Opname? Komt die er? Zo ja, kan die dan op elk moment plaatsvinden? Zal het vóór de Grote Verdrukking gebeuren of erna? Zullen Christenen beschermd worden tegen de gevaarlijke tijden die gaan komen, of moeten sommigen – of allen – die doormaken?

In de volgende hoofdstukken zullen we eerst bekijken hoe het idee van de Opname is ontstaan. Daarna zullen we onze aandacht richten op Gods geïnspireerde woord om rechtstreeks uit de onfeilbare woorden van de Bijbel voor onszelf het goddelijke verslag te begrijpen van wat er precies zal plaatsvinden in de eindtijd. We zullen ernaar streven om de geïnspireerde instructie van de apostel Paulus op te volgen om alle dingen te beproeven en het goede te behouden (1 Thessalonicenzen 5:21). 

De oorsprong onderzoeken

Van alle verschillende theorieën die het gedachtebeeld van een opname promoten, is de pre-Verdrukking opname of geheime opname verreweg de populairste variant. Als je ‘de Opname’ zegt, is dit wat bij velen opkomt – bij de meesten zelfs. Onderzoeken van de afgelopen tien jaar hebben aangetoond dat 40 tot 50 procent van de evangelische christenen gelooft in een opname vóór de Verdrukking, net als één op de drie protestantse pastors – ongeveer het dubbele van het aantal pastors dat gelooft in een opname na de Verdrukking.

De voorstelling achter de geheime opname is dat de terugkeer van Jezus Christus om de Christelijke gelovigen te verzamelen onzichtbaar zal zijn voor degenen die niet daartoe behoren, op elk moment zou kunnen plaatsvinden en zonder waarschuwing zal komen. Wanneer ze plaatsvindt, zullen gelovigen over de hele wereld onmiddellijk verdwijnen door in de lucht te worden opgenomen, samen met de dode gelovigen die weer tot leven worden gewekt en verzameld worden om Christus in de wolken te ontmoeten. Daarvandaan zal Hij hen allemaal naar de hemel brengen om de jaren van de Grote Verdrukking uit te zitten, die een grote verwoesting zal aanrichten onder de mensheid beneden op aarde. Aan het einde van die jaren van lijden zal Jezus zichtbaar en openbaar aan de hele wereld verschijnen, samen met al die herrezen en verheerlijkte Christenen, om de Antichrist en zijn kwade machten te vernietigen en het Koninkrijk van God in te luiden.

Degenen die dit scenario geloven zeggen dat ze het weerspiegeld zien in 1 Thessalonicenzen 4:13-17, misschien wel de belangrijkste passage voor hun leer. En toch lazen vóór de negentiende eeuw ontelbare miljoenen mensen die passage zonder ook maar enigszins te geloven in een geheime opname die de gelovigen zou ‘weghalen vóór de Grote Verdrukking. In feite is er geen duidelijk bewijsdocument of zoiets dat er vóór die tijd een geheime en onzichtbare opname werd onderwezen. Hoewel je hier en daar een geïsoleerd commentaar van een geleerde van vóór de negentiende eeuw kunt vinden dat een aspect van het geloof zou kunnen weerspiegelen dat door de Opnametheorie wordt aangeraakt, is er vaak enige verbeeldingskracht voor nodig om de moderne doctrine hierin volledig weerspiegeld te zien.

Dus voordat we het Bijbelse verslag onderzoeken – uiteindelijk het enige verslag dat er toe doet – zou een overzicht van de oorsprong van de moderne leer van de Opname nuttig kunnen zijn.

Waarom ‘Opname’?

Het woord opname [Eng.: ‘rapture’] heeft een lange geschiedenis, maar pas de laatste 200 jaar wordt ze geassocieerd met de specifieke leer die nu die naam draagt. Ze is afgeleid van het Latijnse woord rapere, dat ontvoeren, verkrachten of met geweld grijpen en wegvoeren betekent. De vierde-eeuwse rooms-katholieke theoloog Hiëronymus gebruikte het Latijnse woord rapiemur om de zin “wij... zullen worden opgenomen” in 1 Thessalonicenzen 4:17 te vertalen, in wat uiteindelijk de Latijnse Vulgaatvertaling werd, als resultaat van een opdracht van paus Damasus I.

Het woord rapture, dat uit het middeleeuws Latijn in het Frans en vervolgens in de Engelse taal kwam, behield aan het eind van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw dezelfde betekenis als gedwongen of gewelddadige inbeslagname, transport of verkrachting (een woord met dezelfde oorsprong). Figuurlijk werd het toegepast op een toestand van fysieke, emotionele of religieuze opwinding of extase, zoals wanneer iemand mentaal of spiritueel wordt getransporteerd naar een verheven staat of een andere plaats.

De vroegste vermelding in het Oxford English Dictionary van een toepassing van het woord rapture op het opstijgen van christenen in de lucht om Christus te ontmoeten is te vinden in 1768, door de Engelse geestelijke Thomas Broughton. Broughton leek te denken dat zijn toepassing van het woord ‘rapture’ op dit opstijgen van christenen enigszins nieuw was. Maar omdat hij de gebeurtenis gewoon zag als het einde van de wereld en het laatste oordeel, zonder gebeurtenissen die zouden volgen, schoot zijn gebruik van het woord veel tekort met betrekking tot wat de Opnameleer uiteindelijk zou worden.

Het moderne gebruik van opname om een geheime ontmoeting met Jezus Christus te suggereren – een plotseling bijeenkomen, jaren voordat Hij terugkeert in heerlijkheid om Zijn heerschappij te beginnen – zou nog eens 60 jaar moeten wachten.

Een opleving in profetische interesse

Aan het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw was wat bijna overal doorging voor het ‘Christendom’ ver verwijderd van het Christendom van Jezus Christus en de Bijbel. Een klein en meestal verborgen overblijfsel bleef over van de Kerk die Jezus Christus had gesticht – een Kerk die noch rooms-katholiek, noch oosters –orthodox, noch protestants was – precies zoals Hij had beloofd (Mattheüs 16:18). Maar de overgrote meerderheid van hen die de naam ‘Christen droegen hadden overtuigingen die weinig gemeen hadden met het ‘Bijbelse geloof dat Christus had gepredikt.

In het bijzonder had de reguliere christelijke wereld door de eeuwen heen oude profetische inzichten verwaterd en was vrijwel alle Bijbelprofetieën gaan interpreteren als metaforisch of symbolisch. De duizendjarige heerschappij van Jezus Christus die in Openbaring 20 wordt genoemd, werd bijvoorbeeld louter als symbolisch gezien voor de groeiende invloed van het christendom naarmate het zich uitbreidde om de wereld te bekeren – niet als een letterlijke heerschappij van Jezus op aarde aan het einde van dit tijdperk. De Grote Verdrukking van Mattheüs 24, het Koninkrijk van God en vele andere geprofeteerde elementen van de Bijbel en de leringen van Christus werden op dezelfde manier behandeld: louter als metafoor.

Dit ‘wegvergeestelijken’ van de Bijbelse profetieën was eeuwenlang de norm in de grote stromingen van het nominale christendom – zoals het rooms-katholicisme, het anglicanisme en de steeds groter wordende verzameling protestantse kerkgenootschappen. Zeker, er waren zeldzame uitzonderingen in de marge – individuen die geloofden dat sommige profetieën in de Bijbel wezen op toekomstige, letterlijke gebeurtenissen. Maar zulke geschriften waren zeldzaam en werden bijna universeel geminacht.

De beroemde achttiende-eeuwse historicus Edward Gibbon beschreef in zijn meesterwerk The Decline and Fall of the Roman Empire [vert.: ‘De achteruitgang en val van het Romeinse Rijk’] en deze verschuiving weg van een letterlijk begrip van het geprofeteerde Koninkrijk van God en de duizendjarige heerschappij van Christus: “De doctrine van de heerschappij van Christus op aarde werd eerst behandeld als een diepzinnige allegorie, werd gaandeweg beschouwd als een twijfelachtige en betekenisloze mening en werd uiteindelijk verworpen als de absurde uitvinding van ketterij en fanatisme.” Inderdaad, om de woorden van Gods profetische beloften als letterlijke beschrijvingen van de toekomst aan te nemen markeerde iemand als een ketter en fanaticus.

In deze duidelijk on-Bijbelse omgeving begonnen enkelen zich te verzetten tegen een dergelijke verwatering van Gods woord. Kleine groepen begonnen zich af te splitsen van de grote kerkgenootschappen, op zoek naar aanbiddingspraktijken en Bijbelse inzichten die volgens hen dichter bij de letterlijke woorden van de Bijbel stonden, hoewel ze onvermijdelijk veel van de fouten en ketterijen van de kerkgenootschappen waar ze uitkwamen behielden. Deze bijeenkomsten van oprecht ontevreden gelovigen vormden een natuurlijke omgeving waarin het idee van een opname wortel kon schieten.

De Opnametheorie is geboren

In deze omgeving stapte de voormalige geestelijke van de Kerk van Ierland, John Nelson Darby – die op grote schaal, maar niet algemeen, wordt gezien als de belangrijkste denker achter het denkbeeld van een geheime opname.

In het begin van de negentiende eeuw behoorde Darby tot de velen die ontevreden waren over wat zij on-Bijbelse praktijken vonden in het anglicaanse en rooms-katholieke geloof en de erediensten van beide, en die op verschillende plaatsen in Engeland, Schotland en Ierland hun eigen genootschappen begonnen op te richten. Een van hun grootste zorgen was Bijbelprofetie, waarvan zij geloofden dat die serieus genomen moest worden – en letterlijk – als de onthulling door Christus van toekomstige gebeurtenissen. In de jaren 1820 en 1830 ontstonden er conferenties in plaatsen als Dublin, Ierland, en Albury, Engeland, waar gelovigen bijeenkwamen in de hoop de Bijbelse profetieën gedetailleerder te begrijpen.

De meeste verslagen noemen een serie conferenties in Powerscourt House, in county Wicklow, Ierland, van 1831 tot 1833, als de oorsprong van Darbys ontwikkeling van zijn idee van een geheime opname – de gedachte dat Jezus een onzichtbare voorafgaande terugkeer naar de aardse atmosfeer zou maken om ware Christenen naar de hemel te vervoeren voordat de verschrikkingen van de Grote Verdrukking onder de Antichrist zouden beginnen. Volgens deze theorie kon deze opnamegebeurtenis op elk moment plaatsvinden, zonder enige waarschuwing.

Velen schrijven alleen aan Darby de voorstelling van een geheime opname toe, hoewel de precieze manier waarop hij tot zijn interpretatie kwam onduidelijk is. In plaats van Darbys studie van de Schrift en zijn discussies met medegelovigen tijdens de profetische conferenties op zijn conto te schrijven, zeggen anderen dat de eer ergens anders thuishoort. Darbys vriend en oprechte verdediger William Kelly vermeldde dat Thomas Tweedy – een ander lid van het Plymouth Brethren genootschap – naar Darby had geschreven, waarin hij suggereerde dat bepaalde passages in 1 en 2 Thessalonicenzen wijzen op een geheime opname. Historicus Crawford Gribben van Queens University Belfast zegt dat het heel goed mogelijk is dat Tweedy alle eer voor het denkbeeld toekomt in plaats van Darby.

Zelfs in Darbys eigen tijd beschuldigden sommigen hem – en zijn medestanders – ervan de voorstelling van een geheime opname te hebben ontleend aan de ‘extatische uitspraken’ van charismatici in de gemeenten van Darby’s tijdgenoot en medewerker Edward Irving, in het bijzonder aan de ‘visioenen van een tienermeisje met de naam Margaret MacDonald. Darbys aanhangers ontkennen een dergelijke koppeling ten stelligste en merken op dat hij dergelijke vermeende visioenen en het extatische, tranceachtige spreken in vreemde tongen als volkomen demonisch van aard beschouwde.

De details zijn moeilijk uit te zoeken, omdat de meest gezaghebbende bronnen voornamelijk concurrerende traktaten en brieven zijn die vaak vol staan met beschuldigingen en verschillende verslagen, aangezien de Plymouth Brethren hun eigen meningsverschillen, geschillen en splitsingen over verschillende doctrines hadden – waaronder discussies over de opname – waarbij ze uiteenvielen in een verscheidenheid aan concurrerende sekten.

Groeiende invloed en populariteit

Ongeacht de betwiste feiten zijn de details die er toe doen duidelijk: het denkbeeld van een pre-Verdrukking geheime opname ontstond in het begin van de negentiende eeuw onder de Plymouth Brethren in Groot-Brittannië en Ierland. En of Darby dit nu zelf bedacht heeft of ideeën van anderen overnam, zijn energieke werk in het ontwikkelen van de voorstelling van een pre-Verdrukking geheime opname – en het ver en wijd verspreiden ervan, wordt algemeen erkend. Vóór de negentiende eeuw zijn er weinig gegevens over een geloof in een geheime en onzichtbare opname aan het begin van de Grote Verdrukking, en er zijn absoluut geen gegevens over dat zo’n concept serieus werd genomen. Toch kon het denkbeeld van een geheime opname, eenmaal bedacht, niet beperkt blijven tot de Britse eilanden. Darby en anderen reisden door heel Europa en over de oceanen om hun theorieën te verspreiden. Darbys reizen brachten hem naar Canada, de Verenigde Staten en Australië, waar velen zijn verkondiging van een geheime opname met enthousiasme ontvingen.

Het belangrijkste is dat Darbys theologie en begrip van profetie uiteindelijk invloed zou hebben op de Amerikaanse advocaat en theoloog Cyrus Ingerson Scofield, die Darbys ideeën in zijn zeer invloedrijke Scofield Reference Bible zou verweven. De Scofield Bijbel, voor het eerst gepubliceerd in 1909 en herzien in 1917, zou een krachtige invloed uitoefenen op het Amerikaanse evangelikalisme, toen het schokkende trauma van de Eerste Wereldoorlog de interesse aanwakkerde in wat de Bijbel te zeggen had over het einde van de wereld.

In 1970 publiceerde de Amerikaanse evangelische prediker Hal Lindsey The Late Great Planet Earth [Ned.: De planeet die Aarde heette], door middel waarvan hij de gedachte van een geheime pre-Verdrukking opname populariseerde en hielp om het tot een vast onderdeel van het evangelische geloof te maken. Daarna, in 1995 publiceerden schrijvers Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins het eerste deel van hun immens populaire Left Behind [vert.: ‘achtergelaten’] boekenserie.

De eerste roman van LaHaye en Jenkins, die wereldwijd een bestseller werd, gebruikte een fictief plot met een mix van intriges, actie en Bijbelverwijzingen om hun idee van een geheime pre-Verdrukking opname te illustreren. Voor velen in de jaren 1990 en begin 2000 waren de Left Behind romans de eerste kennismaking met de voorstelling van een geheime opname en de gedachte dat Jezus Christus op elk moment kon terugkeren om zijn volgelingen onzichtbaar weg te halen en naar de hemel te brengen voordat de heerschappij van de Antichrist begint.

Het scenario dat LaHaye en Jenkins schetsten zou voor Darby en de Plymouth Brethren zeer vertrouwd zijn geweest, en paste goed bij de vernieuwende interpretatie van Bijbelprofetie die zij bijna 200 jaar eerder hadden geïntroduceerd. De voorstelling die Darby en zijn broeders lanceerden heeft zo’n invloed gehad dat zelfs degenen die het er niet mee eens zijn hun eigen ideeën vaak in soortgelijke termen formuleren, zoals een post-Verdrukking opname in plaats van een pre-Verdrukking opname.

Maar de geheime opname is nooit algemeen geaccepteerd. Hoewel het denkbeeld lijkt te passen bij enkele belangrijke verzen in de Bijbel, lijkt het niet te passen bij andere, reden waarvoor veel Bijbelgelovigen het verwerpen. Toch lijken de alternatieve theorieën die door de meesten die het er niet mee eens zijn worden aangeboden te lijden onder hun eigen tekortkomingen. De geloofsverschillen over dit punt hebben van vrienden vijanden gemaakt en hebben gemeenten en families bitter verdeeld – net zoals 200 jaar geleden in de tijd van de Plymouth Brethren.

Deze verdeeldheid leidt tot één enkele, allesbepalende vraag: Is het waar?

Historische achtergronden kunnen licht werpen en controverses kunnen twijfel zaaien, maar ze zijn niet het middel om de waarheid of onwaarheid van een geloofsovertuiging vast te stellen. Die test ligt alleen bij het woord van God  – en tot dat onfeilbare woord wenden we ons nu.

Ons door Gods Woord laten leiden

We hebben de geschiedenis van de Opnametheorie bekeken en gezien hoe deze 200 jaar geleden op de Britse eilanden is ontstaan. Toch heeft het leren kennen van die oorsprong de vraag niet beantwoord: Is deze waar?

Het kan verontrustend zijn dat een denkbeeld dat zo centraal staat in het geloof van zovelen geen solide bewijs heeft dat ze serieus werd onderwezen vóór de negentiende eeuw – een feit dat gemakkelijk werd toegegeven door de initiatiefnemers in die tijd – maar is dit reden genoeg om haar te verwerpen? Jezus beloofde immers dat Zijn woorden niet zouden voorbijgaan (Mattheüs 24:35), maar dat betekent niet dat het juiste begrip van die woorden niet enige tijd verloren zou kunnen gaan. Zou het kunnen dat Darby en zijn collega’s een betekenis herontdekten die Christus altijd bedoeld heeft, maar die samen met andere waarheden verloren is gegaan in de afval en ketterijen die het betraditionele christendom door de eeuwen heen hebben geteisterd?

Hoe kunnen we dat weten? Zoals we aan het eind van het vorige hoofdstuk zagen, is de test van de waarheid niet de geschiedenis, wetenschap, filosofie of het gezond verstand. De echte test van de waarheid is het woord van God!

Biddend tot Zijn Vader op de avond voordat Hij werd gekruisigd, zei Jezus: “… Uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17). Dat woord – het geschreven woord van God dat voor ons bewaard is gebleven in de heilige Bijbel – is de standaard waarmee de voorstelling van de Opname staat of valt.

De Berese uitdaging

We staan dus allemaal voor een belangrijke vraag die ieder van ons alleen voor zichzelf kan beantwoorden: Ben ik bereid om gekoesterde en geloofsovertuigingen die ik al lang heb opzij te zetten als ik zie dat de Bijbel iets anders leert? Eerlijk gezegd is het antwoord op die vraag voor veel te veel mensen ‘nee’. Wanneer ze zien dat het woord van God hen duidelijk naar een andere conclusie leidt dan waar zij de voorkeur aan geven – de conclusie die ze koesteren en lang hebben geloofd – dan geven ze hun zoektocht naar de waarheid op en blijven ze bij hun vorige idee.

Jezus stelde de religieuze leiders en gelovige toehoorders van zijn tijd vaak voor zulke uitdagingen, door hen te laten zien dat de ‘traditionele’ inzichten waar zij zo hartstochtelijk in geloofden – en waarvan zij dachten dat deze Gods woord weerspiegelden – slechts tradities van mensen waren en niet van God. Helaas zetten zij, wanneer zij een verschil zagen tussen Gods woord en hun oude begrip, maar al te vaak Gods woord opzij om vast te houden aan die tradities (Markus 7:6 –13).

De uitdaging die wij moeten aangaan is te zijn zoals de oude Bereërs. Toen ze geconfronteerd werden met een nieuw inzicht dat afweek van hun eerdere overtuigingen, keken de Bereërs in Gods woord om te zien of het nieuwe inzicht waar was. Als we de Bereërs vergelijken met de mensen in Thessalonica, die hun eerdere inzichten niet wilden loslaten, dan zegt de Bijbel: “En dezen waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren” (Handelingen 17:11).

Vergis u niet, dit is niet gemakkelijk om te doen en de meesten zullen het niet doen. Ze houden vast aan wat ze geloofden voordat Gods woord hen confronteerde. In plaats van hun geloof te veranderen zodat het beter overeenkomt met Gods woord, zullen ze Gods woord in de vorm persen van wat ze al geloofden, hoe ze dat woord ook moeten buigen, verdraaien of misvormen om dat te kunnen doen. Maar Paulus waarschuwt ons om dat niet te doen en zegt: “Beproef [of: ‘toets’, ‘onderzoek’] alle dingen, behoud het goede” (1 Thessalonicenzen 5:21). We moeten wat we geloven toetsen aan Gods woord, vasthouden aan onze geloofsovertuigingen die overeenkomen met Gods woord en de moed te hebben om geloofsovertuigingen die niet overeenkomen met Gods woord opzij te schuiven.

Als we niet als de Bereërs kunnen zijn – als we niet de rationaliteit kunnen opbrengen om onze overtuigingen aan de waarheid van Gods woord te onderwerpen en dienovereenkomstig te veranderen – dan heeft het weinig zin om verder te gaan met deze studie over het denkbeeld van de Opname. Maar als we kunnen zijn zoals de Bereërs, dan is onze koers helder: laten we onze eerdere overtuigingen opzij zetten – pre-Verdrukking opname, post-Verdrukking opname, geen opname, of welke overtuiging we ook hebben – en laten we de Bijbel voor zichzelf laten spreken. Zodra we duidelijk het beeld zien dat in de Schrift wordt geschilderd, kunnen we terugkeren naar onze eigen overtuigingen en begrijpen wat we moeten vasthouden en wat we moeten verwerpen.

Dit is de manier waarop we verdergaan in dit boekje. Dus, als u klaar bent om te ontdekken wat de Bijbel werkelijk zegt over de gezegende hoop van ware Christenen, laten we dan beginnen.

Het getuigenis van 1 Thessalonicenzen 4

Laten we eerst een van de duidelijkste uitspraken in Gods woord lezen over wat er met trouwe Christenen zal gebeuren wanneer Christus terugkeert: 1 Thessalonicenzen 4:13 –18, dezelfde passage die we eerder zagen waarin de Latijnse Vulgaat het werkwoord rapiemur (van rapere) gebruikt – wat, zoals we hebben opgemerkt, de stam is van het Engelse woord ‘rapture’.

Het is een prachtige passage uit de Bijbel – ja, een inspirerende beschrijving van de gezegende hoop waarnaar alle ware volgelingen van Jezus Christus verlangen deze werkelijkheid te zien worden!

Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden.

Ongetwijfeld zal geen enkel moment in dit leven ooit te vergelijken zijn met die komende dag! Toen Paulus schreef over “… de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.” (Titus 2:13), dan heeft hij zeker dit moment in gedachten.

Deze woorden zijn uitermate duidelijk en zouden omarmd moeten worden door iedereen die claimt in de waarheid van de Bijbel te geloven. Als iemand de letterlijke gebeurtenissen ontkent die in deze passage worden beschreven – de terugkeer van Christus uit de hemel, het geroep van een aartsengel en de stoot van de bazuin van God, de doden in Christus die in de lucht opstijgen om Hem te ontmoeten, en de levenden die direct daarna op dezelfde manier worden getransformeerd om met hen op te staan – dan moet je zo iemand als misleid of misleidend van de hand wijzen. Paulus zegt dat deze gebeurtenissen net zo zeker zijn als Christus’ eigen opstanding uit het graf, en hij noemt dit onze bron van troost in tijden van verdriet en rouw. Geloof het dus!

En volgens ons plan moeten we ons door deze passage laten onderwijzen en er niet onze eigen ideeën op leggen. Ze vertelt over gelovigen, dood en levend, die opstaan om de Heer in de lucht te ontmoeten. Maar merk op dat er niet staat dat dit in het geheim gebeurt. De beschrijving van een geroep of schreeuw – samen met de stem van een aartsengel en bazuingeschal – lijkt eerder het tegenovergestelde te suggereren van iets dat stil en heimelijk gebeurt, althans aan de oppervlakte. We moeten naar andere Bijbelse passages kijken om dit detail te verhelderen.

Merk ook op dat deze passage in 1 Thessalonicenzen de timing van de gebeurtenis die het beschrijft niet specificeert – hoewel er essentiële aanwijzingen in staan die niet gemist mogen worden. We zien dat deze opstanding en verheerlijking op hetzelfde moment plaatsvinden als het bazuingeschal door engelen. Laten we dit in gedachten houden als we ons wenden tot een tweede, parallelle beschrijving van exact dezelfde gebeurtenis.

Het getuigenis van 1 Korinthe 15

Deze parallelle beschrijving staat in een brief die Paulus schreef aan een andere gemeente van gelovigen, namelijk die in Korinthe.

Net als de gelovigen in Thessalonica hadden de broeders in Korinthe vragen over de hoop van ware Christenen na dit leven. Terwijl Paulus hun hoop op een toekomstige opstanding baseert op Christus’ eerdere opstanding (vv. 12-22), net zoals hij deed voor de Thessalonicenzen (1 Thessalonicenzen 4:14), probeert hij de Korinthiërs een vluchtige blik te geven op de kracht en heerlijkheid die in het eeuwige leven wacht. Het is een passage van hoop en kracht - en het bevat elementen die je heel vertrouwd klinken als u 1 Thessalonicenzen 4 hebt gelezen. We raden zeker aan om 1 Korinthe 15 in zijn geheel te lezen, maar voor ons huidige doel kunnen we ons richten op de verzen 50-53:

Maar dit zeg Ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.

Alleen de moedwillig blinde ziet misschien de parallellen in deze twee verslagen van deze glorieuze gebeurtenis niet. Beide spreken over de opstanding van de Christenen die gestorven zijn. Beide spreken over de levenden die samen met hen worden getransformeerd, van vlees en bloed naar onvergankelijke en onsterfelijke geest (vv. 42-49). Beide spreken over het klinken van een grote bazuin. En terwijl het ene spreekt over de komst van Christus, spreekt het andere over het beërven van het Koninkrijk van God, wat andere passages verbinden met Zijn komst (bijv. Mattheüs 16:28). Zoals Johannes schrijft: “… Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is” (1 Johannes 3:2).

Deze twee passages in 1 Thessalonicenzen 4 en 1 Korinthe 15 zijn opmerkelijk consistent met elkaar. En ze komen overeen met andere passages, zoals Mattheüs 24:30-31, waarin sprake is van engelen die de rechtvaardigen verzamelen “… onder luid bazuingeschal….” Jezus Christus zei lang geleden al: “… de Schrift [kan] niet gebroken… worden,” (Johannes 10:35).

Nogmaals, alleen de moedwillig blinde zou concluderen dat deze passages in 1 Thessalonicenzen 4 en 1 Korinthe 15 over twee verschillende gebeurtenissen spreken.

Een zeer belangrijk detail

Naast alle punten waarop de twee passages met elkaar harmoniëren, voegt 1 Korinthe 15 een uiterst belangrijk detail toe dat ons in staat stelt om de vraag naar de timing van deze belangrijke gebeurtenis op te lossen. Kijk nog eens en concentreer u op 1 Korinthe 15:51-52: “Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.”

We zien dus dat de opstanding en transformatie van de rechtvaardigen en hun bijeenbrengen bij Jezus Christus niet zomaar bij elke bazuin zal plaatsvinden, maar “bij de laatste bazuin”. Dit onthult dat er een opeenvolging van bazuinen zal zijn en dat de opwekking, opstanding en het opstijgen in de lucht van gelovige Christenen moet plaatsvinden aan het einde van deze opeenvolging – bij de laatste van deze bazuinen.

Onthoud dat we de geprofeteerde gebeurtenissen aan het einde van de tijd proberen te begrijpen aan de hand van hun beschrijving in Gods woord. Dit door God geïnspireerde detail dwingt ons dus om ons af te vragen: Is er wellicht een passage in de Schrift die een serie bazuinen in de laatste dagen beschrijft? Als we in de profetieën een dergelijke opeenvolging van bazuinende engelen kunnen vinden, dan hebben we het exacte ogenblik gevonden waarop deze opstanding en transformatie van trouwe Christenen zal plaatsvinden.

Bestaat er dan zo’n passage? Ja, die is er. De Bijbel beschrijft wel degelijk een opeenvolging van bazuinen in de eindtijd, precies zoals de woorden van Paulus doen verwachten. We zullen onze aandacht nu op deze bazuinen richten.

Een opeenvolging van bazuinen

We hebben gezien dat de opwekking van de gelovige doden, samen met de transformatie van ware Christenen wanneer zij in de lucht opstijgen om Jezus Christus te ontmoeten, zal plaatsvinden bij de laatste bazuin  – wat betekent dat de eindtijd zal worden opgeschud door een opeenvolging van bazuinen. Laten we ontdekken hoe de Bijbel deze gebeurtenissen aan het einde van de tijd zelf beschrijft en het onderwerp onderzoeken zonder gehinderd te worden door onze eigen ideeën of verwachtingen.

Als we de opeenvolging van bazuinen van engelen aan het eind van de tijd kunnen traceren, dan vinden we het moment waarop trouwe Christenen de Heer in de wolken ontmoeten – de gezegende hoop. En we vinden die opeenvolging van einde van de tijd-bazuinen daadwerkelijk beschreven in het boek Openbaring.

Onthuld om begrepen te worden

Hoewel veel mensen het boek Openbaring afdoen als een ‘optioneel’ Bijbelboek dat gewoonweg te moeilijk is om te begrijpen, gaat een dergelijk sentiment in tegen de bedoelingen van Jezus Christus zelf. Let op wat Hij inspireerde om in de allereerste verzen geschreven te worden:

Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en die Hij door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven. Deze heeft van het Woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij. (Openbaring 1:1-3)

Merk op dat zij die de woorden van Openbaring lezen en in acht nemen Gods zegen zullen ervaren. Merk ook op dat Jezus Johannes zijn visioenen gaf “om Zijn dienstknechten te laten zien” welke gebeurtenissen vlak voor hen liggen.

Inderdaad doet het boek Openbaring, vanaf de brieven aan de zeven gemeenten in hoofdstuk 2 en 3 tot en met het allerlaatste hoofdstuk, precies wat Johannes zegt dat het doet. Openbaring geeft een profetische beschrijving van het historisch verloop vanaf Johannes’ eigen tijd in de eerste eeuw tot aan de tijd van het einde en de vestiging van het eeuwige Koninkrijk van God. U kunt hier veel gedetailleerder over lezen in ons gratis boekje Openbaring: Het mysterie onthuld! U kunt het online lezen of uw eigen gedrukte exemplaar aanvragen op WereldvanMorgen.nl.

In hoofdstuk 6 van Openbaring geeft Johannes details over de onthulling van zeven profetische zegels, die de sleutels vormen tot het begrip van de ontmoeting in de lucht van gelovige Christenen met hun Verlosser en Heiland. In een visioen heeft Johannes een boekrol gezien, verzegeld met zeven zegels, overhandigd aan het Lam – Jezus Christus, die als enige waardig is om ze te openen (Openbaring 5). Terwijl de Heiland de zegels één voor één opent, wordt een opeenvolging van eindtijdgebeurtenissen geopenbaard. De eerste vier zegels stellen de beroemde Vier Ruiters van Openbaring voor, die een wereldwijd vals christendom, wereldwijde oorlogvoering, verwoestende hongersnood en de gesel van ziekten symboliseren (Openbaring 6:1-8).

Deze ruiters vertegenwoordigen extremen in de eindtijd die precies dezelfde vier moeilijkheden die Jezus noemt in Mattheüs 24:4-7 – zelfs beschreven in precies dezelfde volgorde – tot een climax brengen. We lezen over deze destructieve, symbolische ruiters dat hun “… macht [werd] gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde” (Openbaring 6:8).

De Grote Verdrukking en Hemelse Tekenen

De profetische reeks gaat verder met het vijfde zegel, dat een martelaarschap van ware Christenen beschrijft (Openbaring 6:9-11). Jezus beschrijft dit elders als een tijd waarin “… er een grote verdrukking [zal] zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal” (Mattheüs 24:21). Dit zal een tijd zijn die zo gruwelijk is dat geen enkele tijd ervoor of erna ermee kan worden vergeleken. Het Oude Testament vermeldt deze tijd ook en noemt deze “… een tijd van benauwdheid voor Jakob…” (Jeremia 30:7) – een verwijzing niet alleen naar Israël, maar specifiek naar de moderne volken van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië (voor meer informatie over het identificeren van deze naties in de profetieën kunt u ons gratis boekje De Verenigde Staten en Groot-Brittannië in de profetieën lezen).

Denk eens na over de gevolgen van Jezus’ woorden. Denk aan de gruwel van de “killing fields” in Cambodja. De Rwandese genocide tegen het Tutsi-volk. Het bloedbad van Nanking. De Armeense genocide. De Oekraïense hongersnood. De Holocaust. Jezus vertelt ons dat de komende Grote Verdrukking een tijd zal zijn die zo verwoestend is dat geen van deze verschrikkingen ermee te vergelijken is – zo verwoestend dat, als God niet zou ingrijpen, “… er geen vlees behouden [zou] worden…” (Mattheüs 24:22). Er zou een totaal en volkomen einde komen aan het leven op aarde.

Maar God, Hij zij gedankt, zal ingrijpen. Het is zelfs zo dat de volgende zegels van Openbaring 7 dit ingrijpen symboliseren. Maar laten we er eerst zeker van zijn dat we de symboliek begrijpen die in het vijfde zegel wordt gebruikt. Tijdens deze komende tijd van verdrukking zullen vele ware Christenen worden vermoord en zij worden in Johannes’ visioen voorgesteld als zielen onder het altaar (Openbaring 6:9). Zullen de zielen van de doden letterlijk onder een altaar in de hemel leven? Nee, de symboliek hier is duidelijk voor degenen die bekend zijn met het brengen van offers op het altaar, zoals Christenen in de eerste eeuw. De basis van het offeraltaar in Gods tempel is de plek waar het bloed van het zondoffer werd vergoten (Leviticus 4:7, 18, e.a.). En in het visioen van Johannes schreeuwt het bloed van deze martelaren samen, uitgegoten met hun offer, om wraak (Openbaring 6:10), net zoals het bloed van de rechtvaardige Abel dat deed (Genesis 4:10).

We zullen dit later in meer detail onderzoeken, maar voor nu kunnen we opmerken dat verschillende passages uitleggen hoe, van begin tot eind, deze tijd van vervolging en lijden drieënhalf jaar zal duren – “een tijd, tijden en een halve tijd” of 42 maanden (bijvoorbeeld Daniël 7:25; Openbaring 13:5-7).

Op een bepaald moment tijdens deze jaren van lijden zal het zesde zegel worden geopend en zullen de Hemelse Tekenen plaatsvinden: een grote aardbeving, een verduistering van de zon, de maan die zo rood wordt als bloed, sterren (meteoren) die uit de hemel vallen, en elke berg en elk eiland op aarde dat van zijn plaats wordt gerukt (Openbaring 6:12-17).

Deze wonderbaarlijke en cataclysmische tekenen zullen aankondigen dat de Vader en Jezus Christus op het punt staan dramatisch en persoonlijk in te grijpen in het wereldgebeuren! De Hemelse Tekenen van het zesde zegel vertegenwoordigen een overgang van de toorn van de mens en de duivel die over de aarde wordt uitgestort naar een tijd die de Dag des Heren wordt genoemd – wanneer de Vader en het Lam hun toorn ontketenen.

Velen verwarren de Grote Verdrukking en de Dag des Heren, maar de Bijbel is duidelijk dat de Dag des Heren volgtop de Grote Verdrukking, gescheiden door de Hemelse Tekenen (Joël 2:30-31; Mattheüs 24:21, 29). De Dag des Heren vindt plaats in het laatste jaar van de geprofeteerde drieënhalf jaar (Jesaja 34:8; 63:4) en is een tijd waar de Vader en de Zoon lang naar hebben uitgezien. En het is geen wonder dat de komst ervan aan de hele mensheid zal worden aangekondigd door verbazingwekkende, wonderbaarlijke tekenen in de hemel en op de planeet aarde – terwijl de hele schepping door elkaar wordt geschud.

Het zevende zegel – een opeenvolging van bazuinen!

De Dag des Heren zal worden ingeluid door Christus’ opening van het zevende en laatste zegel van Openbaring.

We lezen: “En toen het Lam het zevende zegel geopend had, kwam er een stilte in de hemel van ongeveer een half uur. En ik zag de zeven engelen die vóór God stonden en aan hen werden zeven bazuinen gegeven” (Openbaring 8:1-2).

Let hier zorgvuldig op! Paulus vertelde ons dat de opstanding en verheerlijking van Christenen – de dag waarop zij hun Verlosser in de wolken zullen ontmoeten – zou plaatsvinden bij de laatste van een reeks bazuinen. Daarom hebben we gezocht naar een opeenvolging van bazuinen van engelen aan het eind van de tijd – en hier is zedan! God is waarachtig, maar ieder mens een leugenaar (Romeinen 3:4)!

Als we de opstanding en verheerlijking van Christenen en hun opstijgen om Jezus Christus in de lucht te ontmoeten, zoals beschreven in 1 Thessalonicenzen 4 en 1 Korinthe 15, willen traceren, dan weten we nu waar we die kunnen vinden. De geïnspireerde woorden van Paulus vertellen ons dat die zullen plaatsvinden bij de “laatste bazuin” van de reeks van zeven bazuinen die Johannes beschrijft en die zullen klinken tijdens de jaarlange Dag des Heren.

Voordat de zevende bazuin klinkt, zullen de eerste zes bazuinstoten verwoestend zijn. U kunt hierover lezen in Openbaring 8 en 9. In de loop van de jaarlange Dag des Heren zal een derde van de vegetatie op aarde worden verbrand, een derde van de zeeën zal bloed worden, een derde van de schepen en het zeeleven zal worden vernietigd, een derde van de wateren op aarde zal bitter worden en een derde van de zon, maan en sterren zal ophouden te schijnen. Vervolgens zal, als gevolg van de meest destructieve militaire operatie in de geschiedenis, een derde van de mensheid worden uitgewist.

De Dag des Heren wordt niet voor niets “… Groot… en zeer ontzagwekkend…” genoemd (Joël 2:11). De Bijbel zegt: “… Hoor, de dag van de HEERE! De held zal daar bitter schreeuwen! Een dag van verbolgenheid is die dag, een dag van benauwdheid en angst, een dag van verwoesting en vernietiging... een dag van donkere wolken, een dag van bazuingeschal en krijgsgeschreeuw…” (Zefanja 1:14-16).

Deze reeks rampen die een jaar duren vertegenwoordigt Gods toorn die wordt losgelaten op de onbekeerlijke mensheid. Toch zijn deze verschrikkingen slechts de eerste zes van de zeven bazuinen.

De laatste bazuin klinkt

Dan lezen we over de zevende en laatste bazuin: “En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van deze wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid” (Openbaring 11:15).

Hier zien we hoe het Koninkrijk van God aan de wereld wordt uitgeroepen. Elke andere autoriteit op aarde – de satanische Antichrist en het Beest van Openbaring in het bijzonder – zal incompetent worden verklaard bij de overdracht van de teugels van de wereld aan het Lam van God, de Verlosser en Behouder van de mensheid.

Openbaring is onmiskenbaar duidelijk over het feit dat het Koninkrijk van God aan de wereld zal worden aangekondigd bij de laatste van de zeven engelenbazuinen. En Paulus zegt dat de laatste bazuinstoot het moment is waarop Christenen zullen opstaan en getransformeerd zullen worden om hun Heiland in de lucht te ontmoeten. Het onbetwistbare getuigenis van Gods woord is dat deze gebeurtenissen één en dezelfde zijn. Tenzij we bereid zijn het getuigenis van de Bijbel, dat deze gebeurtenissen beide zullen plaatsvinden bij de laatste bazuin, te ontkennen, kunnen we niet zeggen dat het moment van de opstanding en de ontmoeting met Christus in de lucht niet hetzelfde is als het moment – aan het einde van de Dag des Heren – waarop het Koninkrijk zal worden afgekondigd.

Het is geen wonder dat Paulus over onze erfenis van het Koninkrijk van God schreef toen hij de opstanding beschreef (1 Korinthe 15:50). Het is in deze tijd van de laatste bazuin, wanneer het Koninkrijk zal worden ingehuldigd en de opgestane Christelijke gelovigen het zullen erven, klaar om hun heerschappij met Jezus Christus te beginnen!

Als dit eenmaal gebeurt, blijft er weinig anders over in het profetische scenario van de eindtijd dan de laatste zeven plagen waarmee “de toorn van God tot een einde gekomen [zal] zijn” (Openbaring 15:1), eindigend met Jezus Christus en Zijn verheerlijkte Bruid, Zijn Kerk, die op witte paarden uit de lucht komen rijden en de legers vernietigen die het waagden samen te komen in weerwil van de Koning der koningen en Heere der heren (Openbaring 19). Bij het lezen van deze laatste zeven plagen – alle wateren op aarde in bloed veranderd, de dood van al het leven in zee, de verzengende hitte van het vlees en de voortdurende tot tongbijten leidende vreselijke pijn (Openbaring 16) – wordt het absoluut duidelijk dat de aarde en haar bewoners deze plagen slechts een paar dagen zullen kunnen verdragen, niet de maanden of jaren die nodig zijn voor een scenario van een pre-Verdrukking Opname. Als deze plagen langer dan een paar dagen zouden duren, zou de hele mensheid worden uitgeroeid.

Wat we in de Bijbel hebben gezien

Voordat we verder gaan, moeten we even stilstaan en samenvatten wat we tot nu toe hebben gezien in de Bijbel. En we dienen onszelf eraan te herinneren dat dit het getuigenis is van de woorden van de Bijbel, niet de woorden van predikers of theologen. Dit zijn feiten uit Gods woord. Ze geven ons misschien nog niet het hele plaatje, maar wat het hele plaatje ook is, het moet overeenkomen met deze geïnspireerde feiten.

Christenen – de doden en de levenden bij de komst van Christus – zullen opstijgen in de lucht om Hem te ontmoeten bij de allerlaatste van een reeks engelenbazuinen. De opeenvolging van bazuinen in de aanloop naar de terugkeer van Christus wordt beschreven in het boek Openbaring en in Jezus’ beschrijving van gebeurtenissen die plaats moeten vinden in de eindtijd voordat Hij terugkomt. En, zoals we samen hebben gezien, openbaart Gods woord deze volgorde:

  •  De Vier Ruiters van Openbaring zullen rijden en opeenvolgend een wereldwijd vals christendom, verwoestende oorlogen en overweldigende hongersnood en ziekten brengen.
  •  Christenen zullen geconfronteerd worden met ernstig martelaarschap tijdens de Grote Verdrukking, een tijd van ongekend lijden.
  •  Tegen het einde van de tweeënhalf jaar van de Grote Verdrukking zullen dramatische en wonderbaarlijke tekenen in de hemel en op aarde de komst van de een jaar durende Dag des Heren aankondigen.
  •  Zeven engelen zullen in de loop van dat jaar op zeven bazuinen blazen, die verschillende straffen aankondigen wegens de onbekeerlijkheid van de mensheid en andere ontwikkelingen in de eindtijd.
  •  De zevende – en laatste – bazuin zal de inauguratie van het Koninkrijk van God en de heerschappij van Jezus Christus aankondigen als Hij in de wolken verschijnt en Zijn volgelingen, dood en levend, worden opgewekt en verheerlijkt en Hem in de lucht ontmoeten.
  •  Gods toorn zal worden voltooid in afsluitende laatste plagen die te verwoestend zijn om langer dan een relatief klein aantal dagen te duren.
  •  Dan zullen Jezus Christus en zijn verheerlijkte, herrezen gelovigen op witte paarden uit de hemel komen rijden om de verzamelde legers van de Valse Profeet en het Beest te verslaan – om de heerschappij over de wereld over te nemen en het langverwachte Millennium te beginnen.

Deze volgorde van gebeurtenissen – duidelijk geopenbaard in het boek Openbaring – komt niet alleen overeen met Paulus’ beschrijving van Christenen die opstaan om hun Verlosser in de opstanding te ontmoeten, maar ook met Jezus’ eigen beschrijvingen elders. Kijk bijvoorbeeld in Mattheüs 24 naar de beroemde Olijfbergprofetie van Jezus. Daar beschrijft Jezus, dezelfde goddelijke Zoon van God die Johannes’ visioen in het boek Openbaring inspireerde, exact dezelfde volgorde van gebeurtenissen:

En meteen na de verdrukking van die dagen [de Grote Verdrukking (v. 21)] zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan. (Mattheüs 24:29-31)

De volgorde van Jezus komt exact overeen met de details van Openbaring en Paulus: verdrukking, dan hemelse tekenen, vervolgens de verschijning van de Zoon des mensen in macht bij het geluid van een bazuin als Hij Zijn volk in de lucht verzamelt.

Als we deze volgorde van gebeurtenissen verwerpen, verwerpen we het duidelijke getuigenis van Gods woord.

Eerlijke conclusies en...

Nu we naar het Bijbelse beeld van de eindtijd hebben gekeken en de opeenvolging van gebeurtenissen hebben onderzocht zoals Gods woord die beschrijft, moeten we bepaalde conclusies trekken – ook al zien we dat er nog belangrijke vragen overblijven.

Ten eerste komt er een tijd dat de rechtvaardige doden en de rechtvaardige levenden verheerlijkt zullen worden en hun Heiland in de wolken zullen ontmoeten. Meerdere passages in de Bijbel getuigen van deze glorieuze waarheid, die ons volledige en volstrekte geloof verdient. We mogen ons door niemand deze conclusie laten afpakken. Paulus zag die opstanding als “de zalige hoop” (Titus 2:13) en putte troost uit de wetenschap dat “… voor mij [is] weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Timotheüs 4:8).

Ten tweede zal deze gebeurtenis – het opstijgen ten hemel en de verheerlijking van trouwe Christenen – precies het tegenovergestelde zijn van geheim. Het zal dramatisch en openbaar zijn. Het zal komen na de meest traumatische tijd die de wereld ooit heeft gezien – het ergste wat een woedende Satan aan en door mensheid kan toedienen, gevolgd door een jaar van Gods dramatische interventie in wereldzaken, met als hoogtepunt het teken van de Mensenzoon in de hemel, dat de onberouwvolle mensen van de wereld zal aanzetten tot treuren en schreeuwen van woede en wanhoop.

Paulus situeert de ontmoeting met Christus in de lucht bij de laatste bazuin van de zeven. Johannes maakt in Openbaring duidelijk dat dit geen geheime, verborgen gebeurtenis zal zijn.

Tot slot is het duidelijk dat gelovigen geen jaren in de hemel zullen doorbrengen voordat Christus terugkeert om het Koninkrijk van God op aarde te vestigen. De tijd tussen het opgenomen worden in de wolken om de Heer te ontmoeten bij de laatste bazuin en dan met Hem terugkeren als Zijn verheerlijkte Bruid om Zijn vijanden te verslaan kan hooguit enkele dagen zijn – geen maanden of jaren. Want wanneer deze laatste plagen nog langer zouden duren, zouden er geen mensen meer in leven zijn voor Christus om over te regeren.

Dus, delen van de geheime opnametheorie – zoals het ontmoeten van de Heer in de lucht en het met Hem terugkeren om Gods vonnis uit te voeren – zijn waar en in overeenstemming met de Bijbel, maar andere details komen duidelijk niet overeen met wat de Bijbel ons vertelt. Christenen zullen niet worden opgenomen in de lucht om Christus te ontmoeten vóór de Grote Verdrukking; ze zullen Hem in de lucht ontmoeten na de Grote Verdrukking en aan het einde van de Dag des Heren, vlak voor het begin van het Millennium.

… Onbeantwoorde vragen

Betekent dit dat het geloof in een post-Verdrukking opname juist is? Zullen alle Christenen die nog leven als de Grote Verdrukking begint met de toorn van de Antichrist en de vervolgende krachten van het Beest uit Openbaring geconfronteerd worden? Het is zeker zo, zoals we gezien hebben, dat veel profetieën – in Openbaring en elders – spreken over martelaren in deze tijd. Maar zullen er geen volgelingen van Jezus Christus beschermd worden in deze vreselijke periode?

Moedigt Jezus Christus Zijn volgelingen tenslotte niet aan om te bidden dat zij de verschrikkingen van deze eindtijd niet zullen meemaken?

Ja, dat doet Hij. En Hij doet dat in dezelfde Profetie op de Olijfberg die eerder werd genoemd:

Wees op uw hoede dat uw hart niet op enig moment bezwaard wordt door roes en dronkenschap en door zorgen over de alledaagse dingen, en dat die dag u niet onverwachts overkomt. Want als een strik zal hij komen over allen die op het hele aardoppervlak wonen. Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan [beter: ‘staan’] voor de Zoon des mensen. (Lukas 21:34-36)

We hebben gezien dat de gelovigen zullen worden opgenomen in de hemel na de gebeurtenissen van de Grote Verdrukking, maar dat toch ook veel volgelingen van Christus zullen worden gemarteld voordat Hij voor Zijn volk komt. Dus wat en waar is de beloofde bescherming? En waarom zegt Jezus ook dat we moeten bidden dat we waardig bevonden worden om juist aan deze gebeurtenissen te ontsnappen?

Deze punten kunnen met elkaar in overeenstemming worden gebracht, maar hoe? Laten we doorgaan met onze zoektocht om ‘alle dingen te onderzoeken’ met behulp van de Bijbel, onbevangen zonder vooropgezette ideeën, om het scenario van de eindtijd te begrijpen, en laten we samen de bemoediging – en de waarschuwing – ontdekken die Gods woord voor ons heeft.

Bescherming… voor sommigen

Tot nu toe hebben we gezien dat Christenen die aan het eind van de tijd ‘worden opgenomen’ om Jezus Christus in de lucht te ontmoeten werkelijk een onmiskenbaar Bijbels feit is. Maar we hebben ook heel duidelijk gezien dat dit pas zal gebeuren als de laatste van zeven bazuinen uit de eindtijd zal klinken, jaren na het begin van de Grote Verdrukking en het wijdverspreide martelaarschap van trouwe Christenen.

Aan de oppervlakte lijkt dit misschien in het voordeel te zijn van de post-Verdrukking visie die geen bescherming van Christenen toestaat tijdens die verschrikkelijke jaren. Maar het is niet het hele verhaal, want we hebben ook gezien dat Jezus Christus tegen Zijn volgelingen zegt: “Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan [beter: ‘staan’] voor de Zoon des mensen” (Lukas 21:36).

Dus, aangezien gelovigen Christus na de Verdrukking in de lucht zullen ontmoeten, hoe kan er dan enige bescherming zijn tijdens de Verdrukking? En, aangezien Christus zegt dat ontsnappen mogelijk is, waarom zullen sommigen dan nog vervolgd en gemarteld worden tijdens de Verdrukking?

We moeten het beeld dat de Bijbel zelf schetst blijven onderzoeken. Daarbij zullen we ontdekken dat God veel details aan Zichzelf voorbehoudt, wat zeker Zijn goddelijke voorrecht is (Deuteronomium 29:29). Maar we zullen ook zien dat Hij een aantal fundamentele delen van Zijn plan heel duidelijk maakt.

Beloften van bescherming–met voorwaarden

Ten eerste moeten we opmerken dat op Jezus’ uitspraak aangaande bescherming tijdens de problemen vóór ons in de eindtijd door Gods toorn door de hele Bijbel heen wordt gezinspeeld. We worden bijvoorbeeld aangespoord om “… de HEERE [te zoeken], alle zachtmoedigen van het land [of: ‘de aarde’], die Zijn recht uitvoeren. Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid, misschien zult u dan verborgen worden op de dag van de toorn van de HEERE” (Zefanja 2:3). En we lezen:

Ga, Mijn volk, treedt uw kamers binnen, sluit uw deuren achter u. Verberg u voor een klein ogenblik, totdat de gramschap over is. Want zie, de HEERE gaat uit Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te vergelden. De aarde zal het bloed dat erop vergoten is, aan het licht brengen. Zij zal haar gedoden niet langer bedekt houden (Jesaja 26:20-21).

Net zoals de Eeuwige de rechtvaardige familie van Noach in de ark beschermde toen Hij de goddelozen op aarde met een zondvloed bezocht, en net zoals Hij de families van Israël beschermde tijdens de laatste plagen die over de Egyptenaren werden gebracht, zal God vele Christenen beschermen tijdens de komende toorn.

Maar merk op dat elk aanbod van bescherming van God voorwaardelijk is – elk voorbeeld noemt acties die degenen die bescherming willen, moeten ondernemen. “… treedt uw kamers binnen, sluit uw deuren achter u…” zegt de profeet (Jesaja 26:20). “Zoek de HEERE…” vermaant Zefanja, ”… Zoek gerechtigheid, zoek zachtmoedigheid…” (2:3).

Per slot van rekening moest zelfs het gezin van Noach de ark opgaan, om nog maar te zwijgen over het feit dat Noach de ark moest bouwen, en de Israëlieten werden alleen voor de laatste plaag in Egypte gespaard als ze Gods instructies met betrekking tot het Paschalam opvolgden (Exodus 12:6-7, 12).

Constateer eveneens dat Jezus’ woorden aan Zijn volgelingen verklaren dat het ontlopen van de verschrikkelijke dagen die komen gaan mogelijk is – maar wel onder bepaalde voorwaarden. Hij zegt dat zij die bescherming verlangen waardig geacht moeten worden (Lukas 21:36). Dit zegt ons dat sommige volgelingen in die tijd beschermwaardig kunnen zijn, maar anderen niet.

We moeten dus begrijpen wat het betekent om waardig geacht te worden in de eindtijd en meer details over die bescherming begrijpen. Van alle passages die wijzen op deze komende tijd van bescherming en toevlucht, springen er twee uit als bijzonder nuttig voor ons doel – beide in het boek Openbaring. De eerste staat aan het einde van de beroemde zeven brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3.

Laatste dagen en lakse houdingen

Velen begrijpen deze zeven cruciale brieven verkeerd. Hoewel het inderdaad zeven brieven zijn, geschreven aan zeven Christelijke gemeenten in de eerste eeuw, gelegen langs een postroute, zijn ze zoveel meer dan dat.

Vergeet niet dat het eerste vers van Openbaring ons vertelt dat Jezus Christus aan zijn dienaren dingen openbaarde die spoedig plaats moesten vinden. En dat is precies wat het boek Openbaring doet: het onthult aan Johannes, in visioenen, dingen die zouden beginnen te gebeuren in zijn eigen tijd en zouden doorgaan tot de terugkeer van Christus, ongeveer tweeduizend jaar in de toekomst van Johannes. De zeven brieven in Openbaring 2 en 3 zijn verbonden met wat die gemeenten meemaakten, maar ze bevatten tevens elementen die in de eerste eeuw nooit in vervulling zijn gegaan. Dat komt omdat deze zeven brieven ook profetisch van aard waren en zeven opeenvolgende tijdperken van de kleine en zwaar beproefde Kerk die Jezus stichtte onthulden, vanaf haar begin in de eerste eeuw tot aan de jaren die onmiddellijk voorafgaan aan de dramatische terugkeer van Jezus Christus.

Een dergelijk begrip verlicht de 2.000 –jarige geschiedenis van de Kerk van God – en de profetische brieven volgen inderdaad perfect de tijdperken van de ware kudde van Christus door de eeuwen heen. Als u meer details wilt, vraag dan ons gratis boekje Gods Kerk door de eeuwen heen aan, online aan te vragen of te lezen op WereldvanMorgen.nl.

Als u daar kennis van heeft genomen, wordt de situatie van Gods Kerk in de eindtijd duidelijk in Openbaring 3. Tijdens het tweede tot laatste tijdperk van de Kerk zou een levendig, ijverig lichaam van Christenen dominant zijn, gesymboliseerd door de gemeente te Filadelfia (Openbaring 3:7). Die Kerk, klein maar dapper, zou het Evangelie van het Koninkrijk van God verkondigen, door de deuren gaan die Christus voor haar openhield en vasthouden aan de kostbare waarheden die God aan haar had geopenbaard (v. 8).

In het volgende tijdperk van de Kerk echter – het laatste tijdperk in de aanloop naar de wederkomst van Jezus Christus – zou het aantal van hen die de ijverige Filadelfische geest bezaten kleiner worden in invloed en minder prominent aanwezig zijn in het Lichaam van Christus. De grootste groep gelovigen aan het einde der dagen wordt niet verbeeld door de ijverige gemeente in Filadelfia, maar door de gemeente in Laodicea (v. 14). In plaats van hartstochtelijk het Werk na te jagen om de boodschap van Christus aan de wereld te verkondigen en te weigeren het geloof in opspraak te brengen, beschrijft de Bijbel de Laodicese Christenen als lauw – niet koud met betrekking tot Gods waarheden en de opdracht van Christus, maar ook niet hartstochtelijk.

Sommigen beschermd, anderen vervolgd

Jezus vermaant de Christenen met een Laodicese houding in de laatste dagen: “… Ik [zal] u uit Mijn mond spuwen” (v. 16). Hij verwijt hen ernstig dat ze, heel dwaas, vertrouwen hebben in hun geestelijke conditie, terwijl ze in werkelijkheid “… ellendig, beklagenswaardig, arm, blind en naakt…” zijn (vers 17). Daarom legt Hij uit (vers 18) dat ze door het vuur moeten worden gezuiverd – in de Bijbel symbool van beproeving en vervolging – zodat ze geestelijke rijkdom mogen verkrijgen en bekleed mogen worden met rechtvaardige daden en handelwijzen (“witte kleren”, vgl. ook Openbaring 19:8).

Na hun lijden zullen de Laodiceërs in staat zijn zichzelf op de juiste wijze te zien, alsof hun ogen met zalf zijn gezalfd (v. 18), en zij zullen berouw hebben over hun lauwe houding. Hoe hard de vervolging in de Verdrukking ook mag klinken, God verzekert ons dat Hij gemotiveerd is door Zijn liefde voor hen en op zoek is om hun te helpen de ijver te ontdekken waar het hun aan heeft ontbroken (v. 19). We lezen elders: “U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde. En u bent de vermaning vergeten waarmee u als kinderen wordt aangesproken: Mijn zoon, acht de bestraffing van de Heere niet gering en bezwijk niet, als u door Hem terechtgewezen wordt. Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt” (Hebreeën 12:4-6; vgl. Spreuken 3:11-12).

Hoewel de Bijbel laat zien dat de Laodicese houding in de laatste dagen zal overheersen, wordt ook geprofeteerd dat er in die tijd een kleinere kudde van Filadelfiërs zal bestaan – en dat zij beschermd zullen zijn tegen de vurige, wereldwijde beproeving die de Laodiceërs moeten doorstaan: “Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken. Zie, Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen” (Openbaring 3:10-11).

Deze profetie werd niet vervuld in de eerste eeuw. Het “… uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken” is de spoedig komende, wereldwijde beproeving van de Grote Verdrukking, gedurende welke degenen met Filadelfische ijver – degenen die, in de woorden van Christus in Lukas 21 waardig geacht zullen worden om al die dingen te ontvluchten – bescherming zullen krijgen tegen dit uur van grote test.

Het begrip van deze twee sterk verschillende houdingen onder Gods volk in de eindtijd helpt ons om een andere passage in het boek Openbaring te begrijpen – en om de belangrijke vraag te beantwoorden waar deze plaats van bescherming zal zijn. We lezen over de Kerk in de eindtijd, gesymboliseerd door een vrouw, die vervolgd wordt door de duivel, die gesymboliseerd wordt door een draakachtige slang. En, net zoals we beloofd zagen aan de Filadelfische Christenen, zien we dat deze vrouw, de Kerk, bescherming krijgt tegen het uur van beproeving en vervolging:

En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke Kind gebaard had [Jezus Christus, “… de Eerstgeborene… onder vele broeders” (Romeinen 8:29)]. En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd [drieënhalf jaar], buiten het gezicht van de slang. En de slang spuwde uit zijn bek water als een rivier, de vrouw achterna, om haar door de rivier te laten meesleuren. Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd (Openbaring 12:13-16).

De Bijbel gebruikt zulke wateren om enorme aantallen mensen en legers te symboliseren (bijv. Openbaring 17:15; Jesaja 8:7; Jesaja 59:19), en Jezus maakt duidelijk dat de aanvallen van deze legers op bovennatuurlijke wijze verijdeld zullen worden als God Zijn volk laat ontsnappen “… naar de woestijn… naar haar plaats….”

Maar daar eindigt de passage niet. Openbaring 12 vertelt hetzelfde verhaal als de profetieën van Filadelfia en Laodicea die onthullen dat één ijverige groep Christenen beschermd zal worden tegen de Grote Verdrukking terwijl de grotere, lauwe groep Christenen deze moet doorstaan. Wanneer de vrouw ontkomt aan de achtervolgende legers, zegt vers 17 ons dat “… de draak [Satan]… boos werd…” en zich dan omdraait “… om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.”

Openbaring 12 komt perfect overeen met Openbaring 3: Een deel van de Kerk zal beschermd worden tegen het “uur van de verzoeking [of: ‘beproeving’]”, terwijl een ander deel van de Kerk het moet doorstaan. Sommigen beweren dat de vrouw van Openbaring 12 het fysieke Israël is, maar dit is onschriftuurlijk. Fysiek Israël heeft niet “het getuigenis van Jezus Christus”. Jezus Christus is “de Eerstgeborene van vele broeders” – dat wil zeggen: Christenen (Romeinen 8:29). En alle Christenen moeten de geboden houden (1 Korinthe 7:19).

Ja, er zullen leden zijn van Gods ware Kerk – die het getuigenis van Jezus bezitten en de geboden onderhouden, hoe lauw ook – die de kracht van de toorn van de duivel tegen zich zullen ervaren en geconfronteerd worden met de vervolging van de Antichrist en het Beest uit Openbaring (Openbaring 13:7). De Grote Verdrukking zal hun gelegenheid zijn om van God “goud… [te kopen], gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt; en witte kleren, opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt…” (Openbaring 3:18).

Waar zullen Christenen beschermd worden?

Dus, hoewel het idee van de Opname de details verkeerd weergeeft, zullen er Christenen zijn die God beschermt tegen de komende Verdrukking – zij die ijverig, gehoorzaam en gepassioneerd het Werk van God doen.

Maar waar zullen zij beschermd worden? En hoe? De opnametheorie beweert dat deze bescherming in de hemel zal plaatsvinden, maar we hebben het duidelijke getuigenis van de Bijbel al gezien dat trouwe Christenen pas ver na het begin van de Verdrukking zullen opstijgen om Christus te ontmoeten.

Het antwoord staat in Openbaring 12 voor degenen die Gods woord zorgvuldig willen lezen.

Let nogmaals op de geïnspireerde beschrijving van waar de vrouw beschermd zal worden: “En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang” (vers 14).

Sommigen zouden kunnen denken dat de “vleugels van een grote arend” duiden op een soort vlucht door de lucht, maar dit kan niet als vanzelfsprekend worden aangenomen. God zegt dat de Israëlieten in de oudheid ook “op arendsvleugels” vertrokken (Exodus 19:4), maar zij hebben zeker gelopen vanuit het land Egypte ten tijde van de Exodus.

In feite zit hem het cruciale detail in de locatie van de bescherming van de vrouw: “de woestijn”.

U kunt de hele Bijbel doorzoeken, van Genesis tot Openbaring, en u zult de term ‘woestijn’ nooit gebruikt zien worden om de hemel te beschrijven. Als u dit voor uzelf wilt bevestigen, neem dan nu de tijd om te kijken. God noemt de hemel nooit een woestijn.

Integendeel, het geïnspireerde Griekse woord dat hier met “woestijn” wordt vertaald – erèmos – betekent een woestenij, een verlaten, eenzame en vaak onbewoonde plaats. Het wordt gebruikt voor de verlaten plaatsen waar de duivel Jezus verleidde na 40 dagen vasten (Mattheüs 4:1) en de woestijn waarin de eerste generatie Israëlieten stierf terwijl ze 40 jaar lang rondzwierven (Hebreeën 3:17). En wanneer Jezus klaagt over Jeruzalem vanwege zijn zonden en zegt: “Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten” (Mattheüs 23:38), is het woord dat Hij hier gebruikt hetzelfde: erèmos.

Dit woord wordt simpelweg nooit gebruikt om het glorieuze rijk van de hemel aan te duiden, waar God en de engelen in pracht en praal wonen. De hemel wordt eerder vergeleken met een paradijs (2 Korinthe 12:4) – juist het tegenovergestelde van de woeste en dorre wildernis. En als we bedenken dat de menselijke legers die achter de vluchtende gelovigen aanzitten door de aarde zullen worden verzwolgen (Openbaring 12:16), is een plaats van bescherming op aarde dan niet veel logischer?

Trouwe en ijverige Christenen in de eindtijd zullen niet beschermd worden in de hemel. Maar ze zullen wel beschermd worden. En de locatie van die plaats van veiligheid zal een verlaten wildernis hier op aarde zijn.

Een Plaats van Veiligheid

We hebben gezien dat, hoewel de Opnametheorie correct is in de erkenning dat God bescherming zal bieden tegen de Grote Verdrukking, deze theorie ernaast zit wat betreft degenen die bescherming zullen ontvangen – degenen die “waardig geacht” worden – en wat betreft de locatie van die bescherming.

Dus vragen we ons natuurlijk af: Waar zal die woestijn of wildernis zijn? Onthoud dat we naar de Bijbel kijken voor de waarheid, niet naar menselijke speculaties. Het is helder dat God dat detail voorlopig voor Zichzelf heeft gereserveerd – hoewel er natuurlijk speculaties in overvloed zijn. Sommigen beschouwen de oude stad Petra, in het zuidwesten van Jordanië, als een waarschijnlijke locatie voor die toekomstige bescherming, hoewel geen van de passages die gebruikt worden om deze locatie vast te pinnen volstaat – en misschien is daar een goede reden voor! Bedenk eens hoe velen vandaag de dag in de verleiding zouden komen om in de buurt van zo’n locatie te gaan wonen, op zoek naar een plek die slechts een paar stappen verwijderd is van de plaats waar zij bescherming verwachten. Maar in feite maakt Gods woord duidelijk dat nabijheid geen rol zal spelen wanneer God beslist wie beschermd zal worden en wie door de Grote Verdrukking moet gaan.

In plaats daarvan maakt de Zoon van God aan ieder van ons duidelijk waar we ons op dienen te richten: waardig geacht worden.

Wanneer het ogenblik daar is, zal God in staat zijn de ijverige en trouwe leden van Zijn Kerk te waarschuwen om naar een veilige plaats te vluchten – en Hij zal hen kunnen vertellen waar die is en hoe ze daar moeten komen. De echte vraag is of wij tot de ijverige en trouwe leden zullen behoren die beschermd worden. Dat is de zorg die onze aandacht zou moeten opeisen.

Zorg dat u waardig wordt bevonden

Inmiddels zal het nu wel duidelijk zijn dat de kwestie van de Opname niet zomaar een academisch of theoretisch probleem is – iets waar theologen over debatteren of gelovigen over redetwisten. Uiteindelijk komt het allemaal neer op een onvermijdelijk feit en een keuze die we onder ogen moeten zien nu de terugkeer van Jezus Christus nadert.

We hebben gezien – overeenkomstig de volgorde van gebeurtenissen die duidelijk in de Bijbel wordt geopenbaard – dat wanneer de Grote Verdrukking aanbreekt, Christenen nog steeds op aarde zullen zijn en niet in de hemel. Wanneer die jaren van vervolging en lijden beginnen, zal het oprijzen in de lucht om Christus te ontmoeten nog drieënhalf jaar op zich laten wachten, bij de zevende bazuin, en zelfs de eerste bazuin zal nog tweeënhalf jaar verder zijn, om aan het begin van de Dag des Heeren van één jaar geblazen te worden.

En we hebben gezien dat God van sommige Christenen zal vergen dat ze door die tijd van vervolging en lijden gaan, die hen zal zuiveren en perfectioneren voor hun rol in Zijn toekomstige Koninkrijk. Maar andere Christenen zullen door hun Heiland ‘waardig gekeurd’ zijn en van Hem een manier hebben gekregen om naar een veilige plaats te ontsnappen. De cruciale vraag is dus deze: Hoe kunnen we waardig gekeurd worden?

We hebben al naar die vraag gekeken en er een breed antwoord op gegeven: Wees ijverig, sluit geen compromissen, steun het werk van Christus in de prediking van het Evangelie.

Maar dit is een veel te belangrijke vraag om het bij algemeenheden te laten. En de Bijbel geeft ons de details die we moeten weten als we oprecht verlangen om waardig geacht te worden.

Witte gewaden van gerechtigheid

Jezus beschrijft hen met een trouwe Philadelphische geest als degenen die “… Mijn woord in acht genomen en Mijn naam niet verloochend” hebben (Openbaring 3:8). Maar wat betekent dit?

In Mattheüs 24:5 beschrijft Jezus dat er bedriegers “onder Mijn naam” komen, dus simpelweg Christus’ naam dragen en zichzelf ‘Christen’ noemen is niet genoeg. En Zijn woord in acht nemen is veel meer dan het simpelweg in zijn geheugen opslaan. Laten we eens kijken naar het onderscheid dat de Verlosser zelf maakt:

Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die wetteloosheid werkt! (Mattheüs 7:21-23)

Merk op dat Jezus hier spreekt over mensen die niet alleen Zijn naam claimen, maar zelfs krachten en wonderen doen in Zijn naam. Toch wijst Hij deze mensen af en zegt dat Hij hen “nooit gekend” heeft. Waarom? Hij noemt hen “u die wetteloosheid werkt” – of, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling [NBV] “ het weergeeft: “wetsverkrachters!”.

Christus stuurt ze niet weg vanwege snelheidsovertredingen of onbetaalde bibliotheekboetes – ze claimen Zijn naam maar negeren de geboden van God en zijn er ongehoorzaam aan.

Vele andere passages maken hetzelfde punt, zoals de uitspraak van Johannes: “Wie zegt: Ik ken Hem [d.w.z. Jezus Christus] en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet” (1 Johannes 2:4). En ook Paulus zegt dat zij, die beweren God te kennen met hun woorden, Hem nog steeds kunnen verloochenen in hun werken – de dingen die ze feitelijk doen (Titus 1:16).

We kunnen niet routinematig en moedwillig ongehoorzaam zijn aan Gods geboden en geloven dat we naar een veilige plaats zullen worden gebracht om beschermd te worden tegen de komende Grote Verdrukking.

In Openbaring 19 worden zij die met Jezus Christus in heerlijkheid zullen terugkeren naar de aarde beschreven als “… gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos” (v. 14). Dit is de kleding van de Bruid, die “… zich gereedgemaakt [heeft]” (vers 7). Maar wat stellen deze schone, witte kledingstukken voor? De tekst zegt duidelijk: “… dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen” (v. 8).

En wat is Bijbelse gerechtigheid? Hoewel dit een rijk onderwerp is – te rijk om in deze korte discussie samen te vatten – wordt één wezenlijk element duidelijk gemaakt in de proclamatie van koning David aan God: “… al uw geboden zijn gerechtigheid” (Psalm 119:172, NBG ‘51).

De ideeën dat genade en wet fundamenteel niets met elkaar te maken hebben en dat wij geen rol spelen in het reageren op de verlossing en het behoud die God ons aanbiedt zijn leugens die verkondigd worden door een vals ‘christendom’. Als je geïnteresseerd bent om meer te begrijpen, vraag dan ons gratis boekje Wet of genade aan: waar gaat het om? De waarheid is namelijk veel mooier dan degenen aan beide zijden van de vraag zich ooit zullen realiseren.

De wereld rondom de Christenen van vandaag dringt er steeds meer bij hen op aan om aangaande hun geloof compromissen te sluiten met een vervalste en verdorven vorm van christendom die lippendienst bewijst aan de geboden van God, maar deze in feite afzwakt of ondermijnt. En die compromissen hebben een prijs. Alleen zij die volharden in hun gehoorzaamheid aan de Tien Geboden en de wetten van God zullen worden behoed “… voor het uur van de verzoeking [of: ‘beproeving’], die over heel de wereld komen zal…” (Openbaring 3:10).

Het Evangelie verkondigen

Een ander kenmerk van hen die beschermd zullen worden wordt geïllustreerd door de beschrijving van de Filadelfische Christenen in Openbaring 3 – zij zijn toegewijd aan de opdracht van Jezus Christus om het Evangelie van Zijn Koninkrijk aan de wereld te verkondigen.

Jezus beschrijft deze meest getrouwe Christenen als mensen die een “open deur” krijgen (vers 8). In het Nieuwe Testament symboliseren zulke deuren – geopend door God zelf – mogelijkheden voor Zijn Kerk om de boodschap van Christus aan de onbekeerde wereld te verkondigen (bijv. 1 Korinthe 16:9; 2 Korinthe 2:12; Kolossenzen 4:3). Jezus gebiedt dat Zijn Kerk het Evangelie van het Koninkrijk van God aan de wereld verkondigt (Mattheüs 28:18-20; Markus 16:15-16; Lukas 24:46-47; Johannes 20:21). En degenen met een Filadelfische geest nemen dit gebod net zo serieus als de rest van Gods geboden.

Toen de discipelen van Christus zich te veel concentreerden op het tijdstip van Zijn wederkomst, herinnerde Hij hen aan hun hogere prioriteit: het verkondigen van Zijn boodschap “… tot aan het uiterste van de aarde” (Handelingen 1:6-8). En Hij profeteerde dat de eindtijd niet vervuld zou worden voordat “… dit Evangelie van het Koninkrijk… in heel de wereld gepredikt [zal] worden tot een getuigenis voor alle volken…” (Mattheüs 24:14).

Zij die beschermd zullen worden op een veilige plaats zullen degenen zijn die de missie van Christus tot de hunne hebben gemaakt – niet in een geest van lauwe apathie, maar in een ijverige geest van vastberadenheid. De vroege Kerk van de eerste eeuw gaf een voorbeeld van deze ijverige toewijding toen ze, geconfronteerd met vervolging, God om moed en kracht vroegen om des te vrijmoediger te spreken (Handelingen 4:29).

Deze ijverige geest is zo belangrijk voor God – deze geest die wil dat alle hoeken en gaten van deze wereld Jezus Christus’ boodschap van bekering van zonde en voorbereiding op Zijn komende Koninkrijk horen – dat Zijn boodschapper aan de profeet Daniël degenen die bij Christus’ terugkomst zullen worden verheerlijkt beschreef als “… die velen tot gerechtigheid hebben gebracht…” (Daniël 12:3, NBG ‘51).

Dit geldt niet alleen voor hen die aangesteld zijn om de boodschap van Gods komende Koninkrijk te verspreiden, maar ook voor hen die deze speciaal daarvoor aangestelde personen ondersteunen  – zij die tot God voor hen bidden, financieel voor hen zorgen en anderszins dienen als medewerkers of “medearbeiders” in het werk van Christus (bijv. Romeinen 16:3; Filippenzen 4:3; Kolossenzen 4:11). Paulus prees degenen die hem steunden als zijn medearbeiders, want zonder hun steun kon hij het Evangelie niet effectief verkondigen. Door hun steun brachten ook zij velen tot gerechtigheid en tot deelname aan het Werk van God.

Waakzaamheid en gebed

Laten we tot slot het voor de hand liggende niet over het hoofd zien. In de passage waarin Hij ons zegt dat er bescherming beschikbaar is, zegt Jezus ook: “Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan [beter: ‘staan’] voor de Zoon des mensen” (Lukas 21:36).

Hier zien we twee aanwijzingen van onze Heer: waak en bid altijd.

Wat het eerste betreft, wat bedoelt Hij met ‘waken’? Tot op zekere hoogte moedigt Hij ons aan om de omstandigheden in de wereld in de gaten te houden in afwachting van Zijn terugkeer. Jezus veroordeelde de religieuze leiders van zijn tijd die “… de tekenen der tijden niet [konden] onderscheiden” (Mattheüs 16:3), en wij moeten niet in diezelfde categorie vallen. Wij moeten zijn zoals de Thessalonicenzen aan wie Paulus schrijft: “Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag [de terugkeer van Christus in de eindtijd] u als een dief zou overvallen” (1 Thessalonicenzen 5:4).

We zouden inderdaad bekend moeten zijn met de tekenen om ons heen die aangeven dat de wederkomst van Christus nabij is – het zien van zulke omstandigheden zou ons ertoe moeten aanzetten om ervoor te zorgen dat we er klaar voor zijn. Maar de vermaning van Jezus om te waken houdt meer in dan alleen te kijken naar de wereld om ons heen. Het gaat ook over te waken over onszelf. Meteen voordat Hij spreekt over het waardig zijn om te ontvluchten, zegt Jezus: “Wees op uw hoede dat uw hart niet op enig moment bezwaard wordt door roes en dronkenschap en door zorgen over de alledaagse dingen, en dat die dag u niet onverwachts overkomt” (Lukas 21:34).

Ja, de “zorgen over de alledaagse dingen” kunnen dodelijk zijn! In Zijn gelijkenis van de zaaier en het zaad (Mattheüs 13) beschrijft Jezus degenen die enthousiast over het woord van God en het Evangelie van Zijn Koninkrijk beginnen, maar die verstrikt raken in de “zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom” die het “Woord [verstikken]” totdat ze “onvruchtbaar” worden (v. 22).

Als we ernaar verlangen om waardig geacht te worden, moeten we ernaar streven om vruchtbaar te zijn (Johannes 15:8; Galaten 5:22-23) en om zo op onszelf te letten dat de zorgen van dit leven ons niet al te zeer belasten en afleiden.

En we moeten ‘altijd bidden’. Het geloof dat God de Vader zoekt in de volgelingen van Zijn Zoon is meer dan alleen een checklist van geboden of het regelmatig betalen van tienden voor de dienaren en het Werk. De schriftgeleerden en Farizeeën uit Jezus’ tijd concentreerden zich alleen op zulke zaken (hoe slecht ze dat ook deden), maar Jezus zei dat hun gerechtigheid veel minder was dan wat God verlangt (Mattheüs 5:20).

De Vader is juist op zoek naar hen die verlangen naar een relatie met Hem en Zijn Zoon. Jezus zei eenvoudigweg: “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die U gezonden hebt” (Johannes 17:3). Zoals we reeds hebben opgemerkt, kunnen we zo’n relatie niet hebben als we niet bereid zijn om Zijn geboden te gehoorzamen (1 Johannes 2:3). Maar we moeten ook gegrond zijn in meer dan dat.

Zelfs Jezus Christus, wiens gehoorzaamheid volmaakt en volledig was, zocht Zijn Vader vaak op in gebed. Hij vroeg Zijn Vader om Zijn voedsel en levensonderhoud te zegenen (Mattheüs 14:19), Hij betrok Zijn Vader bij Zijn belangrijke beslissingen (Lukas 6:12-13), Hij dankte Zijn Vader voor het luisteren naar Hem en het verhoren van Zijn gebeden (Johannes 11:41-42) en Hij bracht Zijn zorgen en hartzeer bij Hem (Mattheüs 26:36-44). Zijn relatie met Zijn Vader was zo sterk dat het Zijn discipelen bewoog Hem te vragen om hun te leren bidden zoals Hij (Lukas 11:1). (Als u er ook naar verlangt om God beter te zoeken in gebed, overweeg dan om ons gratis boekje Twaalf sleutels voor verhoord gebed online aan te vragen of het online te lezen op WerelvanMorgen.nl).

Jezus zag de Almachtige als veel meer dan een God wiens regels gehoorzaamd dienen te worden. Hij zag Hem ook als Zijn Vader, en Hij investeerde regelmatig in zijn relatie met die Vader – door Hem en Zijn wil te zoeken in gebed en in de Bijbel, en er dan naar te handelen.

Degenen die God beschermt in een plaats van veiligheid tijdens de komende beproevingen zullen degenen zijn die een relatie met Hem hebben opgebouwd, Hem in liefde hebben leren gehoorzamen, hebben geholpen in Zijn Werk om de boodschap van Christus naar de wereld te brengen en Zijn Koninkrijk hebben gezocht boven alles wat deze wereld te bieden heeft (Mattheüs 6:31-33). Deze eigenschappen zullen hen karakteriseren die “… waardig geacht… worden om aan al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan [beter: ‘staan’] voor de Zoon des mensen” (Lukas 21:36) . En Christenen moeten deze kwaliteiten ontwikkelen. De volgelingen van Christus die ze niet leren in de tijden vóór de Grote Verdrukking zullen door hun Vader gevraagd worden om ze te leren tijdens de Grote Verdrukking.

Omarm de Waarheid 

Toen we ons onderzoek begonnen, zeiden we dat we de verschillende ideeën over de Opname zouden toetsen, in navolging van Paulus’ vermaning om alles te beproeven of te toetsen en ‘het goede te behouden’ (1 Thessalonicenzen 5:21) – en onze methode om die ideeën te beproeven zou zijn om de Bijbel ons in zijn eigen woorden de waarheid te laten vertellen over eindtijdgebeurtenissen en de volgorde ervan.

Als we dat gedaan hebben, moeten we vasthouden aan de waarheid dat alle ware Christenen – zowel de doden als de nog levenden bij de komst van Christus – Hem in de wolken zullen ontmoeten. Deze komende gebeurtenis is zekerder dan het opkomen van de zon morgen. Toch moeten we het on-Bijbelse idee dat dit vóór de Grote Verdrukking zal gebeuren, terzijde schuiven. Het zal namelijk gebeuren bij de laatste bazuin, aangezien we hebben gezien dat de Verdrukking al begint zelfs voordat de eerste bazuin van de engelen heeft geklonken.

En we moeten vasthouden aan de waarheid dat God Zijn meest getrouwe mensen Zijn bescherming zal bieden tijdens de Verdrukking – maar anderen die vreselijke beproeving moeten doorstaan. We moeten echter het idee dat deze bescherming in de hemel zal plaatsvinden terzijde schuiven. Integendeel, het zal ergens hier op aarde plaatsvinden.

Door simpelweg de Bijbel voor zichzelf te laten spreken, wordt de waarheid onvermijdelijk duidelijk. En die waarheid wordt niet gevonden in de theorie van de Opname – in geen enkele variant daarvan.

We kunnen ons dus redelijkerwijs afvragen: waarom geloven zovelen dat de Bijbel een geheime opname onderwijst, daar Gods woord zo duidelijk een scenario schetst dat essentiële elementen van deze theorie tegenspreekt?

Eén belangrijk antwoord is dat God ons verstand moet openen om Zijn waarheid te kunnen begrijpen (Lukas 24:32, 45). De waarheid van God is niet toegankelijk voor menselijk redeneren alleen, zonder de hulp van Gods Geest (1 Korinthe 2:14). Mensen kunnen in dit leven niet tot Christus komen tenzij God de Vader hen roept en tot Hem trekt (Johannes 6:44), en Hij roept niet iedereen en opent niet ieders gedachten in dit tijdperk (1 Korinthe 1:26-29). Wat betreft degenen die Hij in dit leven niet roept, openbaart Hij dat de Bijbel later voor hen zal worden geopend – na het millennium, wanneer alle doden, klein en groot, weer tot sterfelijk leven zullen worden opgewekt en de boeken van de Bijbel eindelijk voor hen zullen worden geopend (Openbaring 20:12). Deze schitterende periode aan het einde van Gods heilsplan wordt besproken in onze gratis boekje Is dit de enige dag van behoud? Deze studiehulp is te bestellen of te lezen op WereldvanMorgen.nl.

De ‘Opname-filter’ verwijderen

Een andere reden waarom zovelen geloven dat de Bijbel de Opname onderwijst is omdat ze er al vanuit gaan dat de Opname waar is. Dit creëert een soort filter, net als de filters die fotografen gebruiken voor hun cameralenzen. Een Bijbellezer die al in een geheime opname gelooft en dan een Schriftgedeelte leest, terwijl hij door die filter kijkt, kan gemakkelijk een geheime, pre-Verdrukking opname in de passage ‘zien’ – zelfs indien de woorden van de passage zelf het beste anders begrepen kunnen worden.

Om dit voor uzelf te zien, is hier een eenvoudige test. Lees de passage in Mattheüs 24 die zegt: “Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Er zullen twee vrouwen malen met de molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden” (verzen 40-41).

Vraag uzelf nu af: Bewijst iets in deze passage dat de Opnametheorie waar is?Wordt de Opname zelfs maar genoemd in deze passage?

Deze passage kan niet bewijzen dat de Opnametheorie waar is, omdat we al gezien hebben dat een geheime, pre-Verdrukking opname niet overeenkomt met de duidelijk beschreven Bijbelse volgorde van gebeurtenissen. De transformatie van Christenen en het oprijzen om Christus in de lucht te ontmoeten zal plaatsvinden na de Grote Verdrukking – en de Schrift kan niet worden gebroken (Johannes 10:35).

Door die waarheid te omarmen – de eigen volgorde van de Bijbel van de gebeurtenissen – kunnen we de ‘Opname-filter’ uit onze ogen halen en opnieuw naar de passage kijken. Dan kunnen we zien dat er helemaal geen sprake is van een geheime opname. Integendeel, we moeten een opname in de passage ‘inlezen’ om deze daar te zien.

Dit stelt ons in staat om open te staan voor andere interpretaties van de passage. Merk bijvoorbeeld op hoe deze omringd wordt door passages waarin Jezus Christus gericht is op de bestraffing van achteloze mensen, niet op hun bescherming. In feite beschrijft Hij dat mensen “weggenomen” worden – maar niet op een goede manier. In plaats daarvan beschrijft Hij hoe de grote zondvloed in Noachs tijd over de onbekeerlijke mensen kwam en “… hen allen wegnam…” (Mattheüs 24:39). Toen ‘weggenomen worden’ was geen zegen.

En eerder in dezelfde profetie zegt Jezus tegen Zijn volgelingen om fysiek naar veiligheid te vluchten wanneer de Verdrukking begint, en niet een mysterieuze verdwijning te verwachten (vers 15-21). Dit wordt duidelijk gemaakt in het parallelle verhaal in Lukas 17: “Wie op die dag op het dak zal zijn, met zijn huisraad in huis, moet niet naar beneden gaan om het mee te nemen. En wie op de akker is, moet evenmin terugkeren naar wat hij achterliet. Denk aan de vrouw van Lot. Wie zijn leven zal proberen te behouden, zal het verliezen. En wie het zal verliezen, zal het behouden” (vv. 31-33).

Dit is heel wat anders dan passief “meegesleurd” worden in de Geest. Dit is eerder een actieve vlucht naar een aardse plaats en een actieve keuze om zijn wereldse bezittingen achter te laten en fysiek te vluchten.

Als we de Bijbelse volgorde van gebeurtenissen omarmen en de ‘Opname-filter’ verwijderen, beginnen we deze en andere verzen anders te bekijken. En we zien dat geen van deze verzen echt vereist dat iemand in de Opname gelooft om ze te begrijpen. Integendeel – ze zijn perfect in overeenstemming met de Bijbelse volgorde van gebeurtenissen.

Laten we de opname noemen zoals de Bijbel haar noemt

Tot slot moeten we ons afvragen: als de oorsprong van de term opname begon met een goedbedoeld maar uiteindelijk on-Bijbels idee dat 200 jaar geleden gepromoot werd, en als de waarheid van de Bijbel niet past bij de verschillende andere ideeën die uit dat idee zijn voortgekomen door middel van vele geschillen in die 200 jaar... waarom dan de term opname űberhaupt gebruiken?

De Bijbel heeft al een naam voor de gebeurtenis die zal plaatsvinden bij de laatste bazuin – we lezen:“… Dit is de eerste opstanding. Zalig [d.i. gezegend] en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang” (Openbaring 20:5-6).

Het is niet nodig om een gebeurtenis een andere naam te geven die de geïnspireerde woorden van God de Almachtige duidelijk benoemen. De gebeurtenis waar trouwe Christenen op wachten

is de eerste opstanding. Paulus erkende dat zijn hoop de hoop op de opstanding was (Handelingen 23:6; 24:15, 21). Hij leerde dat Christenen naar de hoop op de opstanding moeten kijken als hun troost (1 Thessalonicenzen 4:16-18). Jezus Christus verklaarde dat Hij “… de Opstanding en het Leven…” was (Johannes 11:25).

Geen enkele schrijver of spreker in het hele Nieuwe Testament wees wie ook maar op een gebeurtenis die men ‘de Opname’ noemde. Toch wordt er in het hele Nieuwe Testament over de opstanding gesproken en de schrijvers gebruiken steeds de term opstanding – evenals de Heer zelf.

Misschien is het tijd om de naam ‘Opname’ uit ons vocabulaire te schrappen en de naam te verwelkomen die Gods eigen woord geeft aan deze schitterende toekomstige gebeurtenis: de eerste opstanding.

Onze gezegende hoop

De opstanding en verheerlijking van de gelovigen bij de terugkeer van Jezus Christus is waarlijk de hoop van zijn volgelingen in elke tijd. Paulus vertelde uitvoerig over hoe hij alles wat hij in zijn oude, vóór-Christelijke leven had verworven, achter zich had gelaten en zei dat hij in geloof zocht “… Hem… [te] kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden” (Filippenzen 3:10-11).

En die dag zal komen. Bij het bazuingeschal van de zevende engel zullen engelen uit de hemel zich naar de vier windstreken verspreiden om de uitverkorenen van God te begeleiden naar hun ontmoeting met de Zoon van God, hun Heiland.

Gelovige Christenen die in de loop van de geschiedenis zijn gestorven, zullen worden opgewekt en een nieuw, onvergankelijk lichaam krijgen en in de wolken worden opgenomen om bij de terugkerende Christus te zijn. Onmiddellijk nadat de doden zijn opgewekt, zullen ook de Christenen die nog leven worden veranderd. Elke pijn die ze ooit hebben gevoeld, zal voorgoed tot het verleden behoren, terwijl het vergankelijke onvergankelijk wordt en het sterfelijke onsterfelijk.

Voor hen die in deze eerste opstanding uit God geboren zijn, is de dood voor altijd verzwolgen in de overwinning (1 Korinthe 15:54, NBG ‘51).

Op hen wacht aan het einde van hun reis door de lucht de verheerlijkte Jezus Christus – klaar om Zijn Bruid te verwelkomen en haar voor het eerst van aangezicht tot aangezicht te zien. En als deze herrezen Christenen Hem zien, zullen ze zien wat ze nu geworden zijn – ieder van hen is veranderd naar Zijn beeld (2 Korintiërs 3:18; 1 Johannes 3:2).

Van dat ogenblik af zullen Jezus en Zijn Bruid samen de eeuwigheid beginnen – om nooit meer uit elkaar te gaan. Samen zal de nieuwe uitgebreide Familie van God de heerschappij van het Koninkrijk van God inluiden en het langverwachte herstel van alle dingen (Handelingen 3:21).

Dit is de gezegende hoop van alle ware Christenen. Moge God die dag spoedig brengen.

En moge God u helpen om de waarheid van deze beloften te omarmen en zelf de eerste opstanding te bereiken – samen met allen die Zijn verschijning hebben liefgehad (2 Timotheüs 4:8).